De algerijnse ziekte en chiracs gemiste kans

Jaques Chirac heeft zijn met veel tam-tam aangekondigde ontmoeting met de Algerijnse president Liamine Zeroual op het verjaarsfeestje van de Verenigde Naties in New York toch maar afgezegd. Het is niet duidelijk of hij dat deed uit overtuiging of onder druk van de Gewapende Islamitische Groepen (GIA), die de afgelopen maanden met hun bloedige aanslagen in Frankrijk de staat van beleg hebben afgedwongen. Dat laatste is echter onwaarschijnlijk, omdat de GIA zich door geen enkele concessie laten afhouden van nieuwe aanslagen. Voorzover hun blinde gewelddaden al geen duidelijke taal spraken, leverden ze drie weken geleden het overtuigende bewijs van hun politieke ontoerekeningsvatbaarheid door te eisen dat de Franse president zich bekeert tot de islam.

Waarschijnlijk is de opgegeven reden ook de ware reden. Volgens Chirac stond Zeroual erop dat hun gesprek plaatsvond voor het oog van de camera’s, zodat het kon worden uitgelegd als een steunbetuiging aan het militaire bewind in de voormalige Franse kolonie, en die ‘verkeerde indruk’ wilde hij ten koste van alles vermijden. De Franse dagbladen redetwisten nu over de vraag of de afzegging als een pr-stunt of een pr-blunder moet worden beschouwd, maar de werkelijke vraag zou moeten luiden: waarom heeft Chirac de ontmoeting niet aangegrepen om Zeroual openlijk voor het blok te zetten? De geweldspiraal in Algerije kan alleen van buitenaf worden doorbroken en als een westerse leider over de daartoe vereiste invloed beschikt, is het wel de Franse president.
Het regime-Zeroual gaat in zijn strijd tegen het islamitisch fundamentalisme zo uitzinnig tekeer dat het alle democratische partijen van zich heeft vervreemd, niet alleen de gematigde islamisten, maar ook de liberalen, nationalisten en socialisten. Door dit isolement is het regime meer dan ooit afhankelijk van buitenlandse steun, en Frankrijk verkeert dank zij zijn politieke, zakelijke en nostalgische banden met de Franstalige Algerijnse elite in een unieke positie om het regime in te tomen.
Begin dit jaar heeft Parijs vijf miljard francs 'ontwikkelingshulp’ aan Algerije toegezegd. Volgens diplomatieke bronnen in Algiers wordt een groot deel van dit geld aangewend voor de versterking van het leger, dat in zijn jacht op het groene gevaar wekelijks hele dorpen uitmoordt, en voor de bewapening van de burgermilities die de autoriteiten in deze beschavingsmissie bijstaan. Daarbij maken de strijdkrachten dankbaar gebruik van de nachtkijkers en observatiehelikopters die de Fransen vorig jaar hebben geleverd. Betalingsproblemen heeft Zeroual ook al niet, omdat zijn particuliere geldschieters, verenigd in de Club van Parijs, op voorspraak van Frankrijk hebben ingestemd met een onvoorwaardelijke herschikking van de Algerijnse buitenlandse schuld.
In plaats van hun bondgenootschap met de Algerijnse militairen te verheimelijken zouden de Fransen het als hefboom kunnen gebruiken. Onder Franse druk zal Zeroual moeten instemmen met het 'historisch compromis’ dat de gematigde Algerijnse islamist Hocine Ait Ahmed twee jaar geleden voorstelde. Wat Ahmed voor ogen stond was een pragmatisch akkoord tussen de democratische krachten in het militaire, nationalistische en islamistische kamp, waarbij de ondertekenaars zich verplichten tot een aantal hoognodige maatregelen en hervormingen om het openbare leven weer op gang te brengen. Vervolgens zouden de extremisten van alle richtingen kunnen worden geisoleerd.
Om de geweldspiraal te doorbreken is het dus niet voldoende als het regime met de democratische partijen rond de tafel gaat zitten. Het moet tevens de bereidheid tonen om een aantal legitieme verlangens van het Algerijnse volk in te willigen, of althans daar een begin mee te maken. Die legitieme eisen vloeien als vanzelf voort uit de erbarmelijke omstandigheden waaronder de overgrote meerderheid leeft: de massale werkloosheid, chronische armoede en systematische corruptie; de uitzichtloosheid van de jeugd (de helft van de Algerijnen is jonger dan 25 jaar) in een kapot land zonder toekomst; de mensonterende omstandigheden in de overvolle woonkazernes, waar hele gezinnen slapen op over de toiletten gelegde planken; de jammerlijke kwaliteit van het openbare leven, van de smerige straten en het falende openbaar vervoer tot de gebrekkige gezondheidszorg en het onvermogen van de staatsindustrie om zoiets eenvoudigs als een bruikbaar doosje lucifers te produceren.
Hoe langer de bevolking wordt gedwongen tot dit quasi-dierlijke bestaan, des te meer zal de frustratie een uitweg zoeken in de godsdienst. In een prachtig kort verhaal in Le Monde Diplomatique van enkele jaren geleden beschreef een jonge Algerijn hoe hij elke vrijdag met zichzelf in het reine kwam op het plein van de wijkmoskee. Alleen daar, op de enige schone, rustige plek van de buurt, in de slagschaduw van de strakke, smetteloos witte minaret, vond hij de innerlijke rust om zijn leven op orde te brengen. Uiteraard maakt een harde kern van islamisten onder de huidige omstandigheden misbruik van zulke authentieke verlangens om de vestiging van een theocratische dictatuur, de invoering van de sharia en de oprichting van 'volksrechtbanken’ te eisen.
Zolang het regime niet bereid is tot het historisch compromis, zal het extremisme voortwoekeren. En zolang Frankrijk niet openlijk zijn invloed aanwendt om dat compromis tot stand te brengen, zal de 'Algerijnse ziekte’ zich ook op Frans grondgebied blijven manifesteren, ondanks de twee miljoen pascontroles en tienduizend uitzettingen die de Franse ordebewakers in twee maanden tijd hebben uitgevoerd.
Door zijn ontmoeting met Zeroual in het Newyorkse feestgedruis af te blazen, heeft Chirac een gouden kans gemist om een nieuw begin te maken. Voor het oog van de wereld had hij aan de voortzetting van de Franse steun een aantal voorwaarden kunnen verbinden, zoals beeindiging van de moord- en martelpraktijken van het leger, herstel van de persvrijheid, aanpak van de ergste economische misstanden en corruptiegevallen en bovenal een toenadering tot alle intellectuelen en politici die nog geloven dat de democratie in Algerije de toekomst heeft.