De anders gelovigen

‘ACTIEVE, GELOVIGE moslims moeten bij het CDA binnen de perken van het christendom blijven. Als moslim ga je tegen je eigen overtuiging in als je de christelijke waarden van die partij onderschrijft. CDA'ers hebben hun mond vol van de overeenkomsten tussen christendom en islam, maar er zijn zeker zo veel verschillen.’

Aan het woord is de heer R.M. Kasiem, moslim. Hij was vier jaar CDA-lid, vertegenwoordigde de christen-democraten in de deelraad van de Amsterdamse Bijlmermeer en richtte uiteindelijk de (lokale) Moslim Democratische Partij (MDP) op. Uit protest: ‘Als de toegankelijkheid van het CDA voor allochtonen groot genoeg zou zijn, dan was de MDP niet opgericht. Bovendien wordt een CDA-fractielid geacht de belangen van een kerk vóór die van een moskee te stellen. Daar kon ik als moslim niet achter staan. Onze gemengde CDA-fractie was iets nieuws. We hadden nog geen ervaring met verschillen tussen culturen en geloven. Dat ging dus mis.’
Kasiem wil er verder niet over uitweiden. Deze zaken liggen heel gevoelig, zegt hij, en hij wil niemand in de problemen brengen. 'Kijk maar naar Jan de Jonge, die willen ze nu ook niet meer in de fractie omdat hij zijn mond opentrekt.’
Jan de Jonge is nog steeds deelraadslid in de Bijlmer voor het CDA. In de Bijlmer schiet je weinig op met een politiek die uitgaat van een blank christendom. Dat wordt duidelijk tijdens een rondrit met Jan de Jonge achter het stuur. Onderweg komen we langs een moskee en drie Ghanese jubelkerken met excentrieke namen. 'De Bijlmer is de snelst groeiende multireligieuze gemeenschap van Nederland’, zegt De Jonge. 'Alleen al in dat gebouw zitten vijf verschillende kerken en hier vlakbij is een hindoetempel in aanbouw. De mensen die daar komen, horen allemaal bij het CDA thuis.’
Bij de hindoetempel zijn twee mannen van hindoestaans-Surinaamse komaf druk in de weer de kale loods tot een heiligdom om te vormen. De cementen vloer is al gestort en links van de ingang doemt een betonnen verhoging op die plaats biedt voor een flink altaar. De wanden van de loods zijn bekleed met oude huisdeuren, een geschenk van de gemeente.
De Jonge wordt hartelijk begroet. De hindoestaanse mannen kennen hem goed. Dit is de Jan de Jonge van het Christen Democratisch Appèl die zich tegen de verdrukking in jarenlang heeft ingezet voor de komst van hùn tempel. Hij onderhoudt vanuit de deelraad officieel contact met de hindoegemeenschap in de Bijlmer.
De Jonge: 'Het is toch prachtig dat deze mensen de kans krijgen om een huis voor hun eigen geloof te bouwen. Daar heeft mijn partij aan bijgedragen. De C van het CDA staat echt niet alleen voor het christendom.’
Buiten het CDA wordt Jan de Jonge meer gewaardeerd dan daarbinnen. De Jonge: 'Het CDA moet ook hier alle zeilen bijzetten en ik sta wat dat betreft bekend om mijn onorthodoxe methoden. Ik walg echt van collega’s die maar drie maanden per jaar op verkiezingspad gaan en dan ginnegappend wat foldertjes uitdelen. Daarmee red je de democratie hier niet. En zeker niet de christen-democratie. Bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen kwam maar 46 procent van de kiezers opdagen en bij het laatste referendum zelfs maar net negentien procent. Om mensen te bereiken moet je de wijk in, niet een paar weken per jaar, maar elke dag, vier jaar lang.
Ik eis dat de mensen die ik help op me stemmen. Als de verkiezingen naderen, ga ik elk weekend naar een geloofsgemeenschap. Luister eens, zeg ik dan, ik heb me vier jaar voor jullie uit de naad gewerkt, nu vraag ik iets terug. Maak wat tijd vrij, ga naar dat stembureau en stem op mij. Dat is alles. Ik verdien die stem. Dan zeggen ze: Don’t worry, brother Jan, we vote for you. En die paar die naar de stembus gaan, doen dat nog ook.’
