William T. Vollmann

De Amerikaanse nachtmerrie

William T. Vollmann, Argall

Uitg. Viking-Penguin, 747 blz., ƒ119,-

Met zijn tractaat Il Principe schreef Machiavelli in 1513 niet alleen een verhandeling over de mens als machthebber, ook dook hij diep in de psyche van onze soort. In hoeverre houdt een heerser zich aan zijn woord? Het ontluisterende antwoord op die vraag maakt de kern uit van Machiavelli’s denken. Een machthebber die een belofte breekt, hoeft niet meteen van zijn voetstuk te vallen. Integendeel, hij kan nog grootse dingen tot stand brengen. Er zijn twee manieren om te strijden: met wetten en geweld. Wetten worden door mensen gemaakt, geweld is eigen aan het dier. Heersers moeten de kunst verstaan «om zowel in de huid van het dier (het liefst vos of leeuw — gb) als in die van een mens te kruipen». Niet toevallig werd de opvoeding van Achilles al aan de centaur Chiron toevertrouwd. De mens is beestachtig én humaan.

Machiavelli speelt een hoofdrol achter de Brits-koloniale schermen in het derde deel van William T. Vollmanns cyclus Seven Dreams, Argall, andermaal een indrukwekkende historische roman over hoe Noord-Amerikaanse landschappen — deze keer Virginia — zuchtten onder de eeuwige machtsstrijd tussen de oorspronkelijke bewoners en de Europese nieuwkomers. Argall wil het ware verhaal vertellen van «prinses» Pocahontas — een indiaanse die dankzij de Walt Disney-romantiek wereldberoemd werd — en kapitein John Smith. Smith was een Britse avonturier en Machiavelli-lezer die de rivieren van Virginia exploreerde en in 1607 door opperhoofd Powhatan, Pocahontas’ vader, gevangen werd genomen. Pocahontas zou hem hebben gered van de dood. Het is Vollmann in Argall er niet alleen om te doen de Pocahontas-legende stuk te schrijven, hij wil meteen de hele Noord-Amerikaanse geschiedenis vanaf de landing omstreeks 1000 van de Vikingen in «Wineland» (Newfoundland) herschrijven. Zo delft hij op wat eeuwenlang verzwegen werd, zo laat hij zien waar Amerika op steunt en wat zijn democratische gehalte is. Het is nu al een adembenemende onderneming, een groot literair avontuur.

Vollmann is een schrijver die altijd midden in de woelingen in de wereld heeft gestaan. Begin jaren negentig ontsnapte hij ternauwernood aan de dood toen hij tijdens de Balkan-oorlog voor de BBC radioreportages maakte over de etnische hysterie in ex-Joegoslavië. Zijn schokkende relaas staat in The Atlas (1996). Jaren eerder verbleef hij in Afghanistan. De titel van dat reis- en strijdboek is nu veelzeggend: An Afghanistan Picture Show. Or How I Saved the World (1993). Al in zijn verhalenbundel Thirteen Stories and Thirteen Epitaphs (1991) maakt hij een vergelijking tussen Afghanistan en Vietnam als hij in een van zijn «grafschriften» de in Afghanistan gesneuvelde Russische luitenant Osdchi vergelijkt met «de held van My Lai» luitenant William Calley.

Gravesend, aan de mond van de Thames, groeit in Argall uit tot een symbolische plaats: het was de uitvalsbasis van de Britse koloniale vloot, maar ook bevindt zich daar het graf van Pocahontas. Na haar huwelijk met de indiaanse Kocoum, dat, zoals zoveel, wordt verzwegen in de schematische Disney-versie van Pocahon tas, trouwde ze voor de tweede keer, met tabaksplantagehouder John Rolfe. Ze werd moeder van «bastaard» Thomas Rolfe en stierf in 1617 op twintigjarige leeftijd in Engeland, zogenaamd bekeerd tot het christelijk geloof maar nog immer aanbidster van de god Okeus en de Zon, en nog immer hunkerend naar walnootolie om haar lippen om de stank van die onhygiënische blanken te bestrijden.

Vollmann volgt John Smith vanaf zijn geboortegrond Lincolnshire via zijn huurling activiteiten op de Balkan, zijn gevangenschap in Turkije en slaaf-zijn bij «prinses» Charatza Tragabigzanda, tot hij ten slotte Virginia «ontmaagdt» of verkracht. Daar komt de avonturier, Machiavelli-adept, kaartenmaker en latere historieschrijver tijdens zijn keiharde rooftochten om de jonge Britse kolonie aan graan te helpen in botsing met de Powhatans en met de eigen leiding. Vollmann, die in Argall meesterlijk het shakespeareaanse Engels van 1600 weet te imiteren, schrijft over wantrouwen en «twinkling fear». Onder het mom van vriendschap zijn verraad en moord en doodslag niet van de lucht, zowel van de kant van de Britten als van de Powhatans, die ten slotte gedecimeerd worden. Argall, die Pocahontas kidnapt en op zijn schip meeneemt, is de kapitein van het lot en van het geluk. De schrijver, die de lezer regelmatig aanspreekt, noemt zichzelf «William the Blind», zoekt het niet in het gemakzuchtige schema van goed (indiaans) en kwaad (Britten, Hollanders). Er is meer dan het genocideverhaal. Om diepe wanhoop en vluchtige hoop te kunnen omschrijven, moet hij diep in de onberekenbare menselijke geest woelen.

Vrouwen zijn in Vollmanns romans en verhalen vaak ongrijpbare heiligen én hoeren. De bron voor dit dubbelbeeld: op negenjarige leeftijd moest de kleine William op zijn zusje letten, maar dat deed hij even niet en zij verdronk. Daarom spelen bij Vollmann, die een groot hoerenkenner is, in elke roman vrouwen de hoofdrol. Pocahontas «doet me denken aan een Thaise prostituee met wie ik een seksuele relatie had».

Wie Argall leest, kan nooit meer met dezelfde blik naar Disneys Pocahontas kijken. Want de Amerikaanse Droom is tegelijkertijd een Nachtmerrie waaruit het moeizaam wakker worden is. Dat was al waar in 1600 in Virginia, ver vóór 11 september 2001.