De amokmaker

Vaders die in een vlaag hun kinderen ombrengen. Mannen die een kinderspeelplaats op rennen en om zich heen schieten. Het lijken de hedendaagse variaties op het oeroude verschijnsel van de amok. Maar wat is amok? Andre Tuinier is al zijn leven lang door het fenomeen gefascineerd.
‘IK KAN ME herinneren dat ik vanaf mijn negende Nederlands-Indische literatuur heb gelezen’, vertelt de psycholoog Andre Tuinier. ‘Toen ik twaalf werd, kreeg ik een boek over Indische mythologie. Daar stonden verhalen in over amokmakers. Het onvoorspelbare, uitzinnige en exotische karakter van de daad fascineerde me. Nederland was in de jaren vijftig zo keurig, zo conformistisch, zo wederopbouwerig. De amokmaker was voor mij het symbool van het allerindividueelste verzet. Ik zocht dat soort verzet elders, niet alleen in de figuur van de Maleise amokmaker, maar ook bij Karl May en de Franse existentialisten. Als er iets niet paste in de Nederlandse mentaliteit, dan was het wel zo'n vlaag van moordwoede.

Later vond ik een kinderboek uit de vorige eeuw over een stel Nederlandse matrozen in Makasar, destijds de plek voor amokmakers. En inderdaad, er verschijnt een amokmaker, en een van die Nederlanders is zo dapper om een kruik op het hoofd van die man te slaan zodat-ie neervalt. Hier zie je dat die irrationele moordzucht helemaal aan de kant van inlanders ligt. Maar natuurlijk had ik al gauw door dat de Nederlanders in de Archipel minstens zo moordlustig zijn geweest als de Maleiers. Alleen de manier waarop verschilde.’
De amokpleger in dat boek was een mythische figuur?
‘Van oudsher is de amokmaker een soort held. Het oorspronkelijke verspreidingsgebied van amok omvat de Filippijnen, Maleisie en de Indische archipel. Daar is amok endemisch, het heeft er een plaats in de cultuur. Zoals de transculturele psychiater Devereux zegt: het is een cultureel voorgeschreven model voor afwijkend gedrag. De term amok is waarschijnlijk afkomstig uit het Sanskriet. Een vriend van me, een sanskrietoloog, heeft voor mij een aantal Indiase gevallen opgezocht. Maar alleen in de Indische archipel is het een cultuurpatroon geworden.’
IK VIND HET onbegrijpelijk dat iemand die een antisociale daad pleegt, een held wordt.
'Moord wordt lang niet altijd als antisociaal gezien. Was de aanslag op Hitler antisociaal? Als Rambo alleen maar een willekeurige moordmachine was, zou hij voor de meeste macho’s onaantrekkelijk zijn. Zelfs in de westerse ideologie hangt rond de amokmaker een zweem van heroiek. In de Maleise traditie waren er twee gerechtvaardigde manieren om amok te maken. De ene was door in dienst te treden van een vorst, daar getraind te worden en vervolgens een rituele voorbereiding te krijgen om in geval van oorlog de voorhoede te vormen. Zelfopofferingskrijg, vergelijkbaar met kamikaze.
De andere manier was - daar moet ik even een kleine uitweiding voor maken. In Indonesie was alles georganiseerd volgens sociale machtscirkels, met een figuur in het centrum. Maar macht betekende vooral verantwoordelijkheid en mocht niet misbruikt worden, want dat was een vergrijp tegen de kosmische harmonie. En wanneer dat wel gebeurde, kon een lager geplaatst persoon amok gaan lopen tegen de vorst. De manier waarop dat gebeurde, was in een wilde aanval waarbij iedereen werd neergelegd die voor de kris kwam. Een grote schoonmaak. Namens de maatschappij. Het was gelegitimeerd ongelegitimeerd gedrag.
Aanvankelijk waren er dus eerbare vormen van amok. Maar die rollen veranderden. Wat je ziet is dat voor de Atjeh-oorlog de Indonesiers een heel gezond volk vormden. Psychisch ook. Twintig jaar na de Atjeh-oorlog zie je ineens heel hoge cijfers voor schizofrenie en manische depressie. Niet onder de vrouwen. Die hadden altijd al landbouwtaken gehad en die hadden ze behouden. Maar de mannelijke vechtlust verloor z'n eerbare karakter en nam de vorm aan van deviant gedrag, een teken van gestoordheid. De Franse filosoof Foucault heeft geschreven over bepaalde gedragspatronen die ooit normaal waren, toen verdwenen, en later weer terugkeerden, maar dan zonder de “normale” motivatie. Zoals bij de klassieke hysterie: de oude tekens van de religieuze extase die in de zeventiende en achttiende eeuw nog als boven-normaal werden gezien, keren in de negentiende eeuw terug als symptomen van gestoordheid.’
