De allesoverheersende vulgariteit van martin amis

Martin Amis, The Information. Uitgeverij Flamengo (Importeur: Nijgh & Van Ditmar), 494 blz., f37,35
ERGENS IN Geerten Meijsings sleutelroman De grachtengordel komt de schrijver Erik Provenier een boekwinkel binnen en kijkt hij met een schuin oog of zijn roman wel op een mooi plaatsje bij de kassa ligt. Haast iedere schrijver zal wel eens hebben toegegeven aan deze aanvechting. Maar nooit eerder werd deze kleine ondeugd zo superieur beschreven als in The Information, de nieuwe roman van Martin Amis.

Richard Tull heet het ‘slachtoffer’ in The Information. Hij is een Britse schrijver van veertig met grote ambities en een klein talent. Het ontbreekt hem aan succes of erkenning. Het weinige dat hij op zijn naam heeft staan is een publikatie bij een marginale Amerikaanse uitgeverij, en wanneer hij voor het eerst van zijn leven in New York is, loopt hij, ai ai ai, de boekwinkels af op zoek naar stapels van zijn roman naast de kassa’s. Pas in een verstoft souterrain in de Lower East Side stuit Richard op een stapeltje van zijn roman Untitled. Als een kat die zichzelf voor het eerst in de spiegel ziet, bespioneert Richard vervolgens van een afstand 'zijn’ stapeltje, in de hoop dat een toevallige klant zijn boek zal oppakken of zelfs maar aanraken. Een uur lang houdt Richard het vol. Er gebeurt niets. Geen klant heeft Untitled ook maar een blik waardig gegund.
Maar Richard is ontroerend optimistisch. Twee dagen later keert hij terug naar de winkel. Helaas: er blijkt niets veranderd aan het stapeltje. Maar zeker weten doe je dat niet, redeneert Richard. 'Misschien is er een exemplaar verkocht en heeft de verkoper het stapeltje vervolgens aangevuld. Ja, misschien is er een exemplaar verkocht. Misschien fronst en glimlacht op dit ogenblik ergens nu een lezer, die zich geamuseerd in zijn haar krabt. Misschien… misschien een exemplaar. Of twee.’
Die laatste mijmering van Richard is natuurlijk een even eenvoudig als briljant da capo; Amis benadrukt er de tragische volharding mee van de gefnuikte letterknecht voor wie de gedachte aan een mogelijk miniem succes geen bevrediging schenkt maar juist een verheviging van zijn verbittering betekent. Richards wensgedachte wordt nog treuriger als gaandeweg blijkt dat hij werkelijk een schrijver zonder lezers is. Zelfs zijn uitgever kent zijn werk niet. En wanneer redacteuren of literaire agenten dan eindelijk eens een poging wagen om een manuscript van Richard te lezen, raakt de een na de ander geveld door telkens een nieuwe kwaal, varierend van migraine tot een virusinfectie. Men wordt letterlijk ziek van Richards schrijverij.
GELUKKIG HEEFT Martin Amis van Richard geen hooghartige luiwammes gemaakt die geen poot uitsteekt zo lang de wereld zijn genialiteit niet heeft (h)erkend. In plaats daarvan is Richard bij vlagen praktisch ingesteld en beseft hij terdege dat hij van zijn romans nooit zal kunnen leven. Om den brode bespreekt hij daarom week in week uit vuistdikke biografieen, meestal van derderangs auteurs wier levens zijn opgetekend door achtsterangs biografen. Behalve criticus is Richard ook redacteur van, zoals Amis droogjes noteert, 'a little magazine called Little Magazine’. Dit bijbaantje is goed voor een werkdag per week, en Richard ontvangt er een hongerloon voor. Op een dag rekent zijn vrouw Gina hem voor wat hij verdient aan het schrijven van romans. Het blijkt, omgerekend, 60 pence per uur te zijn, een bedrag waarvoor je zelfs geen twaalfjarige krantejongen aan het werk krijgt. Om vrouw en kinderen - twee jongens: Marco en Marius - te onderhouden treedt Richard in dienst bij een zogenaamde vanity publisher, een uitgeverij die haar auteurs laat betalen voor het publiceren van hun manuscripten in plaats van andersom. In de praktijk betekent het dat iedere idioot die ooit iets op papier heeft gekwakt tegen betaling van een bescheiden bedrag binnen een maand zijn tekst in boekvorm in handen kan hebben - naar keuze in hardcover of in pocket-editie.
