De GGD krijgt de klappen

De adelaar is vleugellam

Creativiteit en improvisatie hebben bij de GGD plaatsgemaakt voor een steeds strakkere organisatie die heel Nederland moet vaccineren. Terwijl het ministerie en het RIVM de strategie bepalen, zijn hun uitvoerders in de regio de gebeten hond. ‘Wij doen ons stinkende best.’

‘Ik heb nog geen uitnodiging voor vaccinatie gehad maar iedereen om mij heen wel’, zegt een vrouw bits tegen een ggd-medewerker.

‘Dat klopt mevrouw, dat zie ik. Maar u behoort tot de groep die door de huisarts wordt ingeënt.’

‘Mijn huisarts zegt juist dat de ggd dit moet doen. Die sprak ik net en ik heb tegen hem ook gezegd dat iedereen om mij heen al ingeënt is.’

‘De ggd roept nu mensen van 73 en 74 op. De huisartsen doen nu 60 tot 64 dus u zult écht daar moeten zijn.’

‘Het wordt steeds gekker dit verhaal! Ik word van het kastje naar het muurtje gestuurd. Eerst zou ik in maart worden gevaccineerd, toen kwam dat AstraZeneca-verhaal er tussendoor en nu heeft iedereen een vaccin maar ik krijg niks.’

Hilken Tiggeloven, eigenlijk bioloog en lokale radioreporter, begon in de zomer als uitzendkracht bij de ggd. Ze loopt stap voor stap met de vrouw haar kenmerken door, zoals leeftijd, en vinkt medisch lijden af dat mogelijk voor een sneller vaccin kan zorgen. ‘Als ik dit allemaal invul dan zult u toch echt bij de huisarts moeten zijn.’

‘Het is toch onvoorstelbaar!’ roept de vrouw, gevolgd door een luide lach die eerder spottend dan vrolijk is. ‘Dat zij dan zeggen van niet. Ik ben gewoon beledigd.’

Al een jaar lang is de bellijn van de ggd een thermometer voor de stemming in Nederland. Als het onbehagen over het coronabeleid groot is, dan horen ze dat hier als eerste. Nog altijd bellen er geduldige mensen die uitgebreid bedanken, maar steeds vaker steken ongeduld en woede de kop op. De thermometer slaat sinds begin februari rood uit.

‘Over mijn team Telefonie maak ik mij echt zorgen’, zegt Anneloes Vos die als projectleider de vele medewerkers aan de bellijn begeleidt. ‘De toon is zo verhard dat ik soms telefoons overneem van mensen die bedreigd worden en uitgemaakt voor nsb’er. Dan hangt er iemand aan de lijn die zegt: ik stap nu in de auto en ik kom de deuren van de ggd eruit rijden.’ Later die middag komt het nieuws dat aan de andere kant van Nederland iemand is opgepakt voor het beramen van een terreuraanslag op een vaccinatiecentrum.

‘Ik neem soms telefoons over van collega’s die bedreigd worden en uitgemaakt voor NSB’er’

Woede komt inmiddels van alle kanten. Zo zijn er antivaxxers en complotdenkers die priklocaties opzoeken, al zijn die meestal goed te overtuigen om rechtsomkeert te maken. Groter is de groep van bezorgde ouders die door een opeenstapeling van positieve testen op basisscholen soms weken met het hele gezin in quarantaine zitten. Of dus die ouderen die net als mensen met een slechte gezondheid vinden dat zij sneller of eerder dan anderen recht hebben op een vaccinatie.

‘Ik zie ook wel dat mensen soms tussen wal en schip vallen’, zegt Vos. ‘Ik heb de hele dag collega’s aan mijn bureau met verhalen van mensen met zwaar overgewicht of een longcapaciteit die zeer beperkt is. Of zij niet toch een uitzondering zijn. Mensen roepen dat wij niet werken, niet willen of koppig zijn, maar wij zitten aan het einde van een lange lijn vol protocollen en beperkte leveranties van vaccins.’

Protocollen en standaarden zijn het grootste verschil met een jaar geleden. Toen Nederland voor het eerst in lockdown ging en de straten uitgestorven raakten, stroomden hier de gangen vol met soldaten, brandweermannen, politieagenten en mensen met omineuze titels als ‘zorgcommandant’. De ggd is als een adelaarsnest, schreef ik in de eerste aflevering van een serie waar dit verhaal het zevende hoofdstuk van is. Vanuit een anoniem ogend kantoorgebouw in het dorpje Warnsveld in Gelderland werden zorginstellingen en publieke gezondheid in de gaten gehouden van 820.000 Nederlanders, die leven op een uitgestrekte plattelandsstrook tussen de Duitse grens en het Veluwemeer.