In onze maatschappij komt amok ook nog voor. Zoals onlangs, bij die school in dat Schotse dorpje. En even daarna in Port Arthur, in Tasmanie.
'Amok komt over de hele wereld voor. Maar er zijn culturen en tijden waarin het veelvuldiger voorkomt. Bij ons is het een zeldzaamheid, in Belgie komt het vaker voor, en in Frankrijk nog vaker. Meestal onder boeren. Of onder buitenlanders, mensen uit de derde wereld, en dan ook weer uit bepaalde gebieden.’
Onlangs waren er in Nederland een paar vaders die in een vlaag zichzelf en hun kinderen het leven benamen.
'In een geval ging het om een Molukker, maar daar moet je ook niet te veel achter zoeken. En er was dat geval in de metro in Rotterdam, een paar jaar geleden. Dat was een Surinamer, terwijl het in Suriname nu juist niet frequent voorkomt. Iemand die in de metro vier mensen neerstak en toen werd gepakt. Heel weinig over bekend geworden.
Foucault schreef met een aantal anderen een boek over het geval-Riviere. Dat speelde in de jaren veertig van de vorige eeuw. Die man, ook weer een boer, had zijn hele familie vermoord. Hij kwam eerst bij de lokale rechtbank, waar hij als een normale misdadiger werd veroordeeld. Toen ging het geval naar een arrondissementsrechtbank en daar zat iemand die half geschoold was in de zich net ontwikkelende psychiatrie. Die uitte zijn twijfel. Maar de amokmaker werd opnieuw veroordeeld. En toen kwam de landelijke pers in het geweer en de Franse psychiaters van het eerste uur, die zeiden: dit is monomanie. Dat is in zekere zin de voorloper van de term schizofrenie. Het staat voor een afscheiding van een deel van het bewustzijn, die je als het ware dwingt om iets te doen waarvoor je verder niet verantwoordelijk bent.’
Men heeft tegenwoordig sterk de neiging om amok te psychologiseren. Zoals bij dat geval in Schotland.
'Pedofiel he, zegt men dan.’
En die man in Tasmanie zou schizofreen zijn.
'De link met schizofrenie is vaak gelegd. Maar schizofrenie is zo'n sloppy begrip, daar kun je eigenlijk helemaal niets mee. Het eerste medische artikel over de pathologische kanten van amok werd geschreven in 1848 door een Britse arts, Oxley, in Singapore. Die stelde vast dat veel van de amokmakers die ze hadden gevangen, maagzweren bleken te hebben. Vervolgens kreeg je tropische koortsen. In de jaren zestig van de vorige eeuw vind je forensische rapporten waarvoor de amokmaker van onder tot boven werd opgemeten en alles ter verklaring werd aangevoerd: zweren, kolieken enzovoort. In 1892 werd er malaria aangetroffen in de bloedbaan van een amokmaker. Dus was malaria de oorzaak.
Pas in de jaren twintig kwam schizofrenie als verklaring opzetten. De psychiaters zeiden: er is een basissyndroom, schizofrenie, en er is een secundaire bijwerking, amok. Heel veel gedrag van de amokmakers laat echter zien dat zij zich zelf heel goed van de culturele context bewust zijn. Neem dat beroemde geval in Stockton, Californie. Er komt iemand met een machinegeweer en nog wat andere wapens een schoolplein op en die begint kinderen neer te maaien. Die man had een Hezbollah-uniform aan. Dat wordt dan weer onder de mat geveegd met de opmerking dat die man een psychiatrisch verleden had.’
Er gaat een geruststellend effect uit van dat psychologiseren.
'Precies. Dat is het. Het gat moet gedempt. Het is een volstrekt onbegrijpelijke daad, dus moet het de een of de andere kant uit.’
JE VERZAMELT al heel lang materiaal. Maar wat is het centrale punt?