Het opmerkelijke is dat Richard aanvankelijk niet eens zo erg lijdt onder het gebrek aan erkenning. Het gezinsleven lijkt hem te behoeden voor verbittering. Richard is soms een wat lakse, maar zeker geen slechte vader. En na jaren begeert hij nog steeds zijn vrouw, wat ook mooi meegenomen is. Verwonderlijk is dit laatste overigens niet, want in betere tijden - toen hij op grond van zijn debuut nog als een 'literaire belofte’ gold - adviseerde een bejaard schrijver hem eens: 'Marry your sexual obsession. Not the beauty, not the brains. Marry the one who made you hardest.’ Richard knoopte het in zijn oren - met als resultaat een redelijk geslaagd huwelijk met Gina.
Maar het huiselijk welbehagen verdwijnt naar de achtergrond wanneer Richards oude vriend Gwyn Barry zich blijkt te ontpoppen tot een bestseller-auteur. Met dezelfde snelheid waarmee deze Gwyn Barry successen boekt, laait bij Richard de jaloezie op. Wanneer Gwyns tweede roman, Amelior, de top van de bestsellerlijsten bereikt, is Richard inmiddels verblind door wrok en jaloezie. Hij vergeet zijn literaire aspiraties en zint alleen nog maar op de val van zijn vriend Gwyn Barry. Hij verzint daartoe talloze geniepige plannetjes. Maar alles wat hij onderneemt, loopt uit op een vaak groteske flop.
Zijn uiterste poging tot karaktermoord van Gwyn is kinderlijk naief. Richard typt Gwyns Amelior over, brengt een paar kleine wijzigingen aan, geeft een nieuwe titel aan het manuscript en verzint tenslotte een auteursnaam. Met de smoes dat hij het manuscript bij toeval in handen heeft gekregen meldt hij zich bij een literair journalist. Groot nieuws! Gwyn Barry heeft plagiaat gepleegd! Vanzelfsprekend strandt ook deze laatste list van Richard.
IN ENGELAND is The Information door sommige critici vergeleken met New Grub Street (1891) van George Gissing, een roman waarin de hoge idealen van de jonge schrijver Edwin Reardon contrasteren met het gesteggel van literaire kopstukken tegen wie Edwin aanvankelijk heeft opgekeken. De conclusie was dat Amis ver achterbleef bij Gissings grimmige schildering van 'het literaire leven’. Inmiddels heeft Martin Amis in interviews herhaaldelijk benadrukt dat hij geen zedenschets of sleutelroman a la Gissing heeft geschreven. Niettemin wordt in de Britse kranten de laatste weken met een aan hysterie grenzende hardnekkigheid de vraag gesteld: wie is wie in The Information? Gwyn Barry zou zijn gemodelleerd naar Julian Barnes, auteur van onder meer Flauberts Parrot. Barnes is een oude vriend van Amis, en bovendien was de echtgenote van Barnes tot voor kort tevens literair agente van Amis, dus wat zou er mooier zijn dan dat alle groteske schoftenstreken en schrijnende schandalen in The Information rechtstreeks afkomstig zijn uit 'het echte leven’?
Wie The Information begint te lezen, ontdekt al snel hoe onnozel die drukte om de vermeende 'sleutels’ in het boek is. In het verlengde hiervan is ook de vergelijking met Gissings New Grub Street merkwaardig. Want terwijl bijvoorbeeld in ons land Geerten Meijsing zich voor zijn eerdergenoemde De grachtengordel tot in vele details en soms letterlijk heeft geent op New Grub Street, heeft Martin Amis met The Information nu juist geen sociografie van het schrijversgilde willen schrijven. The Information is in de eerste plaats een huiveringwekkende afdaling in wat Amis in het begin van het boek 'die vreselijke toestand van de mens’ noemt: het bewustzijn. In The Information graast Amis meedogenloos alle hoeken van het bewustzijn van de arme Richard Tull af. The Information vergelijkt de voosheid in het hoofd van Richard met de voosheid van de wereld waarin hij zich beweegt.
