De nieuwe verkiezingen van Gerhard Schröder

De achterdeur dreigt

In een uiterste wanhoopspoging wilde kanselier Gerhard Schröder het miserabele politieke klimaat keren en manipuleerde een motie van vertrouwen. De weg voor nieuwe verkiezingen is nu vrij. Alleen het Constitu tioneel Hof kan nog roet in het eten gooien.

BERLIJN – Duitsland, de logge olietanker in het midden van Europa, is politiek op drift. De domineesdochter Angela Merkel kan de eerste vrouwelijke bondskanselier worden. Daarbij is de conservatieve kanselierskandidaat van de CDU/CSU ook nog een Oost-Duitse, die tot 1989 een onopvallende wetenschappelijke carrière in de socialistische DDR maakte.

Een groot verschil met het revolutionaire elan van Gerhard Schröder, die in de jaren zeventig de bevlogen leider van de West-Duitse Jungsocialisten was. Zijn huidige maatje Joschka Fischer bestreed de Duitse staatsmacht indertijd als straatvechter met stenen. Daarna werkte hij zich met eenzelfde energie bij de basisbeweging van de Groenen naar de top.

Merkel kwam pas politiek op gang toen haar heilstaat in het moeras van de wereld geschiedenis verdween. Ze zwoegde als woordvoerster voor het boegbeeld van de DDR-burgerbeweging Demokratischer Aufbruch en later voor de laatste minister-president van Oost-Duitsland. Beide mannen, Wolfgang Schnu r en Lothar de Maizière, werden verdacht van Stasi-contacten.

Later werkte Merkel zich als minister voor Familie en Milieu in de schaduw van Helmut Kohl omhoog. De «eeuwige kanselier» noemde Merkel patriarchaal «mijn meisje». Dit petekind elimineerde echter na zestien lange jaren Kohl handig haar topconcurrenten uit de CDU en CSU, Edmund Stoiber en Roland Koch. Deze heren, politieke hyena’s eigenlijk, zijn premier in respectievelijk Beieren en Hessen. Maar ook de zwaargewichten uit de fractie, Friedrich Merz en Horst Seehöfer, legden op pijnlijke wijze het loodje tegen Merkels machtsambities.

De Brandenburgse moest normaal gesproken wachten tot 2006 voordat ze tegen staatsman Schröder in de arena mocht. De CDU-partijvoorzitter kreeg echter hulp uit onverwachte hoek. Na de dramatisch verloren verkiezingen voor de SPD in de grootste deelstaat Noordrijn-Westfalen, decennialang een sociaal-democratisch bolwerk, besloot de nog zittende kanselier in mei tot een gevaarlijke politieke gok. Motto: «Wij kunnen niet fatsoenlijk meer regeren, leve de nieuwe bonds regering.»

Penibele omstandigheden zouden hem hiertoe hebben genoodzaakt. Inderdaad, de Duitse werkloosheid heeft dit jaar al eens de vijf miljoen overstegen, de hoogste stand sinds 1932. Ter vergelijking, dat is ongeveer de helft van de werkende bevolking in Nederland. En onze oosterbuur heeft daarbij voor 1,4 biljoen euro aan schulden, meer dan veertigduizend faillissementen per jaar en de laagste economische groei in Europa.

Ondertussen overschrijden de Duitsers al jarenlang de criteria van het door henzelf gedicteerde EU-stabiliteitspact, mede door een chronisch begrotingstekort van vijftig miljard euro. Het zijn details waar niet alleen de Nederlandse minister van Financiën, Gerrit Zalm, zich ernstig zorgen over maakt.

De stemming in Duitsland, toch al een land waar weltschmerz een volksziekte is, ligt nagenoeg bij het nulpunt. Ook met de grootste partij in het parlement, de SPD, gaat het niet goed. De sociaal-democraten hebben sinds 2002, toen ze met vijfduizend stemmen voor de CDU/CSU van de goedburgerlijke Beier Stoiber eindigden, vrijwel alle verkiezingen in de deelstaten verloren. Nog slechts vijf van de zestien bondslanden worden «rood» geregeerd. De links-conservatieve SPD-basis zegt onderwijl – als protest tegen Schröders «neoliberale politiek» – maandelijks met duizenden het partijlidmaatschap op. Datzelfde geldt voor de traditionele machtbasis van de sociaal-democraten in de DGB, de grootste vakbond ter wereld. De politieke kaart van Duitsland wordt aldus door het «zwart» van de CDU/CSU gedomineerd. De Groenen van de strijdlustige minister van Buitenlandse Zaken, Jozef «Joschka» Fischer, zijn hierop überhaupt nergens te bekennen.

