De anatolie-expres

Nazim Hikmet, Mensenlandschappen. Uit het Turks vertaald door Els Hansen, Ruud Keurentjes en Wim van den Munkhof, uitg. De Geus, 493 blz., f95,-
Nazim Hikmet (1902-1963) werd in 1938 door de militaire rechtbank in Ankara veroordeeld tot 28 jaar gevangenisstraf. Daarbij werd hem een publikatieverbod opgelegd dat pas in 1965 werd opgeheven, en toen was hij al dood, in ballingschap in Moskou gestorven. Men had hem niet eens hoeven aanklagen vanwege zijn lidmaatschap van de verboden communistische partij, het was voldoende dat in de kast van een kadet de kopie van een gedicht werd gevonden om hem van poging tot opstand te beschuldigen. De scherpzinnigste poezielezers schijnen altijd bij de politie en het leger te zitten.

Daar in de gevangenis schreef Hikmet eerst een groot epos over de Turkse bevrijdingsoorlog (1918- 1922). Ondertussen begon hij aan een dichtwerk, Mensenlandschappen, waarvan in de loop van tien jaar - in 1950 kwam Hikmet vrij - 60.000 versregels uit de gevangenis werden gesmokkeld. De 1700 bewaard gebleven verzen vormen nog altijd een boek van zo'n vijfhonderd pagina’s.
In het eerste van de vijf boeken waaruit het epos bestaat, maakt de schrijver deel uit van een gevangenentransport in de trein. Hij is het onbetwiste middelpunt van het gezelschap, zelfs de gendarmes kijken tegen hem op. De meest uiteenlopende typen die zich in het voorjaar van 1941 in de derdeklas wagon nummer 510 bevinden worden in beeld gebracht. En voortdurend duikt de vraag op: ‘Gaan we met de oorlog meedoen?’ Turkije zou tot 1945 neutraal blijven. Menigeen wacht met ongeduld op een bondgenootschap met Hitler, dat geldt zeker voor enkele inzittenden van een andere trein die op een honderd kilometer daarvandaan voortraast, de sjieke Anatolie-expres, met een bont gezelschap van hoge omes, zakenlieden, volksvertegenwoordigers, buitenlanders, maar binnen gehoorafstand ook een kelner die de chef-kok tussen het bedienen door uit een heldenepos voorleest.
Het lijkt op het eerste gezicht duivelswerk, maar Hikmet slaagt erin om in enkele honderden pagina’s met al die ontmoetingen, portretten, gesprekken en verhalen een facettenrijk totaalbeeld te creeren dat vrijwel nergens een abstracte of oppervlakkige indruk maakt. En ook als hij de hele oorlog in beeld brengt, doet hij dat geraffineerd door een fanatieke radioamateur allerlei berichten te laten opvangen en weer doorvertellen aan een uit de antennes geplukte en gekortwiekte ooievaar. Eerder was de ooievaar al goed voor een overzicht in vogelvlucht. Bovendien wordt dat wereldnieuws verweven met de plaatselijke sluikhandel in graan. Ook de twee parallelle maar o zo verschillende treinen leiden nergens tot gemakkelijke contrasten, al schuwde Hikmet in ander werk de agitprop niet. Hier schrijft een man die kon luisteren.
Het mooist komt dat tot uitdrukking in Boek Drie, dat gaat over de schrijver Halil in de gevangenis, waar hij midden in een web van le venslopen zit. Voor hem gaat achter ieder gezicht een apart verhaal schuil. Als hij in het ziekenhuis is terechtgekomen, horen we daar het treurige verhaal van een boer die zijn vrouw daar aflevert met in haar buik een stel verwarde ingewanden. Ongeduldig wacht de man het einde van de zware operatie af in de hoop dat hij haar meteen kan meenemen, want thuis wachten de kinderen en moet er worden gedorst. Daarna heeft de schrijver met de arts een gesprek over het leven en de dood, dat ’s morgens blijkt uit te lopen in de zelfmoord van de dokter.
Een dichter met oren, dat hoor je aan het ritme van de onregelmatige versregels en het gemak waarmee de verschillende stemmen tot klinken worden gebracht. Hikmet gebruikt alle mogelijke materiaal, zelfs de brieven van zijn vrouw passen erin, en toch blijft het poezie. Had dit in romanvorm gekund? Het gedicht doet die vraag vergeten.
De vertalers hebben er goed aan gedaan het rijmen aan de knutselaars over te laten; wat zij nu in het Nederlands laten lezen is een soepel lopend verhaal met een brede adem die een benijdenswaardige gemoedsrust verraadt. Een prachtige uitgave.