OP GEMEENTELIJK niveau werkt het CDA onverdroten aan de comeback van de christen-democratie. Het gaat daarbij vooral om 'het terugwinnen van de christen-democratische integriteit en kwaliteit’ en 'het voeren van een politiek gestoeld op christelijke waarden’, zo klinkt het van katholiek Eindhoven tot orthodox-protestants Ermelo. Maar over de invulling daarvan is men het lang niet altijd eens. Vooral over de rol die moslims en hindoes - in CDA-jargon 'andersgelovigen’ - binnen de partij kunnen spelen. Hoewel het proces al jarenlang aan de gang is, weten veel christen-democraten niet zo goed wat ze aan moeten met de 'islamisering’ van hun nog steeds op het evangelie gegrondveste partij.
In de Bijlmer, multireligieus mengbekken van de eerste orde, móet het CDA zich wel richten tot niet-christenen, wil de partij niet verschrompelen tot marginale proporties. Volgens Jan de Jonge hoeft dat geen problemen op te leveren. De Jonge: 'Mijn ideaal is een democratie die stoelt op de waarden van het christendom, de islam en het hindoeïsme: laat de wereld goed achter voor je kinderen, eer je ouders, heb je naasten lief, wees rechtvaardig en eerlijk. Dat staat niet alleen in de bijbel, dat zijn waarden die je ook bij andere religies vindt. In principe kan iedereen tot de partij toetreden die onderschrijft dat Jezus goede werken heeft gedaan. Als je niet kunt geloven dat hij de zoon van God is, maakt dat wat mij betreft niets uit.’
BROTHER JAN heeft succes met zijn populistische aanpak. Zoveel succes dat hij maar alvast begonnen is met een eigen campagne, met een Ghanees als campagneleider. De Jonge wil lijsttrekker voor het CDA in de Bijlmer worden, want hij kènt de mensen en die zullen vast op hem stemmen; eerder al werd hij met voorkeurstemmen in de deelraad gekozen. Maar de partij ziet liever Frank Niamut aan het hoofd van de Bijlmerfractie, een moslim van Surinaamse afkomst die nu nog lid is van de Amsterdamse gemeenteraad. Want hij zal zèker de in de Bijlmer zo rijkelijk aanwezige niet-christelijke en zwarte stemmers aantrekken.
De Jonge: 'Ze zeggen dat ik uit ben op macht, maar ik wil alleen de leiding. Het gaat mij om het CDA-belang. De RPF heeft me gevraagd lijsttrekker te worden. Geen haar op mijn hoofd die eraan denkt. Die partij is zogenaamd heel open. Zelfs de grootste heiden kan er lid van worden. Goed voor de contributie en om koffie te zetten. Slavenarbeid noem ik dat, want een hindoe komt nooit op de verkiezingslijst te staan. Bij het CDA kan dat wel.’
GAAT DIT wel over het CDA, het Christen Democratisch Appèl? De partij die in het eerste artikel van haar Program van uitgangspunten heeft vastgelegd dat 'het Bijbels getuigenis van Gods beloften, daden en geboden van beslissende betekenis voor mens maatschappij en overheid’ is? Jawel, want in artikel twee van de CDA-beginselen wordt gerept van de 'politieke overtuiging in antwoord op de oproep van de Bijbel’. En alleen op die politieke overtuiging kunnen CDA-leden elkaar aanspreken, niet op elkanders geloof. De officiële partijlijn is dat iedereen die zich achter de politieke uitgangspunten van het CDA schaart in principe de mogelijkheid heeft lid te worden, een carrière binnen de partij te maken en het CDA tot in de hoogste regionen van de nationale democratie te vertegenwoordigen.
Dat dat niet slechts theorie is, toonde het CDA in 1992, toen de hindoe Rak Ramlal de plaats innam van het vertrekkende Tweede-Kamerlid H.J. Schartman. Het CDA was daarmee de eerste partij met een kamerlid van Surinaamse afkomst en stak zodoende haar regeringspartner PvdA (Lillypally, eerste parlementariër met een Molukse achtergrond) naar de kroon. De slag om de allochtonen op het hoogste niveau was begonnen.
