De albanië-cocktail moest wel ontploffen

Zelfs Ismaïl Kadare, de García Márquez van Albanië, kan de werkelijkheid in zijn land niet meer bevatten. De gebeurtenissen in Albanië, erkende de grote schrijver begin deze week in Parijs, zijn onbeschrijflijk.

Na de bekentenis van onvermogen uit zo'n mond ga ik niet proberen een verklaring te zoeken voor de perfecte chaos die Albanië in zijn greep heeft. Want er zijn te veel dingen die ik niet weet. En in die onkunde bevind ik me kennelijk in goed gezelschap.
Wie kan me bijvoorbeeld zeggen wat president Sali Berisha en de inmiddels ontslagen regering van Alexander Meksi precies te maken hebben gehad met de financiële piraten van de piramidefondsen? Wie zitten er precies achter de lompenopstand? Hoe was het mogelijk dat het volk zo gemakkelijk allerlei kazernes en wapenopslagplaatsen kon bestormen? Waar komt die onwaarschijnlijke gave van Berisha vandaan om exact de verkeerde beslissingen te nemen?
Voor de sombere vermoedens die ik heb, heb ik geen harde bewijzen. Die vermoedens zeggen me dat Berisha en zijn ex-premier Meksi grote belangen hebben in de piramidefondsen en er daarom pas veel te laat tegen zijn opgetreden. Dat de belangrijkste motor achter de opstand niet meer de woede is over het verloren geld, maar het vaste besluit van de Albanese maffia om haar machtspositie niet kwijt te raken. Dat die maffia medeplichtigen heeft onder leger en politie, die daarom niet veel moeite deden om de wapens van de staat uit de handen van de opstandelingen te houden. Dat Berisha behalve een antidemocraat ook een politieke nul is.
Wel wil ik om begrip vragen. Geen begrip voor de moordenaars aan beide kanten, de brandstichters, vernielers, verkrachters, oplichters, censors en andere misdadigers. Maar wel begrip voor het klimaat waaruit hun misdaden zijn geboren. Aan een land dat van het ene politieke extremisme in het andere verzeild geraakt is, een lange traditie van geweld heeft en waar niemand een democratische opleiding heeft genoten, kun je nu eenmaal geen Binnenhof-eisen stellen. Als er één plek in Europa is waar de democratie geen enkele wortel heeft, dan is het het kleine landje aan de Adriatische Zee dat halverwege Athene en Rome ligt.
De geschiedenis van Albanië is pathetisch. Vijf eeuwen Ottomaanse overheersing. Balkanoorlog en buitenlandse bezetting. Een achterlijke monarchie. Een protectoraat. Verovering door het Italië van Mussolini. Bezetting door Duitsland. Partizanenoorlog. Overwinning van de communisten. Kameraad Enver Hoxha vestigde de meest pure communistische dictatuur ter wereld. De Albanese lilliputter las iedereen de les die van de rechte leer was afgeweken en brak dus met de Joegoslavische buur, de Sovjet-reus en de Chinese gigant.
Een Albanese vriend zei me eens dat hij groot geworden was met de gedachte dat de hele wereld iedere dag snakte naar nieuws over het groots dat kameraad Hoxha nu weer had verricht. Van de buitenwereld kreeg hij slechts kapitalistische ellende voorgehouden. En toen zakte de oude vertrouwde wereld van communistische poverheid en slaafsheid in en lag het kapitalistische paradijs van rijkdom en vrijheid voor het grijpen. Ik heb het tijdens de verkiezingscampagne van 1992 zelf gezien, dat affiche op het hoofdkwartier van de Democratische Partij met de tekst: ‘Wil je rijk worden? Stem dan op de Democratische Partij.’
Iedereen wilde graag rijk worden, dus wonnen Berisha’s Democraten. Maar van democratie hadden ze even weinig benul als van het kapitalisme. Ze hebben van het uitgemergelde Albanië één grote bazar gemaakt. Cafés en bars zijn praktisch het enige wat er is gebouwd. En daarin zat iedereen drinkende rijk te worden. Dat was tenminste de bedoeling. Werken was niet nodig, dat deden de familieleden in het buitenland wel, en dank zij de piramidefondsen lag de rijkdom in het verschiet. Consumeren, daar ging het om. Nergens in de wereld wemelt het zo van de schotelantennes als in het doodarme Albanië, en nergens rijden naar verhouding zoveel Mercedessen rond als op de verschrikkelijke Albanese wegen. Niemand heeft de Albanezen ooit uitgelegd wat democratie is. Veel mensen hebben het opgevat als een systeem waarin iedereen doet waar hij zin in heeft. Bijvoorbeeld de gemeenschapsvoorzieningen met de grond gelijk maken, de boerencoöperaties ontmantelen, de hotels van de staat plunderen. Op een rondreis door Albanië heb ik op veel plaatsen de ruïneuze sporen gezien van die interpretatie van democratie. Die vorm van democratie heeft de laatste dagen heviger huisgehouden dan ooit.
Van de regering kon het goede voorbeeld niet komen. Berisha had en heeft zijn eigen opvatting van democratie, en die heeft met tolerantie en pluriformiteit heel weinig te maken. Al lang voor het begin van de tragedie van deze dagen gaf hij blijk van dictatoriale trekjes: vervolging van de oppositie en de kritische pers, politieke controle over de rechterlijke macht, verkiezingsfraude. Wie daar iets van zei, speelde volgens hem de communisten in de kaart, die onder de vermomming van socialisten op politieke wraak zouden zinnen.
Voor het democratische gehalte van de Albanese ex-communisten wil ik mijn hand niet in het vuur steken. Maar ik weet wel dat Berisha’s gedrag opvallend veel gemeen heeft met dat van de oude communisten. Hij is onder dat regime opgegroeid, hij bracht het zelfs tot lijfcardioloog van Hoxha. De autoritaire mentaliteit is hem in de genen gebakken. Dat geldt ook voor zoveel andere gezagsdragers, tot de simpele politieman toe. Gezag is per definitie onaantastbaar, en wie daartegen in opstand komt, moet mores worden geleerd.
In dit politieke en economische wildwestklimaat was alles mogelijk. Met een grenzeloze naïviteit hebben veel mensen al hun bezittingen verkocht, om hun geld voor altijd kwijt te raken in de maffiose piramiden. In het puriteinse Albanië kwam, zonder enige hinder en met het inspirerende Italiaanse voorbeeld naast de deur, de maffia in recordtijd tot grote bloei. Het voormalige arbeidersparadijs werd een centrum van criminaliteit, waar schatten werden verdiend aan de handel in clandestiene immigranten, hoeren, drugs en wapens.
Deze explosieve cocktail is ontploft. Van veel dingen die er de laatste tijd zijn gebeurd, snap ik het fijne niet. Maar die explosie, die snap ik uitstekend.