De amerikaanse kanonneerboot rommelt

De lijst van landen die zich routineus bezondigen aan schendingen van de mensenrechten en/of steun geven aan groepen die bomaanslagen plegen, is helaas erg lang. Zo lang dat ze onmogelijk door de rest van de wereld economisch geisoleerd kunnen worden.

Om redenen die te maken hebben met de binnenlandse gevoeligheden en de geostrategische belangen van de Verenigde Staten, heeft Washington uit die lijst drie namen gepikt: die van Cuba, Iran en Libie. Die landen moeten geisoleerd worden, en met het pistool van de handelssanctie tegen de slapen gedrukt worden andere landen nu gedwongen om daar aan mee te werken.
Er is geen internationaal rechtsartikel of VN-resolutie waarop Washington zich kan beroepen. De enige basis voor haar dictaat is het recht van de sterkste.
Europa protesteert en Canada dreigt met tegensancties, maar wat kunnen ze eraan doen? Een klacht indienen bij de Wereld Handelsorganisatie (WTO) - maar als Washington het been stijf wil houden, zal dit weinig effect hebben. Als een uitspraak van de WTO ze niet bevalt, kunnen de Verenigde Staten de WTO laten vallen, waardoor die organisatie betekenisloos zou worden.
Amerika is meer dan ooit de baas. Sinds de val van het Moskovitische rijk hoeft Washington niet meer te vrezen dat haar bondgenootschap door interne wrijvingen zal worden verzwakt. Dit heeft in de Amerikaanse politiek een tendens versterkt die vaak ten onrechte als isolationisme wordt bestempeld. Noch Clinton noch Dole willen Amerika isoleren. Ze zijn alleen niet bang meer om op de tenen van hun bondgenoten te trappen.
Anderzijds kunnen andere landen, nu ze niet meer hoeven te schuilen voor het Russisch gevaar onder Amerika’s paraplu, meer hun eigen weg bewandelen. Dat zint Washington niet altijd. Vooral niet als die ‘eigen weg’ door cruciale gebieden zoals het Midden Oosten en de Perzische Golf loopt. Recente Franse en Duitse diplomatieke initiatieven in die regio - zoals het vredesplan dat Parijs lanceerde na het jongste Libanese conflict - werden in Washington niet gewaardeerd. Het is wellicht geen toeval dat vooral Frankrijk en Duitsland getroffen zullen worden door Amerika’s verbod op investeringen in Iran en Libie. Een schot voor de boeg, om eraan te herinneren wie de kanonnen bezit. Een voorproefje misschien van de conflicten van de eenentwintigste eeuw.
Maar is Amerika werkelijk van plan om de zaak op de spits te drijven? Het is tenslotte verkiezingstijd in de Verenigde Staten en geen enkele politicus wil zich dan minder macho tonen dan de rest. De sancties zijn Republikeinse initiatieven, maar Clinton werkt zich uit de naad om de tegenpartij op haar eigen terrein te overtroeven. Wel heeft hij de aanvangsdatum van de sancties tegen investeringen in Cuba met zes maanden uitgesteld. En de sancties over Iran en Libie betreffen enkel toekomstige investeringen. Voorlopig gebeurt er dus niets.
Of dit soepje na de verkiezingen even heet zal worden geconsumeerd als het momenteel wordt opgediend, valt nog te bezien.