Burgers en huisartsen hingen aan het begin ook boos aan de telefoon. Zij eisten toen geen vaccins, maar schaarse testen voor zichzelf, hun ouders of hun patiënten.

Het grote verschil tussen toen en nu was dat al die afwegingen lokale afwegingen waren. Elk telefoontje dat een arts deed twijfelen werd een plakbriefje op de muur waar kort over vergaderd kon worden. ‘Er waren aan het begin van de crisis ook rivm-richtlijnen, maar daar kon je gemotiveerd van afwijken’, zegt Peter Schrooders, een van de artsen infectieziekten. Hoe ga je bijvoorbeeld om met die inwoner van dat asielzoekerscentrum die weliswaar gezond genoeg is, maar die op zo’n klein oppervlakte leeft dat hij een gevaar kan zijn voor anderen? Wat doe je met de gevangenis? Of een verstandelijk beperkt iemand waarvan je weet dat die in een verzorgingstehuis op zijn huisgenoten klimt? Pandemiebestrijding bleek geen zakelijke aangelegenheid die zich liet vastleggen in strikte regels.

‘Wij zijn nu op zo’n grote schaal bezig dat het steeds moeilijker wordt om maatwerk te leveren’, zegt Schrooders. ‘We kunnen niet elk telefoontje de al chaotische strategie laten beïnvloeden. We moeten nu het grotere belang boven het individuele belang stellen. Ik voel een ontzettende frustratie in mijzelf, ik wil vaak anders besluiten, maar rationeel kan dat niet.’

Na een jaar is het adelaarsnest groter dan ooit. Het personeelsbestand groeide van 250 mensen uit tot 1250. De overkoepelende blik op de meer dan achthonderdduizend inwoners van de regio is gebleven, maar de adelaar is vleugellam. Creativiteit en regionale improvisatie zijn stapsgewijs ingeruild voor uniform beleid dat in heel Nederland hetzelfde is.

‘Het kan ook écht niet anders’, legt projectleider telefonie Anneloes Vos uit. ‘Als wij wel uitzonderingen maken, wat we soms doen in overleg met artsen, dan worden die door het landelijke callcenter ongedaan gemaakt.’ Zo had zij pas nog iemand die recht had op een AstraZeneca-vaccin, maar waarvoor de huisarts het beter vond om Pfizer toe te schrijven. ‘Het is nog pijnlijker als je zoiets wel toezegt maar dat het uit het systeem verdwijnt.’

Directeur Jacqueline Baardman ziet hoe haar crisispersoneel van het eerste uur lijdt onder de centralisering die sluipenderwijs is opgetreden, vertelt zij in een glazen kantoor aan de rand van het opvallend lege hoofdgebouw van de GGD Noord- en Oost-Gelderland. Haar meer dan duizend werknemers werken niet meer hier maar vooral thuis, op een van de vele test- of vaccinatielocaties in de omgeving, of ze bemannen de bellijnen vanuit het nieuw aangeworven kantoorpand in Zutphen. ‘Er zijn nu landelijke projectorganisaties die onder vrij directe aansturing van het ministerie van Volksgezondheid staan’, zegt ze. ‘Alles is geüniformeerd en volgens mij moet dat ook zo. Het blijft belangrijk om lokaal ingebed te zijn, contact te houden met huisartsen, ziekenhuizen, brandweer en politiek. Maar een van de grote lessen van het afgelopen jaar waar het na de crisis veel over zal gaan is dat we geen landelijk systeem hadden voor infectieziekten. Dat we nu één lijn trekken is logisch.’

‘Wij hebben niet meer de autonomie of het mandaat, maar krijgen wel de kritiek’

De Gemeentelijke Gezondheidsdiensten (ggd’en) zijn in Nederland, zoals de naam verraadt, lokaal georganiseerd. Ze vallen onder wethouders, maar met het uitbreken van de pandemie zijn zij op slag hét uitvoerend ambtenarenapparaat geworden van minister Hugo de Jonge. Dat is wettelijk zo geregeld en wordt nu, vooral rondom het vaccineren, stapsgewijs realiteit.

‘Wij hebben niet meer de autonomie of het mandaat, maar krijgen wel de kritiek’, zegt een covid-projectleider. Het is het slechtste van twee werelden: ggd’ers incasseren de kritiek voor beleid waar ze zelf nauwelijks meer invloed op hebben. Wat daarbij niet helpt is dat de landelijke koepelvereniging die tot voor kort zeer klein was en vooral als doel had om afstemming tussen ggd’en te bewerkstelligen, het doorgeefluik is geworden van ministerieel beleid. Zowel de communicatie als de beleidsafdeling van de koepelverenigingen krijgt instructies van het rivm en het ministerie, maar draagt die vervolgens onder de eigen ggd-vlag uit.

