De ako-wijsheid

Bent u een muziekliefhebber? Ja. Luistert u veel naar muziek? Ja. Naar serieuze muziek? Ja. Dan wilt u natuurlijk wel voor een grote muziekprijs, groot omdat er een smak geld mee gemoeid is, oordelen over zes, door een jury van muziekrecensenten geselecteerde Nederlandse composities? Nee, dat wil ik niet. Waarom nou niet, uw smaak is toch net zo veel waard als die van de zogenaamde deskundigen?! Mijn smaak misschien wel, maar mijn oordeel niet. Voor het uitvoeren van muziek komt het een en ander aan techniek, muzikaal gevoel en oefening kijken; voor het beoordelen van muziek en het praten erover is dat niet anders, dus ook voor het vellen van een oordeel. Dat vind ik.

Voor literatuur schijnt dat heel anders te liggen. Iedereen die het alfabet geleerd heeft, wordt geacht te kunnen lezen, ook literatuur en wel alle literatuur, en wanneer de lezer moeite met een boek mocht hebben, dan ligt dat domweg aan het boek - te moeilijk, te intellectueel, te dik, te saai. Waarom vindt u het boek van mevrouw de Martelaere niet goed, meneer? Ik begrijp het niet. Voor een eenvoudige burgemeester is dat te hoog gegrepen. Ik beschik niet over voldoende informatie. Dus krijgt het boek de schuld, ofte wel een 2.
Herkent de lezer zijn eigen wereld of generatie niet, dan ligt het aan het boek. Dat vind ik. Het raakte mij. Ik heb er niks mee. Ik kreeg het niet uit.
Toevallig ben ik net zelf in Indonesie geweest, daarom prachtig…
Natuurlijk, dat zijn de redenen waarom mensen een boek aanschaffen, of niet, of waarom ze het halverwege wegleggen, maar een literair oordeel kun je het moeilijk noemen, laat staan dat je op grond van hartekreten kunt vaststellen wat het beste literaire werk van een jaar is.
Degenen die de eindjurering van de Ako-prijs hebben bedacht, denken daar kennelijk anders over. Weg met dat geheimzinnige gedoe van een jury van deskundigen, zo blaatten ze; het moest maar eens afgelopen zijn met dat elitaire gedoe. Laat de boeken door lezers beoordelen, mensen die (echt) in literatuur geinteresseerd zijn, die met hun hart en niet alleen met hun hoofd oordelen. Waar je in de kunst tegenwoordig vooral voor moet oppassen, is om voor elitair te worden versleten - en elitair ben je al wanneer je beweert dat niet alle boeken voor iedereen bestemd zijn, dat er voor sommige literatuur enige voorkennis en bereidheid tot herlezen en nadenken vereist zijn. De televisie, met zijn gerichtheid op de grootste gemene deler, heeft ook de kunsten besmet. Daarom is de beschamende vertoning rond de Ako-prijs bij Sonja Barend niet zomaar een misverstand, of het resultaat van een verzameling organisatorische missers. Nee, er spreekt er een regelrechte minachting voor literatuur uit, zij het vermomd achter een mierzoete liefdesverklaring voor het boek. Wat je verder ook van prijzen vindt, in elk geval gaan jury’s gewoonlijk heel serieus te werk: men leest, vergelijkt, wisselt argumenten uit, herleest en over de uiteindelijke beslissing kan men wel eens dagen doen. Persoonlijke smaak en voorkeur zijn daarbij een factor van belang, maar er wegen allerlei andere aspecten mee, eigenschappen van de boeken zelf, zoals stijl, constructie, thematiek, originaliteit, voor een deel technische aspecten dus, en die bepalen nu juist de literaire kwaliteit van een boek. Om die reden is een kinderjury voor kinderboeken zo eenzijdig: kinderen kunnen vaststellen wat hun bevalt, maar niet wat de literaire waarde van een boek is. Als je een willekeurig gezelschap van lezers bij elkaar zet die zonder vergelijking en discussie alleen maar hun smaakoordeel in een cijfer mogen omzetten, dan ben je niet in die boeken geinteresseerd maar alleen in spektakel. Er telt maar een ding: wat vind je ervan? Dat is wat elders wordt vertaald in oplage- en verkoopcijfers.
Het aardige aan het nominatiesysteem is dat er over een aantal boeken gepraat wordt - door de jury, critici en lezers - en dat sommige titels een nieuwe kans krijgen; wie er dan wint doet er niet zoveel toe. Het is duidelijk, de firma Ako wilde een publieksprijs; het enige dat er aan de procedure nog schort, is dat er dit keer bij de laatste zes nog enkele literaire boeken zaten - ook dat kan nog anders. Vooruit, niet moeilijk doen, lees ‘ns lekker een boek, de rest is intellectualistische, elitaire kletskoek, toch!?