Hoe amerikaanse lobby Hoe Pfizer en Microsoft Nederland beïnvloeden

De Amerikaanse lobby

Hoe Pfizer en Microsoft het Nederlandse politieke klimaat op een koopje beïnvloeden. De scheuring binnen de neoconservatieve Edmund Burke Stichting is mede veroorzaakt door het Amerikaanse farmaceutische concern Pfizer. Dat bedrijf financierde de stichting met in totaal 470.000 dollar, in de hoop dat ze het politieke klimaat in Nederland in gunstige zin zou beïnvloeden. Maar toen directeur Bart Jan Spruyt zich verbond met de uitgetreden VVD’er Wilders besloot Pfizer afgelopen zomer de betalingen te staken. Pfizer overweegt nu over te stappen naar het European Independent Institute, een afsplitsing van de Burke Stichting. Een reconstructie.

WASHINGTON – Het begon allemaal veelbelovend. Sa men met een groep sympathisanten begonnen Joshua Livestro, de toenmalige me de werker van eurocommissaris Frits Bolke stein, en Bart Jan Spruyt, voormalig politiek redacteur van het Reformatorisch Dagblad, een denktank naar model van de Amerikaanse Heritage Foundation. Naam: de Edmund Burke Stichting. Doel: het verspreiden van het conservatieve gedachtegoed in Nederland. Werkwijze: het organiseren van bijeenkomsten, publiceren van rapporten, verrichten van onderzoek en het schrijven van artikelen voor de media.
De financiële middelen moesten komen van particuliere geldschieters. Aanvankelijk waren dat alleen Nederlanders. Twee startsubsidies van de gebroeders Baan, van het gelijknamige softwarebedrijf, zetten de eerste zoden aan de dijk. Het «conservatieve moment», zoals ook de kop luidde waarmee Livestro in NRC Handelsblad het startschot gaf voor de denktank, bleek inspirerend genoeg om, op het hoogtepunt, rond de 250 geldschieters te vinden. Met dat geld kon de stichting een pand aan het Noord einde in Den Haag betrekken en vier medewerkers in dienst nemen.
Maar onderweg is er iets fout gegaan. De donaties van Nederlandse sympathisanten liepen snel terug. Die afvalligheid kwam in een stroomversnelling toen Spruyt in 2004 een openlijke samenwerking aanging met de uitgetreden VVD’er Geert Wilders. Voor haar budget, intussen gegroeid tot 330.000 euro, werd de stichting voor het overgrote deel afhankelijk van Amerikaanse sponsors: de multinationals Pfizer en Microsoft. Weer een jaar later, toen bijna het voltallige bestuur en de raad van toezicht waren opgestapt, steunde de Burke Stichting nagenoeg compleet op de bijdragen van deze multinationals. Pfizer, het farmaceutische be drijf dat onder meer Viagra op de markt brengt, betaalde toen 150.000 euro op jaarbasis.
Die afhankelijkheid werd de conservatieve stichting uiteindelijk noodlottig. Toen Pfizer en Microsoft deze zomer niet opnieuw met geld over de brug kwamen, moest directeur Spruyt terugtreden en genoegen nemen met een functie als «onbezoldigd bestuurslid». Voordien verdiende hij jaarlijks 75.000 euro.
Twee voorheen betaalde medewerkers van de Burke Stichting, die sinds 2003 het zo geheten «public policy-programma» hadden geleid, wijdden zich toen al aan plannen voor een nieuwe denktank die meer kans maakte op het geld van Microsoft en Pfizer, en wellicht meer multinationals. Voor de Burke Stichting hadden de twee, Sander Boon en Eline van den Broek, bijeenkomsten georganiseerd over specifiek beleid, die resulteerden in concrete adviezen aan de politiek, vooral op het gebied van – hoe kan het ook anders – de gezondheidszorg. Op 3 oktober 2005 vond de lancering van hun nieuwe, van de Burke Stichting afgescheiden denktank plaats: het European Independent Institute. Tim Evans, de voormalige directeur van de vrijemarktdenktank Centre for the New Europe (CNE) te Brussel, hield een inleiding. Evans, die zichzelf «een anarcho-kapitalist» noemt, leidt sinds kort het in Londen gevestigde Stockholm Network, een overkoepelende organisatie waarbij alle jonge vrije marktdenktanks van Europa zijn aangesloten, zelfs enkele uitgesproken libertair-kapitalistische. «Stockholm» ondersteunt deze denktanks, vooral met goede raad. Maar ook door contact te leggen met geldschieters.

