Achterflapwerk

De aanbiedingsfolders

Als je schrijver bent komen er soms fotografen langs. Voor de nieuwe aanbiedingsfolder of de achterflap. Ze laten je eerst een beetje praten en kijken ondertussen rond of het licht in huis goed is. Dat is het nooit. Daarna nemen ze je mee naar buiten. Bij dat poortje, dat lijkt wel mooi. «Is het licht wel goed?» vraag ik dan altijd, om te treiteren. Ineens vinden ze het licht helemaal goed en het doorkijkje is ook goed. Ik heb ondertussen al drie keer geroepen dat ik er niet met zo’n schrijverskop op wil staan, maar weet dat dit tevergeefs is; zij willen dat juist wel. En de fotograaf bepaalt wat een schrijverskop is. En dus sta ik altijd op de foto met zo’n nichterige kop.

De theorie van de schrijversfoto is dat er iets van de persoon of het werk in de foto moet doorschemeren. Vandaar dat licht en die goede doorkijkjes. De foto’s van Jan Wolkers op en in de nieuwe aanbiedingsfolder van De Bezige Bij brengen hem op de planken als ruwe kunstenaarsklant. Er kan geen lach af. Wolkers laat zich vanaf zijn geboorte fotograferen in een pose van Sterkste Man van de Wereld die altijd gelijk heeft. En natuurlijk heeft hij dat ook.

Gewone schrijvers drukken op de aanbiedingsfolders vaak grote angst uit. Dit is de in uitgeverskringen veel gevreesde fotoangst, waar schrijvers niets aan kunnen doen. Ik heb hem ook. Die vrees is ook in hun werk terug te vinden, het werk berust namelijk vrijwel altijd op angst voor alles. Top-angst-auteurs in deze aanbiedings folders: Arie Storm, Stefan Hertmans en Leonard Nolens. Soms compenseren ze de angst met redeloos gelach of een extra sombere blik, dan is er in hun werk helemaal geen houden meer aan de algemene levensvrees: Bas Heijne spant de kroon.

Beroemde schrijvers zijn op de aanbiedingsfolder altijd ongelooflijk ontspannen. Ook dat is een vorm van levensangst, maar in deze gevallen heeft de uitgever ingegrepen. Die gaf de fotograaf de volgende opdracht: wat er ook gebeurt, als ze er maar niet als een overspannen zenuwpees op staan, met zo’n doodsangstblik, dat verkoopt niet. En dus kijkt Philip Roth ons vanaf de Meulenhoff-folder vreeswekkend strak aan terwijl hij op een omgekeerde keukenstoel zit. Aan alles zie je dat hij dit eerst niet wilde. Waarom kan ik niet gewóón op die stoel zitten, zei hij nog, en in ieder geval wilde hij er niet op met zo’n schrijverskop. Maar het was al te laat. Gabriel García Márquez zit op een muurtje vlak voor zijn zojuist aangekochte reusachtige villa. Zijn nieuwe boek heet Herinneringen aan mijn droeve hoeren en de foto straalt deze titel helemaal uit.

Veel lekkere wijven staan er niet in de aanbiedingsfolders. Blijkbaar hebben de uitgevers daar tegenwoordig genoeg van: je hoeft niet meer mooi te zijn om een boek gepubliceerd te krijgen. Veel stoere vrouwen deze keer, met als hoogtepunt de foto van Threes Anna die gezeten op een motorfiets duidelijk laat zien dat ze daar vóór de foto nog nooit op zat. Ik wil helemaal niet op zo’n motor, riep ze, maar al weer: te laat. De foto van Connie Palmen in de Prometheus- folder is adembenemend. Ze is in leather en haar rechterhand is gestoken in een glimmende rode handschoen. Met de rode middelvinger ondersteunt ze haar enigszins scheef gehouden hoofd. Ik word bestormd door fantasieën waarover ik liever niet wil uitweiden omdat mijn familie dit artikel leest. De Rode Handschoen, meer zeg ik niet.

De aanbiedingsfolders proberen ten koste van alles te voorkomen dat wij direct weten waarvoor ze gemaakt zijn. Dit is een wet in de huidige reclame-industrie: het gaat niet om de producten maar om wat we erbij denken. Nooit direct zeggen dat je een auto, een verzekeringspolis, een augurk of een boek verkoopt. Dus ontbreekt op het omslag van alle folders de afbeelding van een boek. Vassallucci heeft een angstaanjagende foto van een vogel, Augustus een vaas met mooie maar depressieve bloemen, Archipel een vrouw met een glas wijn, Cossee een kleine kop van een man, De Bezige Bij een lekker wijf met een duim in haar lekkere mond, De Arbeiderspers een vogel en op de nonfictie-aanbieding een dollarteken, Contact een negerjongetje, Meulenhoff een foto van Philip Roth. Alleen bij Houtekiet en Querido kun je op het omslag iets terugvinden wat met een boek te maken heeft.

Uitgeverij Vantilt besloot de weg van de ironie te zoeken. Op het omslag staan producten die thuishoren in de supermarkt: koekjes, fruit, ijsjes, uien, druiven, bitterballen. De enige folder die op het omslag helemaal geen plaatje bevat is die van Meulenhoff/Manteau. Is dit de nieuwe tendens? Helemaal geen plaatjes?