Piet Honig, Herinneringen van een Rotterdams revolutionair

De anarchistische behanger

Piet Honig

Herinneringen van een Rotterdams revolutionair

Bezorgd door Bert Altena

Kelder Uitgeverij, 461 blz., € 25,-

Als in Nederland over één maatschappelijke stroming veel is geschreven, dan is het wel over de arbeidersbeweging. Bymholt en Vliegen kwamen al in respectievelijk 1894 en 1905 met degelijke historische werken, en voormannen als Domela Nieuwenhuis, Troelstra en Wibaut schreven dikwijls omvangrijke memoires. Nadat voor de oorlog zich al enkele historici op dit onderwerp hadden gestort, kwam in de jaren zeventig en tachtig een ware vloedgolf van publicaties op gang. In de loop van de jaren negentig werd dit minder en leek het laatste woord wel gezegd. Maar dit is niet het geval, er valt nog veel te onderzoeken. Nog lang niet alle belangrijke regio’s zijn op adequate wijze onderzocht, het bestaande materiaal leent zich voor nieuwe vragen, tal van kopstukken moeten het nog zonder deugdelijke biografie stellen en er zijn nog vele manuscripten die het verdienen te worden uitgegeven.

De levensherinneringen van de Rotterdamse anarchistische stoffeerder en be hanger Piet Honig (1866-1952) vallen zeker in deze laatste categorie. Niet alleen is de literatuur over het vroege socialisme in Rotterdam zeer schaars, ook memoires van arbeiders zijn betrekkelijk zeldzaam. De enkele die gepubliceerd zijn beginnen bo vendien meestal rond 1900, terwijl Honigs boek vooral over de twee decennia daarvoor handelt. Het belangrijkste is echter dat Honig zijn herinneringen zo levendig te boek heeft gesteld dat het volstrekt niet stoort dat de bezorger de oude spelling en Honigs grammaticale eigenaardigheden in tact heeft gelaten.

Hoewel het gezin Honig naar de maatstaven van die tijd niet tot de allerarmsten gerekend kon worden, groeide Piet op te midden van armoede en grote sociale el lende en kon zijn vader als timmerman alleen het hoofd boven water houden door dagen van veertien tot zestien uur te maken. Via een vriend van zijn vader kwam Honig in aanraking met het socialisme en werd hij lid van de door Domela Nieuwenhuis aangevoerde Sociaal-Democratische Bond (SDB). Uiterst leesbaar zijn zijn be schrijvingen van de colportage met Recht voor Allen en de aanvallen van politie en Oranjeklanten, ontroerend is zijn schildering van de zelfkant en de vele prostituees. Het verhaal over de eerste grote liefde is wat melodramatisch, maar geeft daarin juist een heel tekenend beeld van de laat-negentiende-eeuwse opvattingen over liefde en kameraadschap. Interessant is vooral de wijze waarop Honig zijn politieke ontwikkeling beschrijft en de vele contac ten die hij in revolutionaire kringen had. Aanvankelijk had hij het socialisme be schouwd als het evangelie van de armen en had hij instinctief gehoor gegeven aan de slogan «Vrijheid, Gelijkheid, Broederschap». Onder invloed van anarchistische propagandisten kwam hij echter spoedig tot de conclusie dat de idealen van de toenmalige sociaal-democratie alleen door middel van dwang konden worden bereikt en zouden leiden tot een almachtige staat. Van het vrijheidsideaal zou weinig overblijven, zodat er niet veel verschil zou zijn met de kapitalistische onderdrukking.

Honig las alles wat hij te pakken kon krijgen, probeerde een eigen bibliotheekje op te bouwen, en bestudeerde het werk van Marx, Bakoenin, Kropotkin en de grote liberale economen. Een tijdlang be schouwde hij zichzelf als anarcho-communist, maar na kennismaking met de Stirner-adept John Henry Mackay koos hij voor het individueel-anarchisme, dat de vrije, door niets gehinderde ontplooiing van het individu zag als uitgangspunt voor de ideale maatschappij. Hoewel Honigs interpretatie van dit extreme individualisme later vredelievend was, voelde hij zich in de jaren negentig van de negentiende eeuw sterk aangetrokken tot het zogeheten «anarchisme van de daad», dat zich onder meer uitte in moordaanslagen op vorsten, politici en grote ondernemers. Honig bezat een revolver, vertaalde Johan Mosts Revolutionäre Kriegswissenschaft: Ein Handbüchlein zur An leitung betreffend Gebrauches und Herstellung von Nitro-Glyzerin, Dynamit, Schiessbaumwolle, Knallquecksilber, Bomben, Brandsätzen, Giften uns. en schreef in zijn memoires met bewondering en sympathie over anarchistische terroristen die bijvoorbeeld de Franse president en de Oostenrijkse keizerin Sissy hadden vermoord.

In hoeverre heeft Honig geprobeerd zijn woorden om te zetten in daden? Uit de Herinneringen wordt dat niet duidelijk, maar Bert Altena, die het boek voorbeeldig heeft bezorgd en een uiterst informatief en gedegen nawoord schreef, toont aan dat Honig een bepaalde periode uit zijn leven opzettelijk onjuist weergeeft. Wan neer hij in september 1898 uitwijkt naar Parijs suggereert hij dat dit werd veroorzaakt door zijn betrokkenheid bij een bende flessentrekkers, die op basis van hun anarchistische beginselen de kapitalistische eigendomsrechten hadden geschonden. Volgens Altena is het beslist niet uitgesloten dat Honig betrokken was bij plannen om een aanslag te plegen op koningin Wilhelmina of op een van de hoge gasten die aanwezig zouden zijn bij haar inhuldiging op 6 september van dat jaar. Harde bewijzen ontbreken, maar gezien zijn temperament en het klimaat van die tijd is het geenszins denkbeeldig.