De belangrijkste daarvan is Pfizer. Stoc k holm doet, anders dan de Burke Stich ting, niet ingewikkeld over de contacten met de far maceutische gigant. Pfizers directeur inter nationale zaken Catherine Windels, een voor malige Witte Huis-medewerker onder president Ronald Reagan en contactpersoon van de Burke Stichting, staat zelfs met naam en toenaam als «beschermvrouwe» op de website, met foto en al.
Uit een gesprek met Windels blijkt dat Van den Broek en Boon al om geld hebben ge vraagd, maar dat de beslissing om de toelage toe te kennen nog niet is genomen. Des gevraagd levert Pfizer ook een officieel standpunt inzake de recente verwikkelingen bij de Burke Stichting. Een woordvoerder van de corporate affairs-afdeling: «We hebben afgelopen jaar inderdaad een financiële bijdrage geleverd, voor het gezondheidszorgprogramma van de Burke Stichting. Maar we zijn nog niks met ze overeengekomen voor het komende jaar. De Burke Stichting heeft ons ook nog niet formeel benaderd. In alle landen waar wij zaken doen, proberen we het gezondheids zorg debat te voeden, en als de Burke Stichting daartoe ook dit jaar opnieuw veelbelovende plannen heeft, zijn we zeker bereid die serieus in overweging te nemen, zoals we dat met ieder ander plan van iedere andere denktank zouden doen. Tegelijk zijn wij ons bewust van de recente ontwikkelingen bij de stichting.»
Die ontwikkelingen bereikten Windels de afgelopen jaren via onder anderen de Hollandse «director corporate affairs» op het Nederlandse kantoor van Pfizer. Die zag weinig tot niets in de Burke Stichting, bevestigt een oud-bestuurslid: «Zij vonden ons maar een rare club, zeker na dat anti-islamiseringsplamflet. De contacten waren altijd stroef.»
De contacten tussen Windels en de Burke Stichting verliepen juist soepel, vanaf de allereerste donatie van Pfizer. Na iedere nieuwe mondelinge toezegging kreeg penningmeester Van der Haar het geld gewoon per cheque toegestuurd. Tussen 2001 en 2005 doneerde Pfizer zo in totaal 470.000 euro.
Sinds september zit Bart Jan Spruyt zonder personeel en zonder zijn directeursinkomen van 75.000 euro op jaarbasis. Zijn stichting mag van het European Independent Institute wel het oude gebouw in Den Haag blijven gebruiken, maar Spruyt zal zich niet meer tot Pfizer wenden. Over de toenemende invloed van de Amerikaanse geldschieters zei Spruyt – die niet aan dit artikel wil meewerken – eerder tegen Trouw: «Bedrijven willen nu alleen nog maar geld geven als ze onze agenda mede mogen bepalen. Een farmaceutisch bedrijf wilde ons bijvoorbeeld alleen steunen als wij in ruil daarvoor stennis wilden schoppen tegen het nieuwe zorgstelsel van minister Hoogervorst van Volksgezondheid. Wij als Burke Stichting liepen het gevaar dat onze onafhankelijkheid en integriteit in het geding kwamen. Het is verschrikkelijk. Ik kwam voor de keuze: of verder gaan met dat soort gedoe of terugkeren naar de basisactiviteiten.»