Bovenstaand politiek panorama leidde ertoe dat de parlementaire meerderheid van de roodgroene regeringscoalitie door de bondsraad, de federale Duitse senaat, geblokkeerd kon worden. Dat was echter niet zo vaak het geval als Schröder en de zijnen suggereerden. En meestal kan de bemiddelingscommissie van bondsdag en bondsraad de boel wel oplossen.

Nee, de tandem Schröder-Fischer was intern moegestreden. Zowel de kiezer in de Bundesländer als de eigen basis wilde de harde hervormingskoers niet langer meedragen. De kanselier eiste daarom een expliciet plebisciet voor dit programma met de naam Agenda 2010. Omdat referenda niet in het Duitse staatsbestel voorkomen, bedacht Schröder een list die zijn verguisde voorganger Helmut Kohl in 1983 al toepaste: wie vóór zijn hervormingspolitiek was, moest bij de haastig bijeengeroepen vertrouwensstemming op 1 juli in de Berlijnse Rijksdag tegenstemmen.

Dit ging veel sociaal-democraten te ver. De nieuwe SPD-partijvoorzitter Franz Müntefering, een gematigde man met onafscheidelijke rode sjaal, deed daarom het voorstel aan de Genossen dat ze ook blanco konden stemmen. De beruchte fractiediscipline zou de rest moeten doen. De Groenen-top om Joschka Fischer had oorspronkelijk bezwaren tegen het opgeven van de comfortabele regeringszetels. Maar Schröder, een soevereine staatsman, overtuigde zijn kabinet ervan dat nieuwe verkiezingen de beste uitweg waren.

Waarom, dat verraadde de kanselier bij de stemming, een maand geleden, in de bomvolle bondsdag. Tijdens een door alle partijen gewaardeerde toespraak sprak Schröder onder het toeziend oog van de enorme adelaar: «In de gegeven situatie, na de bittere ketting van verkiezingsnederlagen, heb ik een nieuwe legitimatie van de bevolking voor mijn politiek nodig.»

Dat lijkt raar, omdat de tandem Schröder-Fischer sinds 1998 gewoon met absolute meerderheid regeert – met slechts drie stemmen, maar toch – en een dag voor de vertrouwensvraag nog snel een kleine veertig wetten door de bondsdag heen jaagde. CDU en de kleinere liberale partij FDP hadden echter wel oren naar het verkiezingscadeautje en samen met de meerderheid van SPD en Groenen maakten ze de weg vrij voor de ontbinding van het parlement.

«Een absurde en gefingeerde gebeurtenis», zo sprak Werner Schulz, een Oost-Duitse volksvertegenwoordiger voor Bündnis90/Groenen. «Wat is dat voor een kanselier die geen vertrouwen maar wantrouwen wil?» vroeg de oud-strijder voor de mensenrechten in de DDR zich af. Tijdens diens toespraak was Gerhard Schröder met een asgrauw gezicht weggelopen. Parlementspresident Wolfgang Thierse had Schulz, collega-dissident, namelijk de gelegenheid ge geven om te argumenteren tegen het ge fin geerde staatstheater van Schröders regering.

De kanselier repte eerder al van querulanten in de eigen rijen, had zelfs al dossiers over hen gemaakt. Nu werd iedereen duidelijk wie hij bedoelde. Schulz vergeleek de bondsdag met de Volkskammer in de DDR, «waar je ook werd verteld hoe je moest stemmen». De dossiers herinnerden hem aan de Stasi-akten. Met deze bewering maakte hij zich definitief onmogelijk bij de Groenen, dezelfde burgerbeweging die een kwart eeuw eerder de «maatschappelijke dialectiek» propageerde.

De dappere einzelgänger Schulz was echter al eerder bij de Groenen tot persona non grata verklaard en op een onverkiesbare plek neergezet. Het vooraanstaande lid van het Neue Forum, de grootste oppositiebeweging in de DDR, weet wat het betekent om ongeliefd te zijn. Schulz heeft dan ook geen angst om de vertrouwensvraag bij de hoogste juridische instantie in het land neer te leggen. De in rode toga’s gestoken rechters van het Duitse Constitutioneel Hof in Karlsruhe zullen zich nu over de zaak buigen.

