De afbraak van het Westen

Deze week herdenkt de wereld de verwoesting van de Twin Towers, de grootste overval op de westelijke democratie sinds Hitlers Blitzkrieg. We blikken terug, en wat belangrijker is: we stellen praktische vragen. Hebben we het beste antwoord op deze weergaloze agressie gevonden?

Het hangt ervan af hoe dit bedoeld wordt. In directe zin: waarschijnlijk wel. Het Westen heeft zich gepolitioneerd. Voor je in een vliegtuig wordt toegelaten, moet je je laptop en andere elektronica op een lopende band leggen, je schoenen uittrekken, je aansteker afgeven, je gaat door een poortje waar alles wordt ontdekt. En dat is alleen je directe ervaring. De luchtvaartmaatschappij heeft je gescand. Misschien de onmetelijke digitale archieven geraadpleegd waarin al je doen en laten geregistreerd staat. Dat weten we niet. Maar wel dat in de loop van tien jaar de westelijke maatschappij in een gecamoufleerde politiestaat is veranderd. Voor onze collectieve bestwil. En het heeft geholpen. Een daad als 9/11 is niet meer voorgekomen.
De andere vraag is de macro-politieke. Heeft het Westen in dat opzicht doelmatig gereageerd? In de eerste dagen na de overval was er een ongekende solidariteit. Nous sommes tous des Américains, schreef Le Monde. President George W. Bush, die er al eerder blijk van had gegeven dat hij weinig tot niets in het westelijk bondgenootschap zag, zei: wie niet voor ons is, is tegen ons. Op zijn initiatief had Amerika het klimaatverdrag van Kyoto al verlaten. Deze nieuwe isolationistische botheid van de hypermacht was de bevestiging dat de Verenigde Staten principieel een bondgenoot van een andere orde waren geworden.
De Navo heeft geen invloed gehad op het besluit van Washington tot de tegenaanval op Afghanistan en de bombardementen op de grotten van Tora Bora waar Osama bin Laden zich zou schuilhouden, maar deze reactie werd in Europa begrepen. De afbraak van het bondgenootschap is pas goed begonnen in 2002 toen Bush, gesteund door zijn neoconservatieve dwaallichten, voorbereidingen tot de oorlog tegen Saddam Hoessein begon te treffen. Duitsland en Frankrijk waren tegen. De dictator was na zijn vergeefse annexatie van Koeweit door president Bush sr. met medewerking van de internationale gemeenschap in een zorgvuldig gecontroleerde quarantaine geplaatst. Maar met een door Washington opgezette leugencampagne, trouw gesteund door de Britse premier Tony Blair (en laten we niet vergeten: een deel van de ‘kwaliteitspers’, The Economist bijvoorbeeld), was het in 2003 zo ver. Met een vernietigende klap, shock and awe, werd de aanval ingezet. En op 1 mei verklaarde Bush, verkleed als piloot, de overwinning. Daarna is de oorlog pas goed begonnen.
De twee ambtstermijnen van deze president zijn niet alleen voor Amerika maar voor het hele Westen een catastrofe geweest. De twee oorlogen hebben honderden miljarden gekost en zijn nog niet afgelopen. Niemand weet hoe aan de Amerikaanse aanwezigheid in Afghanistan en Irak een eind moet worden gemaakt. Zijn ultraconservatieve economische politiek is een van de oorzaken van de schuldencrisis die in 2008 is uitgebroken en nog altijd voortwoekert. De ramp van Bush en zijn bondgenoten heeft wel tot de overwinning van Obama geleid, maar ondanks een veelbelovend begin is de nieuwe president er niet in geslaagd Amerika tot een wedergeboorte te brengen. Is het de ontmaskering van een president die meer beloofde dan hij kon geven? De economische crisis duurt voort, de werkloosheid is bijna tien procent en het klinkt ongelooflijk, maar vijf procent van het volk neemt 37 procent van alle aankopen door consumenten voor zijn rekening. Amerika is op het ogenblik op weg een maatschappij van scherp gescheiden klassen te worden. Het is een natie in diepe malaise.
Intussen is de campagne voor de volgende presidentsverkiezingen begonnen. Rechts wapent zich. Voorkom Obama’s tweede ambtstermijn, is de leidende boodschap. In de Amerikaanse politiek gaat het nooit zachtzinnig toe, maar nu ageren de Republikeinen zo direct en onbeschoft dat het aan de glorietijd van senator Joseph McCarthy, de grote communistenjager van de jaren vijftig, doet denken. Maar heeft rechts een constructief alternatief? Dat zou nog moeten blijken.
Op het ogenblik wordt het Westen in z'n geheel bedreigd door de Amerikaanse multicrisis: in militair, economisch, politiek en sociaal opzicht. In 1987 heeft de Britse historicus Paul Kennedy met zijn boek The Rise and Fall of the Great Powers een voorspellende aanzet gegeven. Grote machten gaan ten onder aan 'imperial overstretch’, is zijn stelling, een overmaat aan buitenlandse verplichtingen gepaard aan verwaarlozing van de thuisbasis. Het schoolvoorbeeld was het Amerika van Bush; en het medeslachtoffer ook toen al Europa. De toestand is verslechterd. Het hele Westen lijdt onder een overstretch die gepaard gaat met een diepe intellectuele en politieke crisis. Er is geen macht in zicht die daarin verandering kan brengen. Paniek ligt om de hoek.