Dat neemt niet weg dat ook Spruyt voor de financiering van die «basisactiviteiten» de ogen al vroeg op Amerika had gericht. Op reizen naar Londen en New York in het eerste bestaansjaar van de stichting lobbyde Joshua Livestro 75.000 euro bij elkaar. In april 2003 hoopte hij een reis te maken naar Michigan, samen met mededirecteur Bart Jan Spruyt en bestuurslid Michiel Visser, in het dagelijks leven advocaat te New York. Ze zouden daar een poging doen geld los te peuteren bij twee miljonairsfamilies van Nederlandse komaf. De verwachtingen waren hooggespannen. In Grand Rapids, vlakbij het plaatsje Holland, hadden Jay van Andel en Rich de Vos een fortuin verdiend met hun familiebedrijf Amway (afgeleid van «American Way»), dat stofzuigers, cosmetica, etenswaren, sieraden, pannensets en geneesmiddelen distribueert en daarmee een omzet van zeven miljard dollar draait. Met een geschat vermogen van rond de vier miljard dollar stonden de mannen tot de dood van Jay in 2004 steevast gebroederlijk in de top-100 van de Forbes 400-lijst.
Livestro zou de reis naar Grand Rapids niet meemaken. Drie dagen voor de reis werd hij door Visser en Spruyt opzijgezet in «een kleine studentenpolitieke putsch», zoals Livestro zich dat later herinnert. «Begrijpelijk», zegt een voormalige insider die anoniem wil blijven: «Met die jongen (Livestro – pvo) kon je niet met goed fatsoen ergens aankomen.» In juli van dat jaar werd Livestro zelfs officieel ontslagen. De toenmalige penningmeester Edwin van de Haar – die weigert aan dit artikel mee te werken – zei destijds tegen NRC Handelsblad dat Livestro «qua communicatie nog niet in de 21ste eeuw was beland».
Desondanks waren onder Livestro’s directeurschap een indrukwekkend bestuur en een imponerende raad van toezicht bijeen gebracht, met coryfeeën uit de politiek als Hans Hillen, Dries van Agt, Onno Ruding (allen CDA) en Eimert van Middelkoop (ChristenUnie). En tot zijn vertrek was er nog nooit een donateur weggelopen, bevestigt Livestro vanuit Engeland, het land waar hij nu woont.

De reis naar Michigan draaide ook zonder Livestro uit op een teleurstelling. Visser en Spruyt kregen niet meer dan 25.000 dollar uit het familiefonds De Vos. Voor die 25.000 moes ten ook nog eens de statuten worden aangepast, om te verzekeren dat de Amerikanen de gift van hun belastbaar inkomen konden aftrekken. De Burke Stichting moest statutair nog duidelijker verklaren dat het geen directe politieke bemoeie nis ambieerde. Het bestuur ging zonder morren akkoord. Wel klaagden de bestuurs leden zo nu en dan tegen Bart Jan Spruyt over zijn management. Hoewel hij een meester was in het vinden van de publiciteit liet de dagelijkse leiding van het kantoor te wensen over. Ook deed hij weinig met tips voor potentiële geldschieters. Vooral bestuurslid Peter Bouma, werkzaam bij de Rabobank, leverde af en toe de naam van een mogelijke donor, waar vervolgens weinig tot niets mee gebeurde.
De onvrede van het bestuur werd nog groter toen Spruyt meeschreef aan een manifest waarmee het afgescheiden VVD-kamerlid Wilders een eigen beweging wilde beginnen. In nationale televisieprogramma’s vertelde Spruyt (bij de Kamer van Koophandel bekend als «Spruit») dat die beweging moest uitmonden in een «Nederlandse variant op de Amerikaanse Republikeinse partij», die er onder meer naar zou streven burgerrechten «voorwaardelijk» te maken. Direct was de Burke Stichting zijn prominente sympathisanten Hillen, Van Agt en Van Middelkoop kwijt, én menige Nederlandse donateur. Het bestuur voerde een stevig ge sprek met Spruyt. De directeur vertelde het bestuur over de bedreigingen aan zijn adres en de verwarring na de moord op Theo van Gogh. En hij beloofde beterschap. Maar toen Spruyt zich in maart 2005 opnieuw in het openbaar committeerde aan de zaak van Wilders en zelfs verklaarde wellicht een kamerlidmaatschap te ambiëren, stapten vier van de vijf bestuursleden op.
