De 21 beste romans van de eeuw

Uit de literatuurenquête van De Groene Amsterdammer kwamen de volgende 21 titels naar voren. Arjen van Veelen kiest De jaren van Annie Ernaux.

‘Toutes les images disparaîtront:’, zo begint De jaren van Annie Ernaux. Maar de beelden zullen juist niet verdwijnen, voorlopig, want wat volgt zijn vakantieherinneringen, reclameslogans, nieuwsflarden, letterlijke teksten ooit in oren gefluisterd:
‘la plage d’Arenys de Mar à côté d’une ligne de chemin de fer, le client de l’hôtel qui ressemblait à Zappy Max’
of:
‘les phrases des hommes dans le lit la nuit, Fais de moi ce que tu veux, je suis to objet’

In haar magnum opus beschrijft Ernaux de naoorlogse jaren van Frankrijk via de geleefde geschiedenis van één vrouw. ‘Elle’ heet ze simpelweg, de vrouw die samenvalt met Ernaux zelf. Ik las het na een enthousiasmerende Instagram-post van Groene-redacteur Jan Postma. Hij wordt bedankt. Ik legde het boek na die eerste pagina’s weg – te schrijnend, te fel licht.

Maar ik wist al dat ik zou terugkeren (zo pijnlijk mooi, zo tl-helder). En wat me raakte was meer dan gewone melancholie om verloren tijd. Maar wat dan precies?

Het gekke is dat Ernaux juist heel emotieloos en afstandelijk de verandering van zeden, spullen, ideeën beschrijft; het gaat van de seksuele revolutie naar de nieuwste consumentenelektronica.

Een samenvloeiing van sociologie en autobiografie, zegt de flap: van een ik en een wij dus. Het gaat evengoed over De Gaulle als over die ene vrouw van eind vijftig die via seks met een dertig jaar jongere man haar jeugd herbeleeft. En over een ‘elle’ die emancipeert. Ernaux zelf groeide op in een arbeidersmilieu van het Franse heartland (‘immigrée de l’interieur’, zei ze eens van zichzelf).

Ernaux heeft het over ‘elle’ als ze ‘ik’ bedoelt. En voor de collectieve herinnering gebruikt ze een ‘on’, dat je geloof ik met ‘wij’ mag vertalen. Zoals in ‘on verra’: we zullen zien. (Mijn Frans is niet zo goed, ik had gelukkig een spiekbrief, namelijk de Engelse vertaling The Years van Alison L. Strayer. Dit jaar komt De Arbeiderspers trouwens met de Nederlandse vertaling, door Rokus Hofstede.)

Een ‘elle’ schept afstand. Zo ook haar stijl: beknopt, feitelijk, zonder opsmuk of maniertjes, zonder humor ook, en zonder ingewikkelde onderonsjes zoals ironie. Ernaux vergeleek het eens met de stijl waarmee ze vroeger brieven aan haar laagopgeleide ouders schreef. Volks en direct. (In een interview met Frédéric-Yves Jeannet, gebundeld in L’écriture comme un couteau.)

Dat afstandelijke is soms onuitstaanbaar. Ik weet daarom niet of ik dit boek moet straffen of kussen; in elk geval is het een teken des tijds: de ernst, de nonfictie, de afwezigheid van verbeelding, zelfspot, ironie.

En het raakte me dus diep. Ik vermoed omdat het een kentering in de tijdgeest markeert. Want het gaat over een ‘elle’ en een ‘on’, een ik en een wij, die uiteindelijk samenvallen. En misschien vergis ik me, maar ik geloof dat er na enkele decennia van ongebreideld individualisme een hernieuwde zucht klinkt naar het grotere geheel, de wens om zwerm te worden: het wij van de spreeuwen.

De korte opflikkering van het ik – grofweg van na de oorlog tot nu, oftewel grofweg de periode die Ernaux beschrijft – is voorbij. Dat kan de scherpe melancholie verklaren.

Op het einde van het boek beschrijft Ernaux haar hoop ‘sauver quel’que chose du temps où l’on sera ne plus jamais’ – iets redden van de tijd waarnaar je nooit meer weerkeert. Misschien is dat ‘iets’ niet alleen haar eigen ‘ik’, maar het individuele zelf.


Arjen van Veelen is essayist en romanschrijver. Naast Ernaux noemde hij Jeanine Cummings, American Dirt en Auke Hulst, Zoeklicht op het gazon