‘Euhh… wisten we dit?’ appt Anneloes Vos naar haar collega’s op zondag 14 maart. Het is iets voor elf uur ’s avonds en terwijl ze de weekendupdate van haar manager leest, komt de nos met een pushmelding. Daarin staat dat Nederland voorlopig stopt met het AstraZeneca-vaccin.

‘Mijn eerste gedachte was: er staan voor morgenochtend 324 mensen ingepland, wie belt hen af?’ Tijdens een nachtelijk overleg tussen Vos en een handvol leidinggevenden die nog wakker zijn, bespreken ze die vraag. Ook schroeven ze de beveiliging op uit angst voor boze mensen op vaccinatielocaties en delen ze hun frustratie dat ze weer op deze manier zijn verrast door hun minister.

Een van hen vat de route van Den Haag naar de uitvoerende ambtenarij als volgt samen: ‘De minister neemt een besluit, dat besluit moet naar de koepelvereniging ggd-ghor, die praten met de landelijke projectorganisatie, die gaat dat weer uitrollen naar alle ggd’en en ergens in dat proces heeft de minister allang een persconferentie gegeven en staat het al op alle nieuwssites.’

De volgende ochtend blijkt dat de koepelvereniging sms’jes stuurt naar mensen met een vaccinatie-afspraak om ze te waarschuwen niet te komen. Ook hebben veel mensen het landelijk nieuws gezien en daaruit geconcludeerd dat hun afspraak is vervallen.

Ingewikkelder zijn de reacties van mensen die wel zijn gekomen voor hun langverwachte prik, die ontsteken soms in woede. Mensen die op zondagavond nog wél zijn geprikt, enkele uren voordat de prikstop werd afgekondigd, bellen boos op. ‘Hoe kan het dat jullie mij hebben gevaccineerd terwijl jullie allang wisten dat er risico’s waren?’

De facto uitvoeringsambtenaren staan zo keer op keer vol in de wind vanwege beslissingen die zij zelf niet nemen. Als Brussel en Den Haag slecht onderhandelen over vaccin-inkoop of AstraZeneca minder flacons levert dan beloofd, kijken mensen naar de ggd. Aan talkshowtafels werpen mensen als Peter R. de Vries verontwaardigd vragen op over waarom ‘er niet dag en nacht gevaccineerd wordt’. Boegbeeld van de ziekenhuizen, de Rotterdamse ziekenhuisbestuurder Ernst Kuipers, herhaalt in interviews dat ziekenhuizen graag bijspringen als het prikken bij de ggd niet opschiet.

‘Hij roept dat zij er wél klaar voor zijn. Ja dat snap ik, dat zijn wij ook’, zegt Henriette Hoogerheiden, projectmanager vaccineren. Twee weken geleden nog sloot zij tijdelijk een zevende vaccinatielocatie omdat niemand daar iets te doen had. ‘Wij staan klaar, wij willen prikken. De weekenden doen wij al en de nacht mag daarbij als het nodig zou zijn. Maar zolang er geen vaccin is, kan geen enkele partij prikken, zelfs Kuipers niet.’

‘Hoe kan het dat jullie mij hebben gevaccineerd terwijl jullie wisten dat er risico’s waren?’

Hoogerheiden werkt pas een paar maanden bij de ggd en worstelt met de felle kritiek op haar nieuwe werkgever. ‘Nu ik hier werk zie ik dat met de vinger gewezen wordt naar een organisatie die feitelijk het einde van een keten is.’ Half december kreeg zij de opdracht om ‘ergens in januari’ één vaccinatielocatie te openen. Toen het eenmaal januari was en er maatschappelijke verontwaardiging ontstond omdat Nederland wel heel ver achterliep op andere Europese landen, besloot de minister om te versnellen. De ggd vervroegde braaf zijn deadline, een enkele regio begon zelfs een week eerder.

‘Op de legendarische maandagochtend 1 februari was er een spoedoverleg waarin werd gezegd dat wij de volgende dag moesten verdrievoudigen’, zegt Hoogerheiden. ‘Binnen 24 uur dus, met als boodschap: alles wat je vanaf morgen niet kunt wegprikken moet je inlopen in de dagen daarna. Wij hadden gelukkig al een extra locatie klaarstaan. Nadat wij de openingstijden verruimden tot tien uur ’s avonds stonden wij opnieuw klaar, zelfs na zó’n vraag.’

De hectiek, het snelle schakelen en vaccinleveranties die haperen, ze begrijpt het. ‘Ik vraag me alleen af hoe wij dat beeld moeten ontkrachten dat het hier altijd fout gaat. Wij doen ons stinkende best en hebben rond het vaccineren nog nooit niet geleverd. Maar naast die werkelijkheid is er een politieke werkelijkheid ontstaan waarbij naar ons als partij wordt gewezen als schuldige.’

