Menno Hurenkamp

De allergische samenleving

Lifestyle magazine Red is ‘een blad voor vrouwen die nieuwsgierig zijn en stijlvol in het leven staan’. Red doet aan politiek. De chauffeur van Balkenende, de voorlichter van Bos, de secretaresse van Rouvoet, ze komen samen met hun baas aan het woord over wat de dienaar voor de leider betekent. Helpen de juiste das uitkiezen, dat werk. De eindredactie heeft een fikse prestatie geleverd, want de lezer ontdekt gegarandeerd geen énkele mening van de geïnterviewden. Zoals levensmiddelenfabrikanten op hun spullen vermelden dat hun roggebrood, augurken en chips vrij zijn allergische reacties opwekkende stoffen, doet ook de pers zijn best aan politiek te doen zonder discussie.

Bent u de strijd tussen Bos en Balkenende ook al beu, vroeg NRC Handelsblad op de voorpagina voor de verkiezingen goed en wel begonnen waren. Alsof die strijd niet alleen oervervelend is, maar ook door een kwade anonieme macht op de agenda is gezet en niet vrolijk mee aangewakkerd door NRC Handelsblad. We worden een allergische samenleving, gevlekt en geïrriteerd voor het debat begonnen is. Rita Verdonk eist tegenwoordig al excuses voor iemand het woord tot haar richt. Ze heeft gelijk, het moet geinig blijven. Zoals Balkenende die brieven schrijft aan Mulisch – u weet wel, Castro’s zaakwaarnemer in Holland. Alleen een kamerlid dat foto’s rondstuurt van zijn eigen grootmoeder die al drie dagen met een handboei aan de verwarming van het verpleeghuis hangt, krijgt een minuutje zendtijd rondom een serieus thema.

De spindoctors, de figuren die de politieke mediastrategieën bepalen, houden bij voorbaat rekening met de allergie voor ingewikkelde verhalen. Ze kiezen wat steekwoorden – veiligheid, kinderen, onderwijs – die de lijsttrekkers in allerlei standjes rond tetteren. En hopen dan dat het goed komt. De VPRO leek de waarde van deze werkwijze te bevestigen met een serie interviews vanuit een voetbalkantine. De voetballers wisten nog net dat Bos en Balkenende politici zijn, maar hadden geen idee van welke partij. De vaste VVD-stemmers mochten Jan Marijnissen zeer (‘is tenminste helder’). Toch waren deze mannen absoluut niet dom – ze reproduceren gewoon de eendimensionale signalen die ze krijgen uit Den Haag. Daar zit geen uitnodiging tot nadenken bij, dus waarom zou je ook?

In zo’n allergische samenleving floreren twee geluiden. Het moet helemaal anders of het moet blijven zoals het is. Het verlangen naar continuïteit is goed in handen van de partij van de zittende premier. Wil je aannemelijk maken dat het helemaal anders moet, dan moet je onbehagen verwoorden. Dat lukt de SP van Jan Marijnissen nu het best. Door zich te omringen met de pechvogels van Nederland en zijn eigen bijbel af te stoffen, betreedt Marijnissen als letterlijk spiegelbeeld van Balkenende het strijdperk. De PVDA kan zich nog niet losmaken van de oppositiejaren waarin ze niet al te veel afstand van de regering nam. De sociaal-democraten verliezen greep op degenen die vinden dat het nu wel goed gaat en op degenen die vinden dat het helemaal anders moet.

Twee buitengewoon inhoudelijke vragen bepalen daarom onze nieuwe regering. Weet de niet scherp geprofileerde Bos zich neer te zetten als linkse leider? Weet de niet mediagenieke Balkenende zijn winning mood vast te houden in de televisiedebatten? Twee keer ja is een regering PVDA-CDA. Eén keer ja, één keer nee is een regering met de VVD. Twee keer nee brengt een wisseling van de wacht mee.