Profiel: Marnix Van Rij

De amateur

Het in particuliere kwesties doorgaans betrouwbare dagblad De Telegraaf wist afgelopen zaterdagochtend te melden dat de gevallen CDA-voorzitter Marnix van Rij toen hij jaren geleden in het huwelijk trad, zijn aanstaande echtgenote in het oor fluisterde dat ze trouwde met «de nieuwe premier van Nederland». Opdat mevrouw Van Rij zich dat wel bewust zou zijn. Hoe ze daarop reageerde, houdt het ochtendblad in het midden, maar reken maar dat mevrouw Van Rij door de jaren heen heeft gemerkt dat haar man ambities koesterde die verder gingen dan de accountancy bij Ernst & Young, verder gingen dan het werk als raadslid, het fractievoorzitterschap en de wethouders zetel in de gemeente Wassenaar. Zijn ambities overstegen zelfs het voorzitterschap van het CDA, waartoe hij in 1998 geroepen werd. Mevrouw Van Rij werd daar zelf nog de dupe van. Het hele land moest weten dat zij na twaalf jaar huwelijk «warme gevoelens» bleek te koesteren voor een vrouw en van haar aanstaande premier zou scheiden. Met het oog op een zuivere toekomst binnen de christen-democratie leek het de CDA-voorzitter wijs alle partijgenoten een brief te sturen om deze achtergrondinformatie uit de doeken te doen. Ook scheiden doe je niet alleen, bij het CDA.

Om de hele affaire af te sluiten, laat het voormalige echtpaar zich in 1999 nog pagina’s lang interviewen door Jan Hoedeman in het Volkskrant Magazine — overigens onder de thans weer actuele kop «Hiervoor wist ik niet wat eenzaamheid was». Slechts terzijde komt de politiek in dat stuk ter sprake. Uitgebreid wordt gesproken over de omgangsregeling met de kinderen, over het gestrande huwelijk en over Van Rij’s godvrezendheid. Wat betreft persoonlijke toonzetting deed het interview niet onder voor het veelbesproken verhaal van dezelfde auteur over de keukenkwaliteiten van (toen nog) PvdA-kroonprins Ad Melkert. Via de coquilles St. Jacques van Melkert lanceerde de Volkskrant in maart dit jaar de nieuwe PvdA-leider. Vergelijkbaar was de presentatie van Van Rij, de coming man en laatste hoop van het CDA. Waarom anders zoveel aandacht voor het privé-leven van een eenvoudige partijvoorzitter? Marnix van Rij had duidelijk meer in zijn mars toen hij in 1999 Hans Helgers opvolgde als voorzitter van het CDA.

Met het koningsdrama van afgelopen week heeft Marnix van Rij echter zijn eigen politieke doodvonnis getekend. Als donderslag bij heldere hemel trad hij terug als voorzitter van het dagelijks bestuur wegens «een fundamenteel meningsverschil met de CDA-fractievoorzitter in de Tweede Kamer, Jaap de Hoop Scheffer, over de organisatie van de volgende verkiezingen», zoals de partij liet weten. Dat meningsverschil zou volgens bronnen rond het partijbestuur over de strategie voor de campagne gaan. Beoogd lijsttrekker Jaap de Hoop Scheffer was niet iemand om een persoonlijke campagne rond op te bouwen (iedereen kent de beelden van de geplaagde CDA-leider die tijdens de vorige verkiezingscampagne op een Haags terrasje vergeefs probeerde een dienblad vol vers getapte biertjes te slijten), en de plannen die voor die campagne ter tafel lagen, waren volgens Van Rij «te defensief» van aard. Om de huidige 29 zetels te behouden — een bescheiden ambitie die bij het CDA evenwel opvallend weinig weerstand kreeg — was een campagne nodig waarin de CDA-kandidaat fel van leer kon trekken tegen Melkert en Dijkstal, gepokt en gemazeld in de verkiezingsretoriek. Van Rij had er een hard hoofd in dat dat met De Hoop Scheffer zou lukken en verliet het dagelijks bestuur met slaande deuren.

