Film: ‘Kursk’, meer dan een duikbootfilm

De adem inhouden in bad

Regisseur Thomas Vinterberg vertelt het politieke en technologische verhaal van de ramp met de Russische atoomonderzeeër Koersk, maar het drama zit in de beelden van vrouw en kind.

Léa Seydoux als Tanya Averina en Artemiy Spiridonov als Misha © Foto’s Independent Films

De camera zoekt constant de blik van een jongen met donkere ogen die kijkt naar de chaos van de wereld om hem heen. Pas tijdens de gedenkdienst in de kerk, als de tragedie is geweest en de mannen in het uniform van de Russische vloot hem willen condoleren, laat het kind zijn verdriet zien: hij draait zich om en begraaft zijn gezicht in de zwangere buik van zijn moeder. Het tafereel straalt iets mysterieus uit: de conventies van de religieuze schilderkunst, de personages dicht bij elkaar gebracht door het vierkante kader van het beeld, met moeder en kind als focuspunt van het heilige.

Kursk gaat over de ramp op 12 augustus 2000 waarbij 118 opvarenden de dood vonden toen de Russische atoomonderzeeër Koersk in de Barentszzee zonk. De regisseur is de Deen Thomas Vinterberg, in de jaren negentig bekend geworden toen hij samen met collega Lars von Trier de Dogma 95-beweging oprichtte die soberheid in de cinema predikte. Vinterbergs film over schokkende familiegeheimen, Festen, was de eerste en tevens meest geslaagde Dogma-film. Hoewel Dogma de laatste jaren weinig grote successen opleverde, zijn de schaduwen ervan duidelijk zichtbaar in Kursk, een film voor een groot publiek met special effects die passen bij het duikbootgenre. Vooral in de wijze waarop Vinterberg focust op de emotionele gevolgen van de ramp, verpersoonlijkt door de jongen die zijn vader kwijt is, schemert de stijl van minimalisme en de subjectieve ervaring door.

Al vanaf de eerste minuten zijn we bij het gezin: kapitein Mikhail Kalekov (Matthias Schoenaerts), zijn vrouw Tanya (Léa Seydoux) en hun zoontje Misha (Artemiy Spiridonov). Ze kunnen hun geluk niet op: Tanya is zwanger, Misha heeft zijn vader bij zich. En die lijkt het heel fijn te vinden om huismus te zijn. Toch is het naderende onheil aanwezig; we weten immers hoe het verhaal afloopt. Daarom is de beginscène zo effectief: Mikhail die met Misha in bad een spelletje speelt waarbij de laatste kijkt hoe lang hij zijn adem kan inhouden. Om te timen gebruikt Mikhail zijn zeemanshorloge dat, zo zal snel blijken, het lugubere hoofdmotief van Kursk verbeeldt.

Dat de film werkt is te danken aan Vinterbergs gevoelvolle regie. Met zijn beelden vertelt hij nooit te veel, zoals hij ook deed in Festen en later nog sterker in Jagten (zijn film uit 2012, over een van pedofilie beschuldigde man). Vinterbergs uitdaging moet zijn geweest: hoe vind je de menselijke kern van een verhaal dat erop aandringt te worden verteld in termen van zowel het duikboot-filmgenre als de historische gebeurtenis? Hij komt een heel eind met het scheppen van twee verhaalwerkelijkheden die recht tegenover elkaar staan: enerzijds de grote, wijde wereld, letterlijk verbeeld door een breed kader, anderzijds de ruimte ‘binnen’, de emotionele leefwereld, eveneens letterlijk te zien in het kader dat, ongebruikelijk genoeg, tijdens de vertelling verkleint tot het archaïsche vierkante beeld. Daar, ‘binnen’, groeit de angst van moeder en kind die wachten op nieuws over de verdronken zeemannen.

