Gaat geld voor gezondheid?

De aidstest van George Bush

Aidsbestrijding werd verondersteld de zachtere kant van George W. Bush te tonen. «Zelden heeft de geschiedenis een betere kans geboden om zo veel te doen voor zo velen», zei hij in zijn State of the Union afgelopen januari.

Daarna bedacht hij zich en hij besloot een weinig meer mogelijkheden te bieden aan de weinigen. Eerst gaf hij de hoogste baan van zijn Global Aids initiative aan een Big Pharma-baas, vervolgens brak hij zijn belofte van drie miljard dollar voor aidsbestrijding, en nu vreest men dat hij een plan zal saboteren om goedkope medicijnen te sturen naar landen die zijn getekend door aids.

In augustus kondigde de Wereldhandelsorganisatie (WTO) een nieuwe overeenkomst aan over medicijnpatenten die arme landen met gezondheidsproblemen het recht moest geven generieke medicijnen te importeren. Maar het verdrag bleek onwerkbaar: de Verenigde Staten hadden, op instigatie van de farmaceutische lobby, met succes aangedrongen op zoveel voorwaarden dat de overeenkomst uitdijde van een duidelijke 52 woorden tot een ondoordringbaar doolhof van 3200 woorden.

Landen die goedkope merkloze medicijnen willen importeren, moeten door allerlei hoepels springen om te bewijzen dat ze echt in nood zijn, gepatenteerde medicijnen niet kunnen betalen en ze niet in eigen land kunnen produceren. Ondertussen is er geen garantie dat er genoeg medicijnen zullen zijn om te kopen aangezien het verdrag ook obstakels opwerpt voor landen die willen exporteren.

«Een ‹cadeau› met veel beperkingen», zei een coalitie van ngo’s, waaronder Artsen Zonder Grenzen en Third World Network.

Misschien loofde de Amerikaanse handelsafgevaardigde Robert Zoellick daarom de overeenkomst. Net als Harvey Bale, de eerste woordvoerder voor Big Pharma en directeur-generaal van de International Federation of Pharmaceutical Manufacturers Associations. Bale, die tegen het verdrag had gelobbyd, vertelde Reuters dat de meest recente aanpassingen hadden geresulteerd in «een behoorlijk evenwichtige tekst» die «helderheid verschaft».

Maar nu is er iets onverwachts aan het gebeuren. De Canadese regering, onder enorme druk van aidsactivisten en de Verenigde Naties, probeert het WTO-verdrag in praktijk te brengen. In september kondigde de regering plannen aan haar patentenwet te amenderen om de productie van generieke versies van gepatenteerde medicijnen mogelijk te maken exclusief voor export naar arme landen.

Afrikaanse aidsgroeperingen hebben het plan toegejuicht als een doorbraak, vooral als het meer landen ertoe aanzet patentbeschermingen op te schorten om merkloze medicijnen te exporteren naar landen in nood. En de nood is hoog. Van de ruwweg dertig miljoen Afrikanen met hiv hebben er 4,1 miljoen antiretrovirale medicijnen nodig, maar slechts 50.000 tot 75.000 hebben daar toegang toe. De Wereldgezondheidsorganisatie heeft beloofd in 2005 drie miljoen mensen in behandeling te hebben. Dat zou een minimum vereisen van zes miljoen pillen per dag, een vraag waaraan niet kan worden voldaan door de huidige generieke-medicijnen-leveranciers alleen.

Opeens is Harvey Bale niet zo blij meer. Het verdrag dat hij eerder prees, is nu, zo zei hij onlangs, een «doodlopende weg», resulterend in een «negatief blauw oog voor Canada».

Bale haalde alle favoriete my thes van Big Pharma uit de kast: Afrika heeft geen goedkope medicijnen nodig, maar infrastructuur (het heeft beide nodig); merknaambedrijven hebben hun prijzen al verlaagd om te concurreren met generieke medicijnen (merkversies met korting zijn nog steeds minstens twee keer zo duur); verzwakkende patenten zullen bedrijfswinsten aantasten en de motivatie voor nieuw onderzoek vernietigen (Afrika is goed voor ruwweg één procent van de vierhonderd miljard totale omzet van de farmaceutische industrie).

Nu de farmaceutische lobby zijn oppositie bekend heeft gemaakt, zijn alle ogen gericht op Washington. Zal Amerika proberen het Canadese initiatief te blokkeren of af te zwakken — en zo ja, hoe?

Canadese officials zeggen te vrezen dat het wapen van de regering-Bush het North American Free Trade Agreement zal zijn. Nafta staat regeringen toe medicijnpatenten op te schorten als de medicijnen «overwegend» voor binnenlandse doelen zijn, maar geeft niet expliciet toestemming voor export naar andere landen.

De afgelopen twee jaar hebben Amerikaanse handelsafgezanten gesteggeld over het WTO-medicijnenverdrag, en tekenden het uiteindelijk. Als de VS nu Nafta gebruiken om het plan de nek om te draaien, net nu beloften veranderen in medicijnen, zou dat een stuitende uiting van kwade trouw zijn, zelfs naar Bush-maatstaven.

Elke regering die overweegt zich aan te sluiten bij de Free Trade Area of the Americas zou nu oorverdovende alarmbellen moeten horen. De patentbeschermingen in de schetsversie van het FTAA-verdrag zijn nog scherper dan die in Nafta; als het wordt aangenomen, zoals de regering-Bush hoopt, zouden de VS kunnen proberen betaalbare medicijnenexport in Amerika te blokkeren. Simpel gezegd, de Regering manipuleert bilaterale en regionale handelsverdragen om elke poging van arme landen om hun rechten uit te oefenen in de multilaterale sfeer te ondermijnen.

Canada zou best een Nafta-dispuut kunnen winnen, maar er is geen aanwijzing dat Ottawa klaar is voor het gevecht. Paul Martin, die Canada’s volgende premier moet worden, heeft gezegd dat Canada’s «probleem nummer 1 is het openhouden van de Amerikaanse grens». Als het aidsmedicijneninitiatief dat doel in gevaar zou brengen, kan de pas verworven moed van de Canadese regering heel snel verdampen.

Op een persconferentie op 7 oktober hield Zoellick de deur open voor een Nafta-debat, en noemde Canada’s plan een «heel mooie stap» maar voegde daaraan toe: «Natuurlijk zouden wij verwachten dat Canada de regels zou handhaven waarover we het eens zijn geworden.»

De aidsstrategie van Bush is veel minder ambigu. Zijn drie miljard per jaar-aidsbelofte is afgezwakt tot twee miljard, mogelijk veel minder. Op 3 oktober keurde de Senaat Bush’ keuze goed voor de leiding van zijn aids-initiatief: Randall Tobias, voormalig CEO van medicijnengigant Eli Lilly, lid van de industriegroep die de aanval tegen het Canadese plan leidt.

Tobias’s aanstelling is als de CEO van ExxonMobil de leiding toevertrouwen van een regeringsprogramma om zonne-energie te stimuleren. De regering-Bush houdt vol dat ze het gebruik van generieke medicijnen steunt als ze goedkoper zijn.

De eerste test zal zijn of Randall Tobias zich voegt bij zijn oude vriend Harvey Bale en de oorlog verklaart aan een initiatief dat miljoenen mensenlevens kan redden.

© The Nation

Vertaling: Rob van Erkelens