Om vervolgens een greep naar de macht te doen. Als nummer drie op de lijst? Of was het Van Rij, zoals De Hoop Scheffer met gevoel voor conspiratie uit-en-te-na repliceerde, van begin af aan te doen geweest om het lijsttrekkerschap? Van Rij, die op de avond van zijn aftreden tamelijk beroerd onderuit ging bij de televisierubriek Den Haag Vandaag, bleef die dag volhouden nog niet te weten of hij zelf beschikbaar was. Jaap de Hoop Scheffer was zijn man. En alleen als Jaap daarmee zou instemmen, wilde Van Rij zich kandidaat stellen voor het lijsttrekkerschap. Een enkelvoudige voordracht van het Partijbestuur (in casu De Hoop Scheffer) was gewenst, aldus Van Rij vrijdag. Na de urenlange beraadslagingen een dag later in het CDA-huis aan de Dr. A. Kuyperstraat in Den Haag, hing de vlag er opeens heel anders bij. De Hoop Scheffer voelde zich niet voldoende door zijn bestuur gesteund en Van Rij vroeg 24 uur «tijd voor bezinning» alvorens zich te kandideren — mogelijk om de schijn van een geslepen coup met voorbedachten raden waar mogelijk nog te vermijden.

Maar Van Rij overspeelde zijn hand. Hij eiste dat de provinciale partijbaronnen, maandagavond bijeen in Hilversum, zouden kiezen voor een zogenaamde «meervoudige voordracht»: naast Van Rij moesten nog twee andere kandidaten meedingen naar het lijsttrekkerschap. De leden mochten dan uiteindelijk in een soort partijreferendum de doorslag geven. Een plotselinge poging tot democratie.

Toch is dit streven van Van Rij naar betrokkenheid van de leden bij de koers van de partij niet van vandaag of gisteren. In het laatste nummer van de CDA-krant, gedateerd op afgelopen zaterdag 29 september, staat naast de allesbehalve definitieve kandidatenlijst voor de Tweede-Kamerverkiezingen, een groot interview met de twee dagen voor het verschijnen van de krant afgetreden partijvoorzitter. Onder de kop «Inhoudelijke voorsprong op andere partijen nu verzilveren» legt Van Rij uit dat hij alle vertrouwen heeft in het fenomeen politieke partij, maar wel enige veranderingen voorstaat. «Met zijn tienen in een rokerig zaaltje kandidatenlijst en programma vaststellen, is echt niet meer van deze tijd. Burgers willen meer en anders betrokken zijn bij een partij. Om te beginnen moet de interne partijdemocratie worden versterkt. Leden moeten daadwerkelijk invloed krijgen op het beleid en op de keuze van hun bestuurders en volksvertegenwoordigers», zegt Van Rij in het interview. «Voor belangrijke posten binnen de partij moet er een meervoudige voordracht van kandidaten komen, en het moet mogelijk worden dat leden geraadpleegd worden over belangrijke inhoudelijke thema’s.»

Met deze vernieuwingen had Van Rij dus meer haast dan werd gedacht. Dat het partijbestuur daar nog niet aan toe was en maandagavond Jan Peter Balkenende als enige kandidaat-lijsttrekker voordroeg, betekent het voorlopige einde van de politieke loopbaan van de ambitieuze Van Rij, die het CDA zeven maanden voor de verkiezingen in complete chaos achterlaat. Als partijvoorzitter werd hij nog in brede kring gedragen, zijn tamelijk amateuristische poging om ten koste van alles en iedereen politiek leider te worden, werd Van Rij teveel en transformeerde de CDA-vesting aan de Dr. Kuyperstraat weer in het beruchte operettetoneel dat sinds de welhaast ononderbroken crisis sinds 1994 niet meer is weg te denken.

Die crisis, na het vertrek van Ruud Lubbers en de immense verkiezingsnederlaag van Elco Brinkman, is voor Van Rij vijf jaar voor hij de Wassenaarse dorpspolitiek verliet een sterke drijfveer geweest om zich landelijk te roeren. De Wassenaarse fractievoorzitter liet zich als een van de «jonge honden van het CDA» in 1995 interviewen in de Volkskrant. «Ik heb al zo vaak van leeftijdgenoten te horen gekregen dat ik geschift ben, door me in te zetten voor een weliswaar respectvolle maar kansloze partij», verzuchtte hij daar. In dagblad Trouw, waar Van Rij’s vader voor diens overstap naar de Rijksvoorlichtingsdienst in de jaren zestig chef-redacteur was, publiceerde zoon Marnix een jaar eerder (in maart 1994) een profetisch stuk waarin hij vooruitblikte op de te verwachten verkiezingsnederlaag van een paar maanden later. «Het CDA krijgt dan tijd voor een proces van zelfreiniging. De apparatsjiks, de grijze muizen en de snelle mediajongens kunnen er dan uit. Terug naar de kern om versterkt terug te komen. De Grieken noemden dat al apokatastasis, herstellen en terugkomen, trouwens ook een nieuwtestamentisch begrip», schrijft Van Rij.