'Dat is nog steeds de moeilijkheid. Ik gaf ooit in Utrecht les in de transculturele psychologie en psychiatrie. Een van de kernbegrippen daarin is culture bound syndrome, cultuurgebonden psychiatrische verschijnselen. Amok is dat ook. Ik moest op een gegeven moment een proefschrift schrijven. Toen ben ik een paar dagjes naar het Rijksarchief gegaan. Daar bleek mij dat er nog nooit een boek over amok was geschreven. Wat ik heel eigenaardig vond. Er zijn wel zeshonderd psychiatrische artikelen over geschreven, en romans, maar geen boek. Dat komt omdat het verschijnsel zo heterogeen is. Ook in de Nederlands-Indische literatuur is het eigenlijk nooit goed gedocumenteerd. Het verschijnsel werd altijd maar vanuit een bepaald perspectief bekeken.
Ik heb in het algemeen in de psychologie een kritische positie. Ik bekijk de gegevens, maar ik ben ook geneigd te kijken naar wie het schrijft. Dat mag je volgens bepaalde opvattingen niet doen, dat is te zeer ad hominum. Je speelt op de man. Maar hoe meer ik erover las, hoe meer ik merkte dat men maar raak schreef. Ik merkte dat de deskundigen, de politici, de rechtskundigen in hun stukken meer over zichzelf onthulden dan over de amokmaker. En dat komt omdat de amokmaker zo totaal onbegrijpelijk is.
Ik zal je een klassiek voorbeeld geven. Uit 1848, de tijd waar die Oxley over schreef. Het betrof een proces dat in 1845 had gespeeld. Er was een man op het eiland Penang, een welvarende aannemer, die in een periode van vijf maanden zijn vrouw en kinderen verloor aan ziektes en vervolgens ook nog eens al zijn bezittingen kwijtraakte. Op een ochtend ging hij naar de moskee om te bidden en vervolgens maakte hij amok in de straten van Penang, waarbij een groot aantal mensen om het leven kwam. Hij werd gepakt en voor de koloniale rechtbank gebracht. Het vonnis, van Sir William Norris, luidde: een typisch voorbeeld van mohammedaans fanatisme! Hij werd niet alleen neergeknald, hij werd ook nog opgehangen, in vieren gedeeld, verbrand en z'n as werd over de zee uitgestrooid. Als afschrikwekkend voorbeeld.’
Het onderwerp laat zich, kortom, nog steeds moeilijk vangen.
'Kijk, amok heeft een lange historie, he. Hercules liep al amok. Het zit heel diep in ons ingebakken. Ik denk dat er ergens een punt is waarop het een reeel perspectief wordt. Een manier om eruit te stappen. Amok is ook in hoge mate een verschijnsel dat zich voordoet in tijden van verandering. In de Indische cultuur kwam het vooral voor ten tijde van de urbanisatie. Het kan ook een desintegratieverschijnsel zijn. Algeheel nihilisme. Ik denk bijvoorbeeld dat wij ook in Nederland langzamerhand in een maatschappij terecht komen waarin het steeds waarschijnlijker wordt dat er amokmakers optreden.’
WAT IS ER TE ZEGGEN over de geografische verspreiding van amok?
'Ik heb daar een atlas van. Interessant is Thailand: daar is het niet inheems, maar verschijnt het als aanpassingsverschijnsel. Vaak jongens van het platteland die militair worden en dan met een handgranaat een druk cafe binnengaan en zichzelf opblazen. En als tweede springen de Verenigde Staten eruit. Daar doet zich bijna elke week zo'n geval voor.’
Engelstalige gebieden?
'Nou, Engeland weer niet zo. Met uitzondering van het geval in Hungerford. Engeland is sterker in seriemoordenaars. Dat is echt een heel andere categorie, hoor.’
Zuid-Amerika?
'Nee, Spaanse culturen ook niet. Korea wel.’
Is de amokpleger voor jou een held?
'De seriemoordenaar plant, weet wat voor leed hij aanricht. Bij de amokpleger is het eerder: mijn pijn maakt mij tot de vijand van alle anderen. Ik vind amok een verwerpelijke daad, maar de figuur van de amokmaker als symbool draag ik toch een zekere sympathie toe.