Net zoals je niet eeuwig je adem kunt inhouden, leeft niemand voor altijd

Er zijn vele verhalen en films over onderzeeërs, te beginnen met Jules Verne’s Twintigduizend mijlen onder zee uit 1870. Meer recente hoogtepunten zijn Wolfgang Petersens Das Boot (1981) en Kathryn Bigelows K-19 (2002). Allemaal verbeelden ze een geopolitiek, technologisch spektakel waarin mannen en mannelijkheid (nooit vrouwen, behalve als wachtende weduwen in spe) tegelijkertijd worden gevierd en ondermijnd. De zee biedt vrijheid, maar ook de mogelijkheid van de dood. Op zee vinden de mannen kameraadschap, eer en een kans op verlossing; daar kunnen ze de eigen demonen overwinnen, bijvoorbeeld door onder zware stress de juiste beslissingen te nemen, zoals in Tony Scotts Crimson Tide (1995), waarin Denzel Washington als jonge officier tegen de bevelen van zijn tirannieke bevelvoerder (Gene Hackman) in gaat om een nucleaire oorlog te voorkomen.

De onderzeeër verbeeldt macht en vormt tegelijkertijd de imaginaire ruimte waar macht en moraliteit onder het vergrootglas komen te liggen. Toen de atoomduikboot Nautilus in 1958 de eerste onderzeeër werd die onder de Noordpool door voer, boekten de Amerikanen een broodnodige overwinning in de Koude Oorlog. Voor de regering van president Dwight D. Eisenhower kwam de doorbraak op het juiste moment, aangezien Moskou maanden tevoren voor het eerst satellieten in een baan om de aarde had gebracht (in Spoetnik 2 zat het hondje Laika). Maar de Nautilus, vernoemd naar het machtige onderwatervaartuig van Verne’s megalomane rebel kapitein Nemo, stond ook voor de mogelijkheid van grootschalige destructie. Wetenschappers en politici zagen atoomkracht destijds niet alleen als een wapen om in te zetten in de Koude Oorlog maar ook als een breed toepasbare energiebron.

Menselijkheid uiteengerukt door een perverse vertoning van machts­politiek

Atoomauto’s of nucleaire koffiezetapparaten kwamen er niet, onderzeeërs met kernreactoren wel. De Koersk was K-141, maar daarvoor hadden de Russen de K-19, een duikboot toegerust met kruisraketten die zo geplaagd werd door allerlei ongelukken en tegenslagen dat de bemanning hem ‘Hiroshima’ doopte. Dat bleek een profetische naam: op 4 juli 1961 veroorzaakte een lekkage in de kernreactor een crisis die Bigelow in haar film, met de mooie subtitel The Widowmaker, schitterend verbeeldt door in te zoomen op de angst van gewone mannen die worstelen met de technologie van massavernietiging. Na het ongeluk blijkt dat er geen pakken aan boord zijn om hen tegen straling te beschermen. Het dilemma: repareren ze het koelingssysteem van de reactor niet, dan volgt een ramp van ongekende omvang, doen ze dat wel, dan gaan ze een wisse dood tegemoet.

Onvergetelijk is de scène waarin een van de mannen, gekleed in een pak dat bedoeld is voor bescherming tegen chemische stoffen, in slow motion richting de deur loopt die leidt naar de reactorkamer, zijn ogen verscholen achter een rubberen zuurstofmasker. De daad oogt nihilistisch. Maar de ironie is dat het masker juist iets laat zien wat essentiëler is: een beweging ‘naar binnen’. Zo legt Bigelow het gevoelsleven bloot van mannen onder druk. Die moeten een mechanisch mankement herstellen, gedreven door eergevoel, gesterkt in het weten dat ze, diep onder de zee gevangen in een doodskist van ijzer en staal, alleen op hun makkers kunnen rekenen. Er is angst, bij Bigelows mannen, en daarmee ook menselijkheid.

