De 21 beste romans van de eeuw

Uit de literatuurenquête van De Groene Amsterdammer kwamen de volgende 21 titels naar voren. Lodewijk Verduin kiest Boven is het stil van Gerbrand Bakker.

Gebrand Bakker maakte mogelijk de verrassendste entree in de internationale literaire wereld: in 2010 kreeg hij als Nederlandse debutant de International IMPAC Dublin Literary Award toegekend. Niet alleen gaat deze bekroning gepaard met wereldwijde publiciteit, hij levert ook een van de hoogste geldprijzen binnen de literatuur op. Bakker kwam schijnbaar uit het niets. De Ierse Independent kopte: ‘A bleak story about loneliness by an unknown Dutch writer has taken the world’s most valuable literary prize.’

Ook in Nederland was het onmiddellijke succes van Boven is het stil opmerkelijk. Hoe kon deze zeer klassieke, ingetogen debuutroman van een wat oudere schrijver zonder verdere mediabekendheid zo goed aanslaan?

In zekere zin is het een romantisch oerverhaal: puur op basis van een eigen visie, stijl en een goed verhaal wist Bakker internationaal door te breken. Echt goede literatuur heeft nog altijd geen televisie, publiciteitsoffensief of andere poespas nodig om erkenning te krijgen, zou je met enige opluchting willen zeggen.

Wat had Boven is het stil dan precies te bieden? In de eerste plaats: een authentiek beeld van een bijzondere leefomgeving. Het verhaal speelt zich grotendeels af op een afgelegen boerderij op het Noord-Hollandse platteland. Deze in de literatuur relatief weinig afgebeelde streek wordt door Bakker zeer aandachtig en gedetailleerd beschreven, zozeer dat het meteen een sterke persoonlijke band tussen streek en schrijver verraadt. Daarnaast is er het emotionele, sterk psychologische verhaal. De introverte Helmer is ergens in de vijftig, en draagt zorg voor zijn oude vader en diens boerenbedrijf. Hij vervult zijn taken trouw en verbeten, maar had zich het leven eigenlijk anders voorgesteld. Aanvankelijk studeerde hij Nederlands in de stad, maar nadat zijn broer Henk bij een auto-ongeluk om het leven kwam moest hij dat leven afbreken om te komen helpen op de boerderij. Zo belandt Helmer met zijn ‘kop onder de koeien’, terwijl hij met zijn hoofd steeds elders is, namelijk bij het bestaan dat hij opgaf en bij de liefdes die hij is misgelopen.

Het is dus inderdaad een roman over eenzaamheid en teleurstelling, ja, maar ook over verlangen en de mogelijkheid om het roer om te gooien. Dat zie je bijvoorbeeld in de verhouding tussen Helmer en zijn neefje, over wie hij zich als peetvader ontfermt, en in het grootse slot, waarin een verruiling van het landschap samengaat met de herontdekking van intimiteit.

Dit alles wordt versterkt door de gepolijste stijl. De beschrijvingen zijn ingetogen, maar de gevoelens van Helmer lekken er toch steeds doorheen. In een fraai essay uit Het verdriet van anderen (2015) duidt Philip Huff die stijl als volgt: ‘Bakkers schrijfstijl – de stem van zijn verteller – biedt zo minimaal mogelijk verwoord verdriet, zo direct mogelijk gedeelde wijsheid, en is daarmee oer-Nederlands, zoals een soort ingetogen en in zichzelf gekeerd protestantisme Hollands is.’

Misschien vormt dat wel de grote aantrekkingskracht van Boven is het stil: Bakker heeft een boek weten te schrijven dat zich aandient als een archetypisch verhaal over Nederland. Zoals Arthur van Schendel dat met Een Hollands drama (1935) bijna een eeuw eerder deed, portretteert Gerbrand Bakker met deze roman ook de Hollandse geest. Overigens op typisch Hollandse wijze: de grote greep gaat hier schuil achter een klein, bescheiden verhaal.


Lodewijk Verduin is criticus. Naast Bakker noemde hij Ben Lerner, The Topeka School; Stephan Enter, Grip; WG Sebald, Austerlitz en Miek Zwamborn, De duimsprong