Er is in onze maatschappij in toenemende mate een groep die de socioloog Durkheim “anoom” zou noemen. Hij bedoelt dat er in de maatschappij waarden zijn die een deel van de bevolking niet kan realiseren. Het is bijvoorbeeld algemene ideologie dat we moeten werken, maar niet iedereen kan daaraan voldoen. Als de anomie voldoende massa heeft gekregen, zegt Durkheim, faalt de disciplinerende ideologie. Dat zie je dan aan allerlei verschijnselen: toenemende criminaliteit, alchoholverslaving, drugsgebruik.
In die toestand van anomie gedijt ook amok als een daad die in een notedop alles kritiseert wat de maatschappij voorstelt. Je wilt niet zomaar uitstappen, je wilt het de maatschappij ook laten weten. En dan genieten kinderen en vrouwen natuurlijk de voorkeur als slachtoffer. Hoe verwerpelijker hoe beter. De hele gedragswijze staat voor een aanklacht. Maar een die zelden wordt gehoord. Over die Australier in Port Arthur zeiden ze: wat hij heeft willen zeggen, heeft hij nu wel duidelijk gemaakt. Maar wat dat dan is, dat vraagt niemand zich af.’
Soms is de symboliek duidelijk. Zoals die man die op nota bene de universiteitstoren van Austin in Texas klom om om zich heen te schieten.
'Terwijl hij zelf geen intellectueel was. Er is wel een persoonsbeschrijving die past op een aantal van de moderne amokmakers en daar voldoet die man in Austin aan. Amokmakers lijden aan vervreemding en hebben behoefte aan een assertieve daad. En dat terwijl ze in hun omgeving bekend staan als rustig en teruggetrokken. Vaak is de vader militair. En de amokmaker heeft een speciale verhouding met wapens. Zoals onlangs die Belgische amokpleger: lid van een schietvereniging, net als die Schot. Vorige maand in Frankrijk was er ook weer een geval. Ook een boer. Ook een wapenfanaat. Vaak dominante moeder, afstandelijke vader.
De Nederlandse psychiater Van der Kroef heeft in de jaren vijftig een fascinerende beschouwing geschreven over de figuur van de amokmaker in de Indische archipel en het soort van held dat hij vertegenwoordigde. Hij vergelijkt hem met Hamlet. Want wat doet Hamlet? Die draalt eindeloos. Hij wil redelijk blijven. Maar hij wacht te lang. Daardoor wordt het almaar erger. En dan kan hij alleen nog maar vernietigend toeslaan.’
De meeste verklaringen marginaliseren het verschijnsel. Vooral de psychologie doet dat. Dat is de meest relativerende manier van denken die ik ken. Het haalt alles onderuit. >z<
'Dat is ook zo. Niemand wil het als een maatschappelijk verschijnsel zien. In Indonesie namen de amokmakers mythische helden als voorbeeld. En kijk eens naar dat geval in Stockton, die amokmaker met dat Hezbollah-uniform. Die neemt de guerrillastrijder als model. En de moderne guerrilla is nog niet uitgestorven. Integendeel. Die zal het model blijven vormen voor de gestoorde amokmaker.’
'BOVENDIEN, HET is gewoon niet waar dat er altijd een of andere pathologie achter zit. Vaak kunnen ze niks vinden. Dat geeft mij de overtuiging dat er nooit iets zal zijn dat als enige verklaring kan dienen. Ik vind amok veel te conjunctuurgevoelig. Het is gewoon te opvallend dat dit gedragspatroon zo veel voorkomt in bepaalde maatschappelijke contexten. Maar alle amokmakers eindigen, als ze hun daad overleven, in een psychiatrische inrichting. De psychiatrie is er kennelijk om dit soort gevallen onschadelijk te maken. Het gaat er niet alleen om dat ze opgeborgen worden. Het is ook om de boodschap te verspreiden dat het maar een gek is die dat doet.
Ik vind in het algemeen dat we in een situatie zijn geraakt van grote machteloosheid en een schreeuwend gebrek aan democratie. Het is ironisch om te bedenken dat de overlegcultuur daar heel functioneel voor is geweest, want die heeft ons leren psychologiseren. We zijn allemaal in een geoliede fragmentariseringsmachine terecht gekomen. Macht is heel erg verbonden geraakt met het vermogen tot psychologiseren. En de amokmaker mist dat vermogen in extreme mate. Hij argumenteert niet, hij kan zich niet in zijn slachtoffers inleven, hij heeft geen greep op zijn eigen gevoelshuishouding. Het is van buiten en van binnen absolute chaos.’