Matthias Schoenaerts ® als Mikhail Kalekov samen met Matthias Schweighöfer als Pavel © Foto’s Independent Films

In Kursk brengt Vinterberg drie groepen bij elkaar, en de mix is explosief: de Russische militaire leiding, de gezinnen thuis en de zeemannen aan boord van de duikboot die gestrand is op de bodem van de zee. 23 mannen hebben de explosie in de torpedokamer overleefd. Een van hen is Mikhail, vader van Misha, geliefde van Tanya. We zijn in het midden van het verhaal; het beeld is breed, het falen van technologie is schrijnend. Mikhail en zijn collega’s wachten vergeefs op redding; Tanya en de andere vrouwen wachten thuis met hun kinderen op daadkracht van de autoriteiten; Russische vlootofficieren, onder wie een oude bevelvoerder gespeeld door Max van Sydow, wachten op de optimale omstandigheden voor het verspreiden van desinformatie.

Geen van de groepen heeft genoeg tijd. De falende reddingspoging met behulp van een pathetisch Russisch duikbootje is spannend en tragisch. Terwijl de bemanning zonder succes probeert met de Koersk te koppelen, neemt Mikhail de leiding in de ruimte waar de overlevenden worstelen met de naderende dood. Deze scènes zijn verrassend goed: Vinterberg toont een talent voor visuele actie, hierbij gesteund door de uitstekende Schoenaerts die opfleurt in een rol die van hem eist met zijn lichaam te acteren. Dit houdt ook het uitbeelden van kameraadschap in, en hier zien we dezelfde genuanceerde blik als die van Bigelow in K-19: mannen gebruiken hun fysieke kracht als wapen (je moet een luik kunnen loswrikken, lang onder water kunnen zwemmen, een door paniek bevangen kameraad met gevaar voor eigen leven in bedwang kunnen houden), maar belangrijker is mentale vitaliteit. Dat betekent: angst onder ogen zien, praten over gevoel, nuchter blijven wat betreft de werkbare opties, de man naast je helpen, ook emotioneel. En uiteindelijk: weten dat bevrijding onmogelijk is, dat het einde een feit is, en deze finaliteit onder ogen zien.

Vinterberg verplaatst de camerablik (het beeldkader vernauwt) vervolgens naar de emotionele leefwereld van Tanya en Misha. Het kind staart maar naar buiten, naar de zee, en hij vraagt aan zijn moeder wanneer Mikhail dan thuiskomt. Het antwoord geeft ze niet, maar dat zou luiden: net zoals je niet eeuwig je adem kunt inhouden, leeft niemand voor altijd. Het kind heeft nu al alleen herinneringen aan hem. De momenten thuis: verstoppertje spelen, in bad zijn adem inhouden en met zijn vaders zeemanshorloge timen hoe lang hij dat volhoudt. Het horloge blijkt niet mee te zijn gegaan op de Koersk. Tijd is het enige wat hij nu nog heeft – in de vorm van herinneringen aan hoe het was toen zijn vader nog leefde.

Kursk toont menselijkheid uiteengerukt door een perverse vertoning van machtspolitiek. Daarom werkt het zo goed dat Vinterberg zijn camera dicht bij de vrouwen houdt wanneer ze op een bijeenkomst in opstand komen tegen de propagandapraatjes van Russische officieren (‘De macht van onze vloot…’, ‘Redding is een kwestie van tijd’). Het cynisme ervan staat in schril contract met het beeld van Misha die keer op keer, mysterieus, in close-up wordt gefilmd. Waar is Vinterberg naar op zoek als hij de blik van het kind aftast? Misschien naar onschuld en hoop, naar geestelijke redding.

De aanwezigheid van de Russisch-orthodoxe iconografie, eerst tijdens het huwelijk van Mikhails vriend, daarna op een herdenkingsbijeenkomst in een kerk, wijst op een connectie met het heilige dat we net als de dood van een geliefde kunnen bevatten noch aanraken. In de buurt komen moeder en kind. Dicht bij elkaar gebracht in het nauwe beeldkader bieden zij soelaas, alsof hun aanwezigheid genoeg is om ons te beschermen tegen de chaos van de wereld.


Kursk ging in première op het Parool Film Festival en is vanaf 6 december in de rest van Nederland te zien

Help ons groene.nl te vernieuwen.

Doe mee aan onze enquête

Het invullen neemt zo’n 5 minuten in beslag. U kunt niets winnen, maar wij zijn u zeer erkentelijk als u meedoet aan de enquête.