Veel lol heeft het CDA echter niet gehad van haar aanwezigheid in de multiculturele kopgroep. Dat Ramlal geloofde in andere goden dan de God van de bijbel mocht dan volgens de officiële partijlijn geen enkele bezwaar inhouden, niet elk CDA-lid zag de logica van een hindoe-parlementariër die een christelijke partij vertegenwoordigde. En Ramlal legde bij zijn installatie nog de eed af ook. Menig christen hoorde het in Keulen donderen toen deze hindoe ('zo waarlijk helpe mij God almachtig’) hùn Hemelse Vader aanriep.
In Trouw barstte ogenblikkelijk een brievenstrijd los, ingezet door een van christelijke intolerantie doordrenkt epistel van Meindert Leerling, fractieleider van de orthodox-christelijke RPF. Het CDA reageerde per kerende post en bestempelde de RPF met zijn allesoverheersende, exclusieve godsbegrip tot totalitaire partij.
Maar tot schrik van het CDA volgde daarop geen stortvloed van steunbetuigingen uit de eigen gelederen. In Trouw verschenen juist brieven van CDA-leden die twijfelden of het kamerlidmaatschap van Ramlal de partij wel goed deed. Professor Diepenhorst, prominent CDA-lid, keurde het lidmaatschap van moslims en hindoes wel goed, maar meende dat niet-christenen nooit aangewezen konden worden als volksvertegenwoordiger omdat zij 'fundamenteel aan het evangelie tegengestelde opvattingen’ zouden huldigen.
Toen partijleider Wim van Velzen in een poging duidelijkheid te scheppen, zei dat het CDA geen christelijke partij meer was, barstte de bom pas echt. Hij was gedwongen zich in het openbaar te verontschuldigen tegenover de achterban.
Tot overmaat van ramp werd Ramlal er krap twee maanden na zijn inhuldiging van beschuldigd snoepreisjes te hebben geaccepteerd in de tijd dat hij wethouder was in Den Haag. Die beschuldigingen konden niet worden hardgemaakt, maar Ramlal en het CDA hadden inmiddels flinke politieke averij opgelopen.
Na de verkiezingsnederlaag van het CDA in 1994 keerde Ramlal niet terug in de Tweede Kamer, daarvoor stond hij te laag op de lijst. Het Rabbae-effect ging bij gebrek aan een goed geprofileerde, prominente allochtoon volledig aan de christen-democraten voorbij, met als gevolg dat het CDA nu de enige grote partij is zonder niet-blanke, 'andersgelovige’ minderheid in het parlement. In de slag om de allochtonen loopt de partij op dit moment hopelooos achter.
Rak Ramlal is tegenwoordig voorzitter van het Inter Cultureel Beraad (ICB) van het CDA, dat de integratie van doorgaans niet-christelijke allochtonen in de partij, maar ook daarbuiten tracht te bevorderen. Volgens Ramlal laat de positie van niet-christenen binnen het CDA inderdaad te wensen over. Ramlal: 'De afgelopen jaren is het integratieproces meer op gang gekomen, maar het kan stukken beter. De discussie over de rol van het christendom binnen het CDA is er niet per se de oorzaak van dat de betrokkenheid van niet-christenen gering is. Wil je in een redelijke vertegenwoordigende positie terechtkomen, dan moet je een heel traject van wijkbesturen en kamerkringbesturen doorlopen. Dat kost tijd.’
Tot Ramlals vreugde zijn niet-christenen binnen het CDA de laatste tijd beter zichtbaar dan ten tijde van zijn kamerlidmaatschap. Vooral de komst van 'andersgelovigen’ in afdelingsbesturen is belangrijk, want dat zijn vergaarbakken van toekomstige volksvertegenwoordigers.
