De amsterdämmerung van rob scholte

Stel dat er een bomaanslag op het leven van Jeff Koons was uitgevoerd en de gevierde Newyorkse kunstenaar wees in een talkshow vervolgens een van zijn naaste vrienden, een dichter met underground-status, aan als de hoofdverdachte. Je zou er donder op kunnen zeggen dat er vervolgens een mediacircus van mega-formaat zou losbarsten: als hongerige wolven zouden drommen verslaggevers zich op de stedelijke kunst-scene storten, geen galeriehouder zou de dans ontspringen, en binnen enkele weken lagen de etalages van de boekhandels vol met getuigenissen van betrokkenen, van de autobiografie van Jeffs tekenleraar op de highschool tot het relaas opgetekend uit de mond van zijn eerste schildersmodel. Net zoals inzake O. J. Simpson het geval was, zou de publiciteitshype aanzwellen tot een mondiale mediacycloon. Ook in Nederland zouden de kranten er, al dan niet via badinerende commentaren over het op hol geslagen karakter van het een en ander, bol van staan.

Wat een contrast met de oorverdovende stilte die volgde op het optreden van kunstenaar Rob Scholte, verleden week donderdag bij Veronica’s actualiteiten-magazine Hagens. In dat programma stelde Scholte dat hij er ‘voor honderd procent’ van overtuigd was dat een jarenlange boezemvriend van hem betrokken was geweest bij de aanslag met handgranaat die hem november 1994 in het hartje van de Amsterdamse Jordaan beide benen kostte. De beschuldiging was des te choquerender, daar de genoemde vriend - een dichter van maximaal formaat - direct na de aanslag fungeerde als Scholtes eerste secondant bij een poging tot reconstructie c.q. opheldering van de zaak. De door Scholte genoemde argumenten voor zijn verdenking waren eerder symbolisch dan technisch van aard, soms ronduit cryptisch. De kijker ontkwam dan ook niet aan de indruk dat Scholte niet het achterste van zijn tong liet zien.
De beschuldigde partij gaf telefonisch een reactie die erop neerkwam dat Scholte de oplossing van de zaak alleen maar blokkeert met dergelijke wilde beschuldigingen. En daarmee viel het doek.
De volgende dag achtte alleen Het Parool - de krant die direct na de aanslag met een spectaculaire reconstructie kwam, waarbij werd gesuggereerd dat een ander persoon uit de kring rond Scholte, een fotokunstenaar met een passie voor geweld, hard drugs en allerlei wapentuig, een hand in de aanslag had gehad - de uitzending een commentaar waard. Daarbij werd ernstig getwijfeld aan Scholtes realiteitszin. 'De butler heeft het gedaan’, riep tv-columnist Han Lips vertwijfeld uit in een sardonisch getoonzette bespreking. Hetgeen, als we de lijn van Scholtes relaas volgen, in feite niet eens zo ver bezijden de waarheid zou zijn.
Sinds de aanslag is Rob Scholte keer op keer een paranoïde inslag verweten. Maar zou het niet eerder vreemd zijn geweest als iemand die zo zwaar verminkt is geraakt bij een aanslag waarvan de politie de dader noch het motief heeft weten te achterhalen, niet paranoïde was geworden? 'Mijn probleem is dat ik niet paranoïde genoeg ben geweest’, zei Scholte in de uitzending tegen Pieter-Jan Hagens.
Of Scholte in zijn onvermoeibare zoektocht naar zijn onzichtbare vijanden nu op het juiste spoor zit, kan op dit moment onmogelijk worden uitgemaakt. Feit is wel dat de Amsterdamse politievoorlichter Klaas Wilting verleden week voor de camera’s beweerde dat het onderzoek weliswaar muurvast zit, maar dat de politie er niettemin rotsvast van overtuigd is dat de dader(s) in de kring van het slachtoffer moet(en) worden gezocht. Opvallend in dat verband was ook dat de zegsman van commissaris Nordholt zeer resoluut de theorie van de hand wees als zou Scholte het slachtoffer zijn van een persoonsverwisseling. Zoals bekend meldde de wegens een drugsaffaire in opspraak geraakte advocaat Oscar Hammerstein zich daags na de bomaanslag bij de politie met het verhaal dat de granaat eigenlijk voor hem bedoeld was - Hammerstein had precies dezelfde auto als Scholte en woonde in dezelfde buurt. De rotsvaste overtuiging waarmee de politiewoordvoerder dat scenario naar de prullenbak verwees, suggereert dat de politie meer van de aanslag weet dan het vastgelopen onderzoek doet vermoeden.
Al met al was het jongste media-optreden van Rob Scholte dus heel wat minder bizar dan de meeste mensen voor mogelijk hielden. De door hem gesignaleerde 'totale pervertering van de Amsterdamse kunstscene’ wordt bijvoorbeeld ook beschreven in de verleden week verschenen roman Plaatstaal van debutante Natasha Gerson, een schrijfster die jarenlang rondhing in hetzelfde milieu als Scholte. Aan de hand van makkelijk te ontsluieren pseudoniemen beschrijft Gerson staaltjes van eenzelfde soort pathologische jaloezie als die welke Scholte in de jaren tachtig moet hebben losgemaakt met zijn komeetachtige lancering in de hitlijsten van de internationale beeldende kunst. De postmoderne onbekommerdheid waarmee de alter ego’s van Scholte en zijn kunstvrienden uit de jaren tachtig figureerden in Joost Zwagermans sleutelroman Gimmick!, heeft al lang plaatsgemaakt voor een loodzware, haast wagneriaanse tragedie, waarbij betrokkenen tot mythologische proporties uitgroeien.
Something’s rotten in de Amsterdamse kunstscene, zoveel is zeker, en zolang er geen oplossing van de aanslag voor handen is, zullen er ongetwijfeld nog heel wat namen de revue passeren, totdat uiteindelijk heel Amsterdam in de ban zal zijn van een almaar verder uitdijende komplottheorie. Voor volgende generaties zal de zaak-Scholte ongetwijfeld uitgroeien tot de hoofdmythe over het culturele klimaat in het Amsterdam van de jaren negentig. Hier en nu geeft men de voorkeur aan stug negeren. Maar ook dat spreekt boekdelen.