Medeoprichter Andreas Kinneging, hoog leraar aan de juridische faculteit te Leiden, werd daarna bestuursvoorzitter. Kinneging deed destijds nogal laconiek over de opwinding: «Wilders heeft advies gekregen van de Burke Stichting. Als Femke Halsema om advies had ge vraagd, had ze dat ook gekregen.» Spruyt draaide de zaak om en week af van het grote Amerikaanse voorbeeld Heritage Foundation, door te verklaren dat juist de bestuursleden niet verbonden dienden te zijn aan een politieke partij. De afhakers op hun beurt bleven loyaal genoeg om nooit de namen te noemen van de twee grote Amerikaanse geldschieters. Pas nu die geldkraan is dichtgedraaid, bevestigen enkele oudgedienden desgevraagd hun identiteit.

De Burke Stichting was geen vreemde keuze voor Pfizer en Microsoft. Beide multinationals zijn al jaren donateurs van de Heritage Foundation. Dat valt na te lezen in het jaar rapport van de conservatieve denktank in Washington DC, die 262 medewerkers in dienst heeft en een jaarbudget van 33 miljoen dollar kan besteden. Waarom doen de Nederlandse «denkers» dan wel zo geheimzinnig over hun financiers? «Het begon bij de broertjes Baan», vertelt een oud-bestuurslid. De gereformeerde broers, rijk geworden met hun softwarebedrijf, gaven de Burke Stichting de gelegenheid hun zomerschool te houden in kasteel Vanenburg. «Ze gaven ook geld, maar op voorwaarde van strikte anonimiteit. Toen hebben we één lijn getrokken: we verklappen geen enkele naam.»
Dat klinkt aannemelijk, ware het niet dat de Burke Stichting met die geheimhouding wel nadrukkelijk in de pas loopt met de grotere Europese broers: geen enkele neoconservatieve denktank wil vertellen van wie het geld komt. Dat ondervond onder anderen de onderzoeker Olivier Hoedeman, verbonden aan het in Am sterdam gevestigde Corporate Europe Observatory (CEO), een organisatie die het lobbywerk van grote bedrijven bestudeert. Per brief vroeg Hoedeman aan de vijftien meest serieuze van de tientallen nieuwe «radicale vrijemarkt dentanks» in Europa de namen te geven van hun belangrijkste geldschieters. Aanvankelijk reageerde niemand. Hoedeman moest er flink achteraan bellen: «De meesten draaiden zich er omstandig onderuit, aanvankelijk met allerlei merkwaardige smoezen, maar later openlijker: ze hadden er gewoon geen zin in te vertellen van wie ze het geld kregen.»
Hoedeman is niettemin op de hoogte van de enorme financiële steun van Pfizer voor deze nieuwe Europese denktanks, opgericht ter promotie van de idealen van de vrije markt. Voor Pfizer zelf stelt die steun financieel overigens niet veel voor. De producent van de erectiepil Viagra heeft 122.000 medewerkers in meer dan 150 landen. Het bedrijf draaide in 2004 een omzet van 52,5 miljard. Aan onderzoek en ontwikkeling besteedde het in het afgelopen jaar 7,7 miljard.