Aan een muur van de kamer van de artsen infectieziekten hangt een groot A3-papier met daarop: ‘Veerkracht ontwikkeling door verschillende copingstrategieën’. Met tips als ‘zoek afleiding’, ‘situatie accepteren’, ‘sociale steun zoeken’ en ‘uitzoomen en relativeren’. Het zijn adviezen die ggd-medewerkers hebben opgesteld voor de uitzendkrachten die aan de telefoons de stijgende onvrede verwerken.

‘Verwachtingen die niet uitkomen zijn moeilijk te verteren’, zegt epidemioloog Caroline Timmerman. ‘Wij accepteren niet dat ons dingen overkomen die wij niet direct kunnen oplossen. Die frustratie zie je overal, die voelen mensen hier ook.’ Ze verwijst naar de persconferenties die al maandenlang vooral een aankondiging van uitgestelde hoop zijn. Al ziet zij in haar regio, die ze op haar vele schermen vol cijfers en grafieken in de gaten houdt, één lichtpuntje. ‘Hier is een ramp voorkomen’, ze wijst naar de zeer steile piek van begin januari. Dat lijntje begon eind vorig jaar te klimmen maar is begin dit jaar weer ingestort.

Het is het aantal besmettingen in verpleeg- en verzorgingstehuizen. Door een combinatie van personeelstekorten en snelle virusverspreiding ging het op die plaatsen zo slecht dat instellingen soms mensen aan hun deuren moesten weigeren of huidige inwoners niet meer konden verzorgen. ‘Als vijftig procent van je inwoners ziek wordt en een groot deel daarvan overlijdt, dan is dat echt verschrikkelijk’, zegt Timmerman. Nu kunnen ze daar weer even ademhalen: hun inwoners zijn als eerste Nederlanders gevaccineerd. ‘Het probleem is daar nu weg, de tachtigplussers zijn gered.’

De grimmige grafieklijnen van Timmerman illustreren hoe keuzes op het allerhoogste niveau levensreddend en levensveranderend kunnen zijn. Ze onderstrepen ook de keuze die daarbij is gemaakt. Zo is er begonnen met het vaccineren van de allerzwaksten in zorginstellingen in plaats van bijvoorbeeld vijftig- en zestigplussers die ic’s in ziekenhuizen bevolken. ‘Wat is een slimme keuze? Welk mensenleven is meer waard?’ zegt Timmerman. ‘Dat zijn belangrijke ethische vraagstukken waar wij als ggd niet over beslissen.’

Wat de GGD is voor uitvoering, is de Gezondheidsraad voor strategische en morele afwegingen. Zij brachten het advies uit over de volgorde van vaccineren, Hugo de Jonge zette dat om in beleid. Vorige week kwam de Gezondheidsraad opnieuw met een ingrijpend advies: stop met het toedienen van AstraZeneca aan mensen onder de zestig jaar. Als de minister dat enkele uren later overneemt zijn ze in Warnsveld deze keer dus niet verrast. Wel zucht een aantal medewerkers als ze de pushberichten lezen: ggd stopt met AstraZeneca. ‘Nu is het weer alsof wij dit hebben besloten.’

Ze vrezen dat het slechte nieuws opnieuw invloed zal hebben op de vaccinatiebereidheid. ‘Afsprakenslots liepen altijd meteen vol zodra wij ze openzetten’, zegt Vos. ‘Het lijkt erop dat mensen overslaan in de hoop dat ze dan voor een ander vaccin in aanmerking komen.’ Een oproep aan 70- en 72-jarigen om zich nog voor het ontvangen van een uitnodiging alvast online aan te melden voor een Pfizer-prik gaat in de dagen daarna viraal.

Hoogerheiden kijkt ondertussen aan tegen haar voorraad AstraZeneca-vaccins, die groot genoeg was geweest om de komende weken door te prikken. Vanwege de vaccinatiestop zullen die voorlopig op de plank blijven liggen om verspilling te voorkomen. De vijfhonderd medewerkers die zij de afgelopen maanden heeft aangenomen, kunnen opnieuw niet volledig ‘op stoom’ komen.

Steeds vaker duiken bij vaccinatielocaties mensen op om te vragen of zij alsjeblieft de spillage – het vaccin dat over is aan het einde van de dag – ingespoten kunnen krijgen. Soms lopen de gemoederen daarbij zo hoog op dat de beveiliging ingrijpt.

‘Er komt binnenkort een nieuwe landelijke lijn waarmee we op advies van artsen het vaccin dat over is beter mogen verdelen’, zegt Hoogerheiden. ‘Maar ook tot die tijd geldt: wij mogen niet voor God spelen.’