H.J.A. Hofland

De afrekening

Als hij/zij nu begint, tot en met 15 mei de aflevering van een feuilleton schrijft, iedere dag achthonderd woorden, heeft deze auteur de dag daarop een boekje van iets meer dan honderd pagina’s bij elkaar. Voor een aanstormend talent moet dat een koud kunstje zijn. Zeker. Maar waarom moet het juist op 15 mei klaar zijn? Omdat het ons land van na de vijftiende beschrijft. Het is een kleine toekomstroman. De toekomst begint op de 16e, als we wakker worden in een vaderland waar de Leefbaren van alle richtingen op democratische wijze de absolute meerderheid hebben veroverd.

Het ancien régime is verdwenen. Dit is voor ons, nu nog, een onvoorstelbare werkelijkheid. Vandaar dat het literair talent de massa’s met hun gebrekkige verbeeldingskracht, (die alle massa’s in hun ontluikende geestdrift nu eenmaal eigen is) nú moet helpen om zich in de herboren natie zo snel mogelijk thuis te voelen.

Iedere geslaagde revolutie, democratisch of niet, heeft één onmiddellijk gevolg: er wordt afgerekend met de partijen waaraan het volk alle ellende te danken heeft. Dat zijn er over het algemeen weer twee: de oude heersende klasse en de zondebokken. In de Franse Revolutie was het eenvoudig; de oude machthebbers en de zondebokken waren niet te onderscheiden. De adel had het gedaan, en wie daar niet bij hoorde, was automatisch cito yen, tenzij hij tegen beter weten in iets anders wilde zijn. In de Russische Revolutie ging de hele elite zonder pardon voor het vuurpeloton. Wie er burgerlijk uitzag, werd genadeloos gestraft. De kleine boeren werden uitgemoord. Toen kwam in Duitsland de conservatieve revolutie. De Junkerkaste werd van haar macht beroofd, maar verder met rust gelaten voor zover ze zich braaf gedroeg. Voor het eerst speelden de zondebokken een hoofdrol: de joden, de communisten en de intellectuelen. Dat weten we.

Verdiepen we ons nu in de problemen van de schrijver die dit feuilleton voor zijn rekening gaat nemen. De geschiedenis herhaalt zich nooit, maar tussen deze en gene situatie zijn wel bepaalde overeenkomsten. Valt het u niet op dat de nadagen van Paars II een beetje doen denken aan die van de Republiek van Weimar? De machteloosheid, de besluiteloosheid, ja, de bangheid van de uitvoerende machten? Zeker: er is één groot verschil. Er is geen beurskrach geweest, als inleiding tot een economische depressie. Maar hoewel er fun genoeg is in ons dagelijks leven, wringt het aan alle kanten. Vervang economie door organisatie en de overeenkomst wordt al duidelijker. Dat hebben we dus allemaal aan de kliek van Kok te danken.

Wie zijn dan de zondebokken? Daar moeten we niet omheen draaien; de dagen van de politieke correctheid zijn voorbij. De immigranten, de luie flessentrekkers, de beroepszakkenrollers, islamieten die hun vier vrouwen slaan, enzovoort. De geschiedenis leert dat afrekening met de zondebokken altijd het spectaculairste en dankbaarste werk van iedere revolutie is. Hier mag de feuilletonist zijn verbeeldingskracht niet sparen. Op de ochtend van de zestiende mei trekken onder leiding van gesjeesde politiemannen de nieuwe strijdkrachten de oude wijken in. Vrachtauto’s staan klaar. De grens over met die hap! Hartverscheurende taferelen, maar we moeten hard zijn want zo heeft per slot van rekening de meerderheid het gewild.

Dan krijgen de revolutionairen onderling ruzie. Denk aan de Girondijnen, de Jacobijnen, de Röhm Putsch, Trotski, Boecharin. Maar intussen zien we in de treinen, op de snelwegen, in de ziekenhuizen weer tevreden reizigers, automobilisten, patiënten. Enzovoort, enzovoort. Het verhaal eindigt in een gezond en gelukkig Nederland. Schrijf dat op, bewijs het volk een dienst! Nu!