De Abramovic Methode

Een boek met als titel Walk through Walls beginnen met een dankwoord aan drie doktoren, een personal trainer en een massagetherapeute kan duiden op een flauw gevoel voor humor, of juist op het totale gebrek daaraan.

Maar na het lezen van het levensverhaal van Marina Abramovic, de performancekunstenaar die deze specialisten al zo lang op de been houden, lijkt erkenning daar op z’n plaats.

Tegen het einde van haar memoires komt er een fotograaf die haar portret wil schieten, niet haar gezicht maar haar littekens. Abramovic wordt bijna jaloers van dat mooie idee. De lijnen in haar nek, aangebracht met een scheermes door het publiek van Rhythm 0, de sporen op haar handen van de messen die ze tussen haar vingers stak in Rhythm 10 en de ster op haar buik voor Thomas Lips – het is de tastbare opbrengst van een carrière in de performancekunst.

Want extremiteiten tekenden haar vernieuwende kunst maar gingen ook vooraf aan haar bestaan als vooruitstrevend kunstenaar. Abramovic is een kind van haar tijd, geboren in 1946 in het Servische deel van Joegoslavië onder Tito, uit twee oorlogshelden die sliepen met een geladen pistool op het nachtkastje, een aan elke kant van het bed. Al voor haar geboorte was haar grootvader om het leven gekomen door het nuttigen van een met vermaalde diamant vergiftigde maaltijd, opgediend door de toenmalige koning van Joegoslavië. Extremiteiten dus, gecombineerd met een geprivilegieerde opvoeding binnen een ijzeren regime vormden de angstige wereld waar Abramovic een vorm voor zocht. ‘Extreme verhalen fascineerden me. Ik las graag over Raspoetin, die door geen kogel gedood kon worden – communisme met een scheutje mysticisme zat diep verankerd in mijn dna.’ Ze ontwikkelde zich tot schilder van abstracte schilderijen tot ze op een dag een ongepelde pinda op een muur prikte (Cloud with Its Shadow) en wist dat ze klaar was met tweedimensionale kunst. Voor Rhythm 5, een performance opgevoerd in 1974 in Belgrado, lag Abramovic naakt op haar rug in een ster van brandend hout, symbool van communistisch Joegoslavië waar haar lichaam precies in paste.

Medium ma4357 rhythm zero 011 22a book
Marina Abramovic, Rhythm 0 1974 © Milica Zec / Marina Abramovic Institute
‘De pijn was als een muur waar ik doorheen gelopen was’

De performance ‘mislukte’ toen ze bewusteloos raakte door een gebrek aan zuurstof.

Abramovic zou geen kunst meer maken zonder enige vorm van pijn te voelen, en daarover lezen in Walk through Walls is bijtijds een fysieke ervaring op zich. Er staat geen enkele rem op dit boek, dat werd geschreven met hulp van James Kaplan, auteur van onder meer een tweedelige biografie van Frank Sinatra. De ontwikkeling van haar oeuvre, en daarmee een belangrijk deel van de geschiedenis van de performancekunst, wordt uiteengezet in een stoet van rake en loze details. Abramovic vertelt over de discipline waar ze steeds opnieuw het gevecht mee moest aangaan tot die de belofte van kunst inloste. ‘Terwijl ik mezelf geselde, vloog mijn bloed in het rond. In het begin was de pijn ondraaglijk. En toen verdween hij. De pijn was als een muur waar ik doorheen gelopen was en nu bevond ik me aan de andere kant.’ Maar het gaat ook over een Poolse vriend die een boek van Wittgenstein in de vriezer bewaarde en over een vriend op een boerderij in Toscane die kippen hield met epilepsie. Als je die voederde, vielen ze om.

In Ulay vond Abramovic een partner om de pijn mee te delen, letterlijk, en die te versterken. Voor hun eerste performance samen, in 1978, liepen ze naakt hard op elkaar in. Met Amsterdam als standplaats reisden ze over de wereld en maakten hun beroemdste kunstwerken met niets dan hun lichaam. De kunst en het leven gingen uit elkaar lopen, merkte Abramovic, en ze trok de conclusie dat het leven zelf de kunst moest zijn. Maar de liefde eindigde met een welgemeende klap in haar gezicht en het leven als kunstwerk eiste een menselijke tol – de wandelstok die Abramovic gebruikte om de Chinese Muur mee over te steken, het iconische afscheid van Ulay, bleek aan het eind van de tocht ook vijftien centimeter korter dan aan het begin.

De matter-of-fact-toon waarop Walk through Walls tot dan toe verteld is, met korte zinnen ongeacht trauma of weetje, maakt plaats voor meer spiritualiteit. Van martelaar voor de kunst werd Abramovic healer voor de mens, naamdrager van de Abramovic Methode die beoefend wordt in een eigen instituut in upstate New York. Toen ze voor The Artist Is Present drie maanden stil op een stoel zat in het atrium van het MoMA namen honderden mensen plaats tegenover haar en doorstond ze meer pijn, fysiek en mentaal, dan ooit tevoren. Maar toen aan het eind van de eerste dag Ulay verscheen, en tegenover haar kwam zitten, legde zij haar handen op die van hem. En ervoer het overtreden van haar eigen regels niet als een mislukking.

Misschien is performancekunst een vorm van kunst die geen baat heeft bij meer ervaring. Kun je voorkomen dat discipline omslaat in routine? In Walk through Walls verslapt langzaam de aandacht. Waar Abramovic haar verhaal begon met een koortsachtige droom van haar moeder, de nacht voor haar geboorte, dat ze zou bevallen van een ‘reusachtige slang’, eindigt de kunstenaar na afloop van The Artist Is Present op een feest in een speciaal voor de gelegenheid ontworpen jas van 101 slangenhuiden. En noteert dan: ‘Ik hoop dat die een natuurlijke dood gestorven zijn!’ De kunst mag een methode zijn geworden, van haar angsten lijkt ze bevrijd.