De acteur als ongeleid projectiel toneel

In het begin is er de lang uitgestelde opkomst. Acteur Fedja van Huêt komt wel op, maar hij wil eigenlijk meteen weer af. Hij draait heen en weer op een krukje. Hij kijkt ons aan en hij kijkt weer weg. Hij lacht ontwapenend. En verstart dan weer. Fedja van Huêt speelt de beroemdste Nederlander uit de jaren dertig: Marinus van der Lubbe, metselaar, communist, anarchist, zwemmer, zwerver - uiteindelijk de jongen die het parlementsgebouw van het fris-genazificeerde Duitsland op 27 februari 1933 in de hens stak. Alleen? Stiekem door minister Goering in een complot gelokt? Onkundig in de nationaal-socialistische val gewandeld? We zullen het waarschijnlijk nooit weten. Na een slepend proces over die felle fik in de Reichstag wordt hij op de binnenplaats van een gevangenis in Leipzig onthoofd. Dat zijn de feiten.

Acteur Fedja van Huêt speelt in de voorstelling Ongebluste kalk die feiten nadrukkelijk niet. Feiten zijn boeiend voor historici - die ruziën al decennia over de vraag of Marinus van der Lubbe wel of niet in zijn eentje die historische brand kan hebben aangestoken. Ruzies over feiten leveren echter geen theater op. De voorstelling gaat over de binnenkant van een eenling. Journalist/biograaf Martin Schouten en dramaturg Tom Blokdijk hebben de eenling Marinus van der Lubbe gefileerd, ze hebben sectie op hem verricht. Fedja van Huêt speelt de resultaten van die sectie. En hij doet dat briljant. Zijn acteren is een godswonder. Hij stamelt de tekst. Steeds opnieuw probeert hij een kern te bereiken. Marinus - zijn personage - lijkt ter plekke almaar opnieuw ontdekkingen te doen. En hij pelt die ontdekkingen voor onze ogen af. Hij ontleedt zijn eigen drijfveren als in een publieke anatomische les. Zijn lichaamstaal is een permanente illustratie van zijn opgewonden zoektocht naar de kern van zijn bestaan. Daarin is niets gekunsteld en toch wordt het geheel grote kunst. Het is alsof Van Huêt het advies van Hamlet aan de toneelspelers tegelijk opvolgt én ontkent: ‘Pas de daad aan bij het woord, het woord bij de daad, met altijd dit ene voor ogen: nooit de grenzen die de natuur stelt te overschrijden.’ Omdat bij deze creatie het gebaar soms voorafgaat aan het woord, maar meestal als een groteske beweging volgt ná het woord, worden de grenzen van de natuur waarover Shakespeare’s Hamlet spreekt, tot het uiterste getart. Het is - ik heb het woord de afgelopen tijd vaker gehanteerd - topsport. De muziek van het duo Florentijn Boddendijk en Remco de Jong - ze zijn beiden aan de rechterkant van het speelvlak, hooggezeten, méér dan aanwezig - ondersteunt de hoekige en harkerige speelstijl met onheilspellende geluiden. In die muziek gebeurt hetzelfde als in het spel van Van Huêt: soms wordt iets aangekondigd - alsof we in een Hitchcock-thriller zitten - en soms wordt een handeling muzikaal afgeserveerd - geluidsdecor als relativering van een heftige acteurshandeling. Het rustpunt in de voorstelling is een vrouw. Ze wordt in de programmafolder aangeduid als 'poppen’ en ze heet Marieke Nieuwint. De vrouw bevindt zich achter in het decor van zes opgehangen golfplaten. Ze reikt voorwerpen aan waarover Marinus van der Lubbe spreekt. En soms schenkt ze koffie, maant maffe Rinus tot rust. De uitvoering van de brand in de Rijksdag is een topnummer waarover ik u niets verklap. Het Rijksdag-proces volvoert Van Huêt gedeeltelijk in de houding die we van foto’s kennen: gebogen hoofd, via het licht in een slagschaduw geprojecteerd op de golfplaat rechts. Maar ook met opgeheven hoofd - wat heet: een naar achteren geknikte kop met een ongemeen felle expressie. Als het gedaan is en zijn hoofd valt onder de guillotine, lacht de acteur, zijn armen gespreid. De last van zijn eindeloze dooltocht is eindelijk voorbij. Dat is het slotbeeld van een voorstelling die het verslag probeert te zijn van een keelsnoerende queeste, uitgevoerd door een mensenkind dat, hardop denkend, iets probeert te begrijpen van een wereld die om hem heen fataal op hol is geslagen. Hij heeft het ons doen weten. En vooral doen voelen. Ongebluste kalk is een voorstelling die pijn doet. + Marinus van der Lubbe wordt dezer dagen herdacht in drie tentoonstellingen in zijn geboorteplaats Leiden: in het Centrum voor Beeldende Kunst, in de Centrale Bibliotheek en in het Stedelijk Museum de Lakenhal. Alle tentoonstellingen duren tot 14 februari a.s.