Dat heeft een belangrijke reden. Nadat Adolf Hitler en zijn rijkspresident Paul Hindenburg in de instabiele jaren dertig de Rijksdag eenvoudig naar huis konden sturen, besloot men na de Tweede Wereldoorlog in West-Duitsland een strengere grondwet aan te nemen. De opperrechters zullen nu met Duitse Gründlichkeit waken over het Grundgesetz.

Ook een dissident in de SPD, Jelena Hoffmann, zal het Bundesverfassungsgericht inschakelen: «Deze zogenaamde regerings crisis is onecht en oneerlijk, want zowel voor als na de nederlaag in Noordrijn-Westfalen was er geen enkel teken van crisis. De weg tot parlementsontbinding mag niet naar goeddunken worden gekozen.»

In tegenstelling tot bondspresident Köhler hoeven de hoogste Duitse rechters niet op politieke gevoeligheden te letten. Köhler, een brave en ietwat kleurloze christen-democraat, wil natuurlijk maar wat graag zijn beschermengel «Angie» Merkel als eerste vrouw in het Kanzler amt hebben. Aldus verkondigde de eerste man in de Duitse staat vorige week nerveus de bood schap van de autocue: «Op 18 september zijn er nieuwe verkiezingen.»

Enerzijds wil zijn eigen partij, de oppositionele CDU, maar wat graag Angela Merkel als eerste vrouw op het regeringspluche heffen. Anderzijds weet de vroegere directeur van het Sparkassenverband dat de Duitse grondwet niet bedoeld is om simpelweg het parlement met reces te sturen.

Europa’s grootste krant, het boulevardblad Bild, kraaide direct: «Danke, Schröder! JA! Jetzt haben WIR die Wahl!» en prees «Super-Horst», afgebeeld in Superman-kostuum, voor zijn «moedige beslissing». Duitsland slaakte een zucht van verlichting. Wekenlang waren de partijen namelijk al bezig programma’s te formuleren. De SPD schreef een Verkiezingsmanifest: Vertrouwen in Duitsland en de CDU/CSU presenteerde een werkstukje met de kop: Duitslands kansen benutten: Groei. Werk. Zekerheid.

Maar de werkelijke politieke verrassing kwam uit een andere hoek. Volkomen onverwacht betrad Oskar Lafontaine weer de politieke bühne. De verloren zoon uit de eerste regering-Schröder haalde waarschijnlijk niet ge noeg kicks uit het bestaan als goedbetaalde Bild-columnist. Prompt trad de ex-partijvoorzitter uit de SPD, verbond zich met de Wahlalternative Arbeit und Soziale Gerechtigkeit (WASG) en kondigde een alliantie met de postcommunistische PDS aan.

Lafontaine, ook wel de Napoleon van de Saar genoemd, poseerde glimmend van trots voor de klikkende camera’s in Berlijn en schudde collega-populist Gregor Gysi de hand. Deze aalgladde advocaat had ook een politieke pauze bij de PDS gemaakt, maar kondigde nu plots «de werkelijke Duitse vereniging aan». De nieuwe «Linkspartei» was geboren, en meteen goed voor twaalf procent van de stemmen, een politieke aardbeving. Als stunt zetten ze zelfs eventjes een Tatort-commissaris op de lijst.

De Linkspartei brengt het huidige vier partijenstelsel in de BRD danig in de war. Waarschijnlijk krijgt zowel roodgroen als conservatief-liberaal nu geen absolute meerderheid meer. Schröder speelt dus zeer hoog spel bij zijn «Flucht nach vorne». Hij wil noch een grote coalitie met Merkel, noch een gedwongen huwelijk met zijn politieke aartsrivaal Lafontaine. De oud-Superminister is uit het niets weer in het politieke zadel geholpen en spreekt zelfs extreem rechts aan met polemieken tegen «Fremdarbeiter» die jobs van Duitsers zouden jatten. Nu heeft de SPD opeens forse concurrentie ter linkerzijde.

Maar Schröder blijft een player: «Ik vertrouw op de moed en het verstand van de Duitsers.» Hij neemt een groot risico, maar daarmee kan de gewiekste Schröder, van huis uit advocaat, nochtans wel overweg, zo bewees de hervormer telkens als de critici hem afschreven.