KUNST

De alder seldsaemste herssenen

Tintoretto

Het Louvre organiseert vanaf 17 september de meest interessante tentoonstelling van het jaar: Titien, Tintoret, Véronèse… Rivalités à Venise. Ik geef onmiddellijk toe: Jacopo Tintoretto (1518-1594) is een acquired taste. Bij zijn leven al werd hij met verbazing gadegeslagen. Karel van Mander schrijft in zijn Levens dat de schilder altijd vrolijk was, cortwijligh in de omgang en een goede muzikant, maar ‘in de saken der Schilder-const belangende, oubolligh, vreemt, wonder veerdigh, en los in zijn voornemen; hebbende de alder seldsaemste herssenen oft versieringhen in’t hooft, die oyt eenich Schilder ter weerelt hadde’.
Tintoretto’s belangrijkste werken zijn in Venetië te zien, enorme plafondstukken in de Scuola di San Rocco, bijvoorbeeld. Hij is wat men doorgaans in de reisgidsjes een ‘maniërist’ noemt, een kunstenaar die een aangrijpend effect probeert te bereiken door een drieste overdrijving van wat zich in de werkelijkheid aandient: absurde torsies van lichamen, duizelingwekkende valpartijen in stormachtige hemelgewelven, enzovoort.
De Venetiaanse school was in de vijftiende eeuw groot geworden onder de Bellini’s, en hun voorman was Titiaan (1487-1576), verreweg de meest beroemde en succesvolle schilder van zijn tijd. Desalniettemin kregen de Venetianen van hun Toscaanse en Romeinse vakbroeders veel kritiek op hun manier van werken. Zij vonden dat de Venetianen ‘te weynich Teycken-const oft studie’ hadden gehad, dat wil zeggen dat zij zich te weinig bezighielden met de mathematische, anatomische grondslagen van de zichtbare werkelijkheid. Zij gingen zomaar met de verf aan de gang.
Tintoretto ging nog een stap verder: ‘Menige reyse heeft hy in Oly zijn dinghen (…) soo heel rouw ghedaen, datmen de pinceelslagen daer (…) als uyt een desperatie ghedaen wesende, met cladden op siet ligghen, sonder seer veel teyckeninghe oft verstandt.’
Desperatie, zonder verstand, rauw, zichtbare penseelstreken: Tintoretto liet de veilige structuur van studie, anatomie en wetenschap los ten faveure van onbegrensde expressie in verf. De kritiek op deze overschrijding loopt sindsdien als een tektonische breuk door de kunstgeschiedenis, links: tekenaars (Poussin, Ingres), rechts: schilders (Rubens, Delacroix).
Nu ik toch aan het chargeren ben: je zou kunnen zeggen dat kunstenaars tot aan, zeg, Rafael bezig waren geweest met de technische en wetenschappelijke verovering van de zichtbare wereld ten behoeve van de ontwikkeling van een overtuigende, want waarheidsgetrouwe kunst. Toen die strijd gestreden was openden zich twee nieuwe wegen: ten eerste de relatie van de schilder tot de techniek van het kunstwerk zélf, de kwaliteit van de verfstreek, het licht, et cetera. Ten tweede: het zoeken naar en verbeelden van de niet-zichtbare wereld: de psyche van de mens, de ervaring van het goddelijke, de begeestering van het landschap, et cetera. En kijk, daar komt die Tintoretto op het toneel. U hoeft er niet van te houden, maar zeg eerlijk, met wie zit u liever een avond in de kroeg: een verstandige accountant met een potlood of een man met ‘alder seldsaemste herssenen oft versieringhen in’t hooft’?

Titien, Tintoret, Véronèse… Rivalités à Venise. Louvre, Parijs 17 september 2009 t/m 4 januari 2010. www.louvre.fr