De afgelasting

Na het overlijden van Enneüs Heerma heeft het CDA de andere partijen met succes verzocht af te zien van het verkiezingsdebat. Zo'n politieke televisiediscussie is niet zozeer een wedstrijd welke politicus de beste argumenten heeft of wie het beste overkomt, maar vooral een geheugensteun voor zappers. Als bij het zigzaggen langs de kanalen de heren een paar keer voorbij schieten, weten ze weer dat ze de volgende dag moeten opdraven. Het schrappen van het debat zal de opkomst dan ook niet hebben bevorderd. En aangezien het CDA van die lage opkomst het meest heeft geprofiteerd, heeft Enneüs Heerma in feite postuum zijn eerste verkiezingsoverwinning behaald.

Begrijp me goed. Ik geloof niet dat De Hoop Scheffer dit effect heeft voorzien of doelbewust heeft nagestreefd. Ik geloof evenmin dat hij of de andere leiders Heerma’s dood hebben misbruikt om op een geruisloze manier van een lastig debat af te komen. Al had iedereen er belang bij: de regeringspartijen om te zorgen dat de sfeer in de coalitie niet verder werd verziekt, de oppositiepartijen om te voorkomen dat ze net als bij het lijsttrekkersdebat aan de vooravond van de Tweede-Kamerverkiezingen het aflegden tegen Kok. Ik vrees dat het erger is. Ik geloof dat ze werkelijk meenden Heerma op deze manier een eer te bewijzen. Na zijn overwinning bij een tennistoernooi in Londen heeft Richard Krajicek de zege opgedragen aan Menno Oosting. De dag voor de finale was hij nog naar Nederland gevlogen om zijn vriend te begraven. Spelen en winnen leek Krajicek echter een mooier eerbetoon dan opgeven. Er zullen ook weinig schrijvers en polemisten zijn geweest die uit respect voor Karel van ’t Reve tot zijn teraardebestelling de pen hebben neergelegd. Nu kan nog worden gezegd dat Heerma als politiek leider van het CDA slachtoffer is geworden van de televisiedemocratie en dat het een mooie speling van het lot is dat de televisiedemocratie nu éénmaal slachtoffer werd van hem. Het zou nog iets ontroerends hebben gehad als het een daad van verzet was geweest, zoals de ouders van de Gorinchemse Froukje Schuitmaker aan de tragische dood van hun kind nog zin probeerden te geven door die te beschouwen als een hernieuwd begin van een beweging. Maar een politieke daad was het niet. De Hoop Scheffer vond een debat domweg niet gepast. Van alle mogelijke manieren om iemand te herdenken - een minuut stilte voor het debat, een plechtig woord vooraf of het dragen van een zwarte das - koos hij de afgelasting. Dat prostituees bij het overlijden van een collega niet rond het graf lonken naar mogelijke klanten, zou ik kunnen begrijpen. En zelfs in dat geval zou een minuut stilte voor elke wip waarschijnlijk meer impact hebben. Het schrappen van het verkiezingsdebat impliceert dat politiek iets oneerbaars is. Heerma heeft echter zijn leven in dienst gesteld van de politiek. Het is dan ook cynisch om zijn levenstaak na zijn dood alsnog te bestempelen als iets dat eigenlijk niet door de beugel kan en bezoedelend werkt. Als politici zelf al vinden dat politiek vies is, waarom zouden kiezers dan nog gaan stemmen? Een passender in memoriam zou het zijn geweest als de politieke leiders, voor mijn part na een minuut stilte, hadden geprobeerd het debat te voeren in de geest van Heerma: een stevig debat dus tussen mensen die niet malen om camera’s en imago’s.