Het ene na het andere ingezonden stuk volgt — naar eigen zeggen meestal «uit pure woede geschreven». In 1995 gaat Van Rij in een van zijn bijdragen nader in op de positie van toenmalig lijsttrekker Ennneüs Heerma. «In het CDA moet men ophouden met het gezeur, dat Heerma te veel op Swiebertje lijkt. Of een politiek leider nou een ringbaardje of een puistje op zijn neus heeft, doet volstrekt niet terzake.» Voorts pleit Van Rij hier al voor de hardere, minder defensieve oppositie die er noch onder Heerma, noch onder De Hoop Scheffer (die zelf voorganger Heerma op weinig charmante wijze van de troon stootte) niet is gekomen. «De Hoop Scheffer wil zich afhankelijk maken van fouten die anderen maken. Dat is verdedigend catenaccio-voetbal», aldus de juist afgetreden Van Rij afgelopen week in de Volkskrant.

Dat hij een ordinaire en ook nog eens slecht voorbereide moord op de politiek leider van het CDA pleegde, daarvan wilde Marnix van Rij niets weten. «Het is geen onbezonnen actie, ik ben niet over één nacht ijs gegaan», vertelde hij iedere journalist die het horen wilde. Hij vond het «zeer netjes» wat hij had gedaan, zei hij in Trouw. Daarover zijn de meningen verdeeld. Professor Anton Zijderveld, CDA-denker tegen wil en dank, sprak niet ten onrechte van «een schaamteloze machtsstrijd». Volgens hem is Marnix van Rij «volstrekt ongeloofwaardig» en «een politieke amateur die als een soort sunshine boy in de media goed ‹overkomt›.» Het is Van Rij volgens Zijderveld danig in de bol geslagen. Hoe kan het zijn dat een partijvoorzitter zonder parlementaire ervaring de ambitie heeft lijsttrekker te worden? Daarvoor moet je toch wel heel ver naast je schoenen lopen.

Aan de andere kant stond Marnix van Rij wel voor een nieuwe stroming van minder steile christenen in het CDA. Van huis uit gereformeerd sloot hij zich in 1977 keurig aan bij de Arjos, de AR-jongeren. Minder vanzelfsprekend was zijn belijdenis in de hervormde kerk. In een interview met nota bene Trouw liet hij eens weten zich ook wel een beetje katholiek te voelen. Met zijn vrouw liep hij alle verschillende gezindten van Nederland af en er was geen kerk of spirituele stroming waar hij zich onprettig voelde. Terwijl ruim twintig jaar na de oprichting van het CDA nog altijd zwaar weegt of een politicus een gereformeerde, hervormde of katholieke achtergrond heeft, was Marnix van Rij van alle markten thuis. «Jaap de Hoop Scheffer wil de C van het CDA zo authentiek mogelijk houden met nadruk op het belang van vaste waarden en normen», schreef Zijderveld in Het Financieele Dagblad. Van Rij neigt, volgens hem, «naar wat tegenwoordig ‹postmodernisme› wordt genoemd: ‹soft› progressief, meer ‹spiritueel› dan gelovig en wat levensstijl betreft informeel en losjes».

Nu maakt dat allemaal niet meer zo veel uit. Op 12 oktober aanstaande besluit de partij hoogstwaarschijnlijk over het formele lijsttrekkerschap van Jan Peter Balkenende, vertrouweling van Jaap de Hoop Scheffer maar wel voorstander van een socialer CDA. Het definitieve einde van het meer behoudende neo-lubberiaanse tijdperk is daarmee in zicht. Marnix van Rij heeft zijn hand overspeeld en zal een manier moeten vinden om terug te komen. Terug naar de kern om versterkt terug te komen. Apokatastasis, zeg maar.