H.J.A. Hofland

De alliantie

De grote politieke lijn van de Navo wordt in Washington bepaald. Ieder Europees advies, hoe grondig beredeneerd ook, zal in Amerika op z’n best met diep wantrouwen worden ontvangen, of opgevat als een poging tot inmenging in binnenlandse aangelegenheden, of beschouwd als een aanwijzing om het tegendeel te doen van wat geadviseerd werd. Over twintig maanden kiezen de Amerikanen de opvolger van George W. Bush. Wij in Europa kunnen alleen toekijken en ons hart vasthouden. Daarvoor zijn vele redenen.
De eerste is de oorlog. Als de neoconservatieve droom van vier jaar geleden was uitgekomen, was het hele Midden-Oosten nu in vrede en welvaart aan het democratiseren en had iedere Republikeinse kandidaat een verpletterende meerderheid gekregen. Nu heeft Bush nog anderhalf jaar om iets in Irak tot stand te brengen dat de door hem aangerichte nachtmerrie zal doen vergeten. Hij denkt dat met 21.000 soldaten extra de oorlog nog kan worden ‘gewonnen’. Wat is ‘gewonnen’ in dit geval? Om deze zegepraal te financieren wil hij bovendien het defensiebudget met tien procent verhogen, driehonderd miljard extra. Die Democratische kandidaat heeft het straks niet moeilijk, zou je denken.

Wie heeft op het ogenblik de beste kansen? Senator Hillary Rodham-Clinton. Ze wil de eerste vrouwelijke president zijn. Ze heeft voorlopig de best gevulde krijgskas: meer dan honderd miljoen dollar, waarvan straks het meeste zal worden uitgegeven aan televisiespots. Ze is strijdvaardig, en misschien – dat moet nog blijken – zal het een voordeel zijn dat ze getrouwd is met Bill, nog altijd populair. Maar ze heeft twee handicaps: ze heeft indertijd voor de oorlog gestemd, wat haar des te meer zal worden nagedragen naarmate het slechter gaat in Irak. En door haar uitgesproken progressieve verleden wordt ze door conservatief en rechts Amerika diep gehaat. Met een fanatisme waarvan we ons in Europa geen voorstelling kunnen maken.

Haar ernstigste Democratische concurrent is nu Barack Obama. Een modern politicus van nature, hij ziet er goed uit, is open, innemend, slagvaardig, zonder dat hij de indruk wekt dat hij haatdragend is. Charismatisch? Dat moet nog blijken. En ook hij heeft een paar nadelen. Hij rookt wel eens een sigaret, hij heeft geblowd. Hij is jong, 45, hij lijkt nog jonger en heeft geen ervaring in de buitenlandse politiek. Dat had Bush ook niet, zult u zeggen. Dat is dan ook bewezen. En Obama is van ‘gemengd bloed’, dat wil zeggen zijn blanke moeder komt uit Kansas en zijn zwarte vader uit Kenia. Kleurverschil blijft een groot probleem. Dat bleek toen een andere Democratische kandidaat voor het presidentschap, Jospeh Biden, over Obama zei dat hij ‘de eerste gewone African-American is die zich markant gedraagt en slim en schoon is en er goed uitziet’. Dat had Biden niet moeten zeggen. Er ontstond een rel en hij kan eindeloos verontschuldigingen maken, maar deze faux pas vergeten zijn tegenstanders en de zwarte kiezers niet.

Zoals de zaken er nu voorstaan, heeft aan Republikeinse kant waarschijnlijk senator John McCain de beste kansen. Hij denkt dat de oorlog in Irak nog kan worden gewonnen, maar dan op een volstrekt andere manier dan Bush zich voorstelt. Wel meer troepen, maar die moeten op een nieuwe manier worden ingezet en ook moet er een diplomatieke opening naar de buurlanden worden gemaakt. Hoe? Dat is nog niet duidelijk, maar het is in ieder geval iets anders dan het ‘We will prevail’.

De beste in het Republikeinse veld is tot nu toe Rudolph Giuliani, burgemeester van New York toen de vliegtuigen het World Trade Center binnenvlogen. De man die in de grootste crisis zijn koelbloedigheid niet verloor, bovendien een kosmopoliet die het recht op abortus verdedigt en tegen ongebreideld vuurwapenbezit en discriminatie van homoseksuelen is. En misschien zal men zich herinneren dat Giuliani de uitvinder is van het zero tolerance, waardoor New York onder zijn leiding weer tot een overzichtelijk geheel is geworden.

Zo ongeveer staan de zaken er aan het begin van de campagnes voor. De Europeanen zijn binnenkort getuige van een verkiezingsstrijd die wel iets van een burgeroorlog zal hebben en hoewel de uitslag van groot Europees belang is, kunnen ze daar niets aan doen.

* * *

En toen werd het Haagse regeerakkoord bekend. Geen parlementair onderzoek naar de Nederlandse betrokkenheid bij Irak. Hebben onze politieke leiders niet beseft dat ze zich vier jaar geleden door Bush en Blair een van de grootste oren uit de vaderlandse geschiedenis hebben laten aannaaien? En dat dit uiteindelijk aan twee Nederlandse soldaten het leven heeft gekost? Nu per regeerakkoord besluiten dat daarover geen vragen meer mogen worden gesteld: wat een botte, schaamteloze brutaliteit.