En ja, de roman is vervolgens ook een satire op 'het literair bedrijf’, maar dan wel het soort satire waarin de te persifleren werkelijkheid niet koddig wordt geimiteerd maar met amisiaans verbaal geweld wordt opgeblazen, afgestroopt en op andere manieren vervormd. The Information is alleen al om die reden geen zedenschets van de Londense literaire elite - daarvoor is de roman teveel opgezet als een gesloten circuit, beantwoordend aan amisiaanse wetten waarin alle personages en verwikkelingen larger than life zijn.
Amis speelt hoog spel in The Information. Het provocerende gebruik van stereotypen en cliches neigt gevaarlijk naar een al te kolderieke humor. Zo speelt hij schaamteloos in op het populaire vooroordeel dat in iedere literaire criticus een gefrustreerde schrijver schuilt. Richard beantwoordt geheel aan dit clichebeeld. Nu is Amis altijd al gecharmeerd geweest van cliches en platitudes. Geen grotere uitdaging dan het cliche te overladen met een bommentapijt van zinderende zinnen. Sleep alles wat chic en nobel is de goot in en kijk wat ervan overblijft, was Amis’ strategie in twee van zijn eerdere romans, Money (1984) en London Fields (1989). Dit procede past hij opnieuw toe in The Information. Want behalve de twee ongetalenteerde auteurs Richard en Gwyn lopen er in The Imformation ook enkele zeer getalenteerde weirdo’s, straatschoffies en semicriminelen rond, die (bij)namen hebben als Scozzy, Belladonna, 13 en Darko. Naarmate de roman vordert, vervaagt het onderscheid tussen amateuristische quasi-intellectuelen als Richard en Gwyn en opvallend goedgebekte semi-criminelen als Scozzy.
THE INFORMATION is naar vorm en omvang nauw verwant aan Money en London Fields. In beide romans combineerde Amis stijlen en genres die elkaar doorgaans juist uitsluiten. Money en London Fields zijn eigentijdse picaresken, doldrieste schelmenromans. Het aardige is dat de antihelden bij Amis voortdurend uit zichzelf lijken weg te glijden als gevolg van het gebruik van vele stijlregisters. Passages en zelfs afzonderlijke zinnen kunnen beginnen als een fraai staaltje traditioneel naturalisme - om vervolgens onverwacht uit dit keurslijf te scheuren en te veranderen in een explosief postmodern staccato. Die stijlwisselingen zijn verwant aan Amis’ vaak ongrijpbare personages voor wie 'identiteit’ een achterhaald begrip lijkt te zijn. Amis kan met duivels plezier aan het psychologiseren slaan, waarna hij alle psychologie plotseling overboord gooit en zijn romanfiguren laat veranderen in bespottelijke jakkeraars, gevangen in het stijldictaat van de tekenfilm.
Het omgekeerde komt natuurlijk ook voor. In Money, het portret van een Londense patjepeeer die fortuin zoekt in Amerika, is de hoofdfiguur een karikatuur, een marionet. Maar deze figuur, de onvergetelijke brulboei John Self die voortdurend blundert als in een lach-of-ik-schiet-film, verkrijgt bijna ongemerkt de trekken van een hedendaagse ridder van de droevige figuur. In de platte zakenpief Self huist uiteindelijk een gekwelde Don Quichot. Bij Amis is vrijwel ieder personage beurtelings karikatuur en character - en soms ook allebei tegelijk. Amis combineerde in Money de wetten van de cartoon en de slapstick met de verworvenheden van het modernisme. Het resultaat was een vijfhonderd bladzijden dikke aflevering van Donald Duck, gevat in een soms woorddronken stijl die nadrukkelijk schatplichtig is aan Joyce, Nabokov en Bellow.
Ditzelfde procede paste hij toe in London Fields, waarin een proleet in trainingspak het leven inzeilt van een bijna kosmopolitische femme fatale. Amis toonde in Money en London Fields het postmodernisme op z'n fleurigst: Walt Disney meets James Joyce. Of: een geschiedenis van Goofy op nabokoviaanse wijze verteld.