In de Verenigde Staten heeft Pfizer reeds een traditie in het beïnvloeden van het publieke debat. De multinational heeft een eigen «politiek-economisch onderzoekscentrum» en zelfs een «dienst sociale kwesties». De medewerkers daarvan produceren aan de lopende band rapporten met titels als: «Globalisering: Een kracht achter de bestrijding van armoede». Buiten de Amerikaanse grens begon het met de «Pfizer Forumbijlages» in de Britse Economist (het blad maakte duidelijk dat het om gekochte advertentieruimte ging). Later begon het bedrijf met de financiering van Timbro, de leidende vrijemarktdenktank in Zweden. Dit werd zo’n succes dat Pfizer een aparte functie creëerde op het kantoor in New York. Er werd een contactpersoon voor de Europese onderzoeksinstituten aangesteld. Die zou hulp bieden aan de nieuwe ideologische denktanks die «onafhankelijke» pogingen doen het Europese gat in de markt op rechts te vullen, en tegelijk de politieke agenda moeten uitvoeren van het farmacieconcern.

De denktank die in Brussel werd opgericht om deze doelstelling te realiseren, CNE, laat zien hoe dat moet. Van de 55 rapporten die het instituut sinds 2001 produceerde, zijn er 23 gewijd aan gezondheidszorg. Menig ander rapport is geschreven door milieusceptici. Ook het energieconcern Exxon/Mobil doneerde in 2004 tachtigduizend euro aan CNE. De derde grote geldschieter, Microsoft, werd door deze «onafhankelijke denktank voor vrijhandel, sociale tolerantie en economische vrijheid» bediend met een fors rapport over intellectueel eigendomsrecht. Net als Pfizer is Microsoft gebaat bij een betere, en vooral langere bescherming van patenten, hoewel Pfizer natuurlijk ook geïnteresseerd is in de liberalisering van het zorg stelsel. Alle Europese vrijemarktdenktanks, aangesloten bij het Stockholm Network, pleitten er met regelmaat voor.
Zo ook de Burke Stichting in de afgelopen jaren. Eline van den Broek schreef voor de stichting de brochure Geneesmiddelenbeleid: Afschaffen?! Sterker, bijna de helft van de Burke-brochures, waarin «het conservatieve ge dachte goed wordt toegepast op de brandende kwes ties van deze tijd», gaat over zorg en geneesmiddelenbeleid. Eline van den Broek, in mid dels directeur van het European Independent Institute, vindt het «logisch» dat de geldschieters waar voor hun geld krijgen. Ze legt dat desgevraagd telefonisch uit: «Het spreekt natuurlijk voor zich dat je niet zomaar kunt doen en laten wat je wilt. Dat de geldschieters ook enige zeggenschap willen hebben. Bovendien zijn het nu nog slechts een paar multinationals, maar dat zal zeker veranderen. Ook Nederlandse bedrijven zullen ons gaan steunen, dat weet ik zeker. Neem Shell, die sponsoren openlijk Greenpeace, waarschijnlijk om een fatsoenlijk bedrijf te lijken. Terwijl wij hun natuurlijk veel meer hebben te bieden.»

Hoe zit het dan met dat «onafhankelijk» in de naam van het European Independent Institute? Van den Broeks collega Sander Boon: «Onafhankelijk zijn van de overheid, daar gaat het om. Dat is nagenoeg uniek in Nederland. Daarom is het ook zo moeilijk om het hoofd boven water te houden. In de Nederlandse samenleving is de bereidheid om te geven volledig geërodeerd, door de overal aanwezige overheid. Zelfs negentig procent van de ondernemers ligt in Nederland met de overheid in bed. Toch heb ik goede hoop. We hebben standpunten waar ook Nederlandse bedrijven en ondernemers interesse in zullen hebben. Zoals de vlaktaks.»
Boon schrikt desondanks als hij hoort dat de namen van de sponsoren Microsoft en Pfizer nu bekend zijn geworden: «Het is ook een strategische beslissing om niet de namen van onze geldschieters te geven. Dan gaan mensen zich afvragen wat onze meningen waard zijn.»
Voorzitter Andreas Kinneging van de Burke Stichting is daarover minder terughoudend: «De wereld wordt geregeerd door ideeën en nauwelijks iets anders, zoals Keynes schreef aan het slot van zijn General Theory. Voor het levend houden en verspreiden van die ideeën is geld nodig. Zonder gaat het niet. Het probleem met veel corporate sponsors is dat ze niet in de grote ideeën over de goede samen leving en de goede mens zijn geïnteresseerd, maar alleen in een intellectuele verdediging van hun eigenbelang. Alleen daar willen ze geld aan uitgeven. Dat nu willen we niet.»
Joshua Livestro, vanuit Engeland, gelooft niets van deze redenering: «Toen Spruyt zo openlijk voor Wilders koos, tekende hij na tuurlijk in zekere zin het doodvonnis van de stichting. We wilden een onafhankelijk instituut opbouwen. Dan moet je geduld hebben. Dat heeft tijd nodig. Voor alles is het essentieel dat je je onafhankelijk opstelt ten opzichte van alle politieke partijen. We wisten dat er conservatieven waren te vinden in CDA, VVD, ChristenUnie, SGP en ook wel in andere partijen. Dom natuurlijk om je dan al zo snel vast te pinnen op één politieke partij, een nieuwe nog wel. Je moet je bovendien voorstellen dat de Nederlanders die geïnteresseerd zijn in zo’n denktank vaak interessante, maar moeilijke mensen zijn. Het zijn de enigen die al die decennia niet mee zijn gegaan in de links-liberale consensus van Nederland. In een land waar consensus het hoogste goed is, doet dat volgens mij iets met je; de politieke marge doet rare dingen met de mens. Wijzelf moesten dus in ieder geval het hoofd koel houden. Onze passies in toom houden. Dat is Spruyt dus duidelijk niet gelukt.»
Vanuit Amerika bevestigt Kees Heesters deze lezing. Heesters weet wat er nodig is voor een succesvolle denktank. Hij werkte enige jaren geleden voor de invloedrijke Amerikaanse denktank American Enterprise Institute, het huisorgaan van de neoconservatieven rond de regering-Bush dat alleen al in 2004 voor 25 miljoen dollar aan donaties wist te werven. «Dit was een leiderschapsprobleem. Spruyt kon de verleiding niet weerstaan zo veel mogelijk met z’n kop op de buis te zijn. Maar geduld is misschien wel het allerbelangrijkste», aldus Heesters.

Spruyts eigen verklaring voor zijn Waterloo is simpel. In Trouw zei hij: «De budgetten van deze bedrijven krimpen en het aantal denktanks neemt toe. Niet in Nederland, maar wel in Oost- en Zuid-Europa. Er zijn dus meer denktanks en er is minder geld.»
Is het zo eenvoudig te verklaren? Het is waar dat er meer denktanks in Europa zijn ontstaan. Maar dat er minder geld is te besteden, betwijfelt Jess L. Baily, de voormalige tweede man op de Amerikaanse ambassade in Den Haag. De Republikein Baily keerde enkele maanden geleden uit Nederland terug en kent de Burke Stichting. Hij is er «wel eens langs geweest». Baily relativeert Spruyts interpretatie van de teloorgang van de Burke Stichting: «Ten eerste: Pfizer overweegt toch gewoon het volle pond aan die andere jongens (het European Independent Institute – pvo) te betalen? Ten tweede: over welke bedragen praten we? Bush haalde twee weken geleden in één diner meer dan twee miljoen dollar op voor Kilgore, een kandidaat voor het gouverneurschap van Virginia. Natuurlijk bestaat er hier, anders dan bij jullie, een geefcultuur, en ging het hier ook nog eens om de president. Maar toch… waar praat jij over? 320.000 euro? Wat, is 200.000 al genoeg? Kinderspel! Weet jij eigenlijk wel hoeveel je hier al kunt ophalen voor de plaatselijke barbecue? Pfizer had aan die Spruyt een koopje. Voor dat beetje geld manifesteerde die man zich prachtig: volgens mij was hij niet uit jullie dagbladen weg te slaan.»

zie hieronder de reactie van het NRC Handelsblad van 12 oktober 2005
www.groene.nl/NRC.pdf
en de reactie van Het Reformatorisch Dagblad van 12 oktober 2005
http://www.refdag.nl/artikel/1233093/