OOK THE Information is een proeve van Amis’ hoogstpersoonlijke ars combinatoria. Zo is Richard Tull wanneer hij iets doet opzettelijk een karikatuur. Zijn pogingen tot karaktermoord op Gwyn Barry zijn pathetisch en stompzinnig en normaliter alleen maar te pruimen in de kolderieke wereld van cartoons. Goedbeschouwd gedraagt Richard zich oneindig dommer dan hij is. Want wanneer hij denkt, schuift er een character over de cartoon. Zo is Richard als piekerend gezinshoofd volstrekt iemand anders dan wanneer hij het leven van Gwyn Barry probeert te verzieken. De passages waarin hij zich buigt over de kleine maar pijnlijke vraagstukken omtrent het vaderschap vertragen op aangename wijze het verhaal in The Information. Dan verandert de luidruchtige burleske in een precieuze roman, waarin Amis in een voor zijn doen opvallend ingetogen stijl de finesses van de alledaagse vaderlijke zorg beschrijft. Tegen wil en dank is de toon in The Information op die momenten zowaar teder, een betrekkelijke noviteit bij de doorgaans satanisch zwartgallige Amis.
Ook de triomfator Gwyn Barry is als het Amis zo uitkomt nauwelijks een personage van vlees en bloed. Maar anders dan Richard heeft Amis hem niet voorzien van een andere, 'menselijke’ kant. Het enige dat voor Gwyn kan pleiten is dat hij als een schooljongen zo verliefd is op zijn echtgenote, de vermogende en gracieuze Lady Demeter. Maar zoals in London Fields de goeiige Guy Clinch in zijn liefde voor Nicola Six voor schut staat, zo heeft in The Information Gwyns verliefdheid iets halfzachts en stumperigs. Bij Martin Amis hebben romantische aandoeningen altijd de functie van de bananeschil: iedere zwijmelaar gaat vroeg of laat ongenadig op z'n bek.
Als schrijver is Gwyn Barry toch vooral de lege huls waarvoor Richard hem terecht verslijt. En Gwyns boeken zijn al even leeg. Dat Gwyn een miljoenenpubliek weet te bereiken, komt door de 'smetteloosheid’ van zijn schrijverij. Zijn romans worden stukgelezen, omdat er letterlijk niets op aan te merken valt. Een roman van Gwyn is woordgeworden vacuum, het is niets, maar dan wel niets van niveau. Gwyns vacuum gezogen literatuur is ambachtelijk gezien moeilijk te overtreffen - maar wat en hoe hij in concreto schrijft, wordt in The Information niet of nauwelijks onthuld. Jerzy Kozinski beschreef in zijn korte roman Being There de massale bejubeling van de half-autistische tuinman Chancey Gardiner. Deze Chancey drukt zich in zulke algemene bewoordingen uit dat zijn statements voor wie dit wenst al het geniaals van de wereld bevatten. In The Information is de figuur van Gwyn Barry een gewiekst naneefje van Chancey Gardiner dat aan het schrijven is geslagen.
The Information toont nieuwe facetten van het thema dat ook de essentie vormt van Money en London Fields: de rivaliteit tussen twee mannen. In Money zijn John Self en filmproducent Fielding Goodney op het eerste gezicht twee luidruchtige partners in crime. Maar Fielding blijkt een oplichter en plukt de arme Self kaal. In Money beet Amis zich vast in de strijd tussen Britse branie en Amerikaanse boerenslimheid, tussen oud en nieuw geld. In London Fields strijden de arme, slinkse Keith Talent en de rijke, goeiige Guy Clinch om de femme fatale Nicola Six. London Fields keert onder meer de Engelse klassenstrijd binnenstebuiten tegen een achtergrond van een dreigende nucleaire apocalyps. Ook laat Amis in het boek zien hoe iedereen die zich dit kan permitteren 'seks in de strijd gooit’. Neuken is vechten in London Fields.
Ook in The Information is 'rivaliteit’ het putdeksel dat met genoegen door Amis wordt gelicht. Het hele boek door is het Richard versus Gwyn. En ondanks het feit dat Gwyn zo zijn verkoopsuccessen heeft, is het een strijd van twee literaire born losers. Het is natuurlijk pikant dat dit keer niet geld of seks maar kunst de rivaliteit tussen twee mannen in gang zet. Zelfs kunst en literatuur kunnen zich in het universum van Amis niet onttrekken aan een allesoverheersende vulgariteit. Evenals in Money en London Fields is de wereld in The Information uiteindelijk een grote etterende wond. Martin Amis is de chirurg die ons het slechte nieuws komt brengen dat de wond niet te genezen valt, en hij doet dat in een koortsige, pulserende stijl. De taal in The Information trilt, siddert, zindert, schudt en schokt. The Information is een hyperventilerende roman.