OOK HET KATHOLIEKE Eindhoven heeft niet-christenen in het zestienkoppige afdelingsbestuur: een moslim en een hindoe. Verkiezingsdag 1994 betekende overigens een enorme dreun voor het CDA-Eindhoven: het aantal zetels slonk van vijftien naar acht. Tot overmaat van ramp bleek het ledenbestand enorm vergrijsd te zijn. Dat probleem speelt niet alleen het CDA parten, maar een afname van jaarlijks zo'n elf procent van de leden - met name door overlijden - werkt niet bepaald motiverend voor een partij die zich voor het eerst sinds mensenheugenis beroofd ziet van haar suprematie in de Eindhovense gemeenteraad. Van de traditionele katholieke aanhang is nauwelijks iets over. Het huidige ledental schommelt tussen de vier- en vijfhonderd.
Het heeft even geduurd, maar minder dan een jaar voor de komende gemeenteraadsverkiezingen hebben de Eindhovense christen-democraten het zelfvertrouwen herwonnen. Flip van Oostenbrugge was afdelingsvoorzitter ten tijde van de vernietigende verkiezingsuitslag. Van Oostenbrugge: 'Na de nederlaag volgde een soort contrareactie. Dat merkte je aan de bestuursinstroom en de aanmelding van actieve leden, onder wie ook niet-christenen. Er is hier een heel levendig ICB, met Turken en Marokkanen. Met moslims heb ik wel discussies gevoerd over wat hen bewoog zich bij het CDA aan te sluiten. Hun antwoord is simpel: de partij houdt zich bezig met een geloofskwestie. Alleen daardoor al voelen ze zich verwant aan het CDA.’
Het moreel is hoog tijdens de bestuursvergadering, het vertrouwen in de hernieuwde kracht en oude waarden groot. Bij binnenkomst toont een enthousiaste mijnheer ('Ik ben Jan, de materiaalman’) een heel arsenaal van promotieprullaria. Hij diept het ene groen-witte CDA-hebbedingetje na het andere op uit zijn kalfslederen tasje. Een frommelig draagzakje, een zaklampje, een pennetje. Hij houdt een groen touwtje tussen duim en wijsvinger waaraan een wit dingetje bungelt. 'Voor moeder de vrouw’, zegt de materiaalman triomfantelijk. Het is een klein plastic kokertje dat naald en draad bevat. Het schroefdopje is te gebruiken als vingerhoed.
Tijdens de vergadering laat de hindoe Sito Panchoe flink van zich horen, met name als het over armoedebestrijding gaat. Omdat de discussie een nogal stormachtig verloopt heeft, kan hij zijn verhaal niet afmaken, maar de voorzitter stelt hem enkele minuten later daartoe alsnog in de gelegenheid. Het CDA-Eindhoven laat zijn hindoe niet onder tafel praten. Mijnheer K. Koçakoglu, moslim, is erg stilletjes.
Fractievoorzitter Cees Sprong reageert verbaasd als hem na de vergadering wordt gevraagd of de aanwezigheid van niet-christenen in het bestuur geen gevaar oplevert voor de christelijke waarden van de partij. Sprong: 'Hier in Eindhoven staan wij niet in de raadszaal met de bijbel te zwaaien.’
EIGENLIJK WORDEN ze er een beetje moe van bij het CDA. De discussie over het toetreden van niet-christenen tot de partij is al zo vaak gevoerd. Steeds gaat het over wat 'christelijke politiek’ inhoudt en dus over de grondslagen van het CDA. Die werden voor het eerst vastgelegd in 1978, ten tijde van de fusiebesprekingen tussen de bloedgroepenpartijen ARP, de CHU en de KVP, die uiteindelijk zouden leiden tot de oprichting van het Christen Democratisch Appèl.
Bij een herziening van het Program van Uitgangspunten in 1993 bleef het evangelie onveranderd de grondslag van het CDA vormen, bang als het CDA was om de oude achterban (die het zo bitter liet afweten in 1994) af te schrikken. Maar zolang deze tweeslachtigheid heerst, zal de partij geen rust kennen. Het langzaam toenemende aantal niet-christenen zorgt met het onderschrijven van het op Gods woord gestoeld beginselprogramma voor het opnieuw oplaaien van de discussie over de 'C’ in het CDA.
De CDA-jongeren hebben de discussie in eigen gelederen nog niet hoeven voeren. Teusjan Vlot, voorzitter van het CDJA: 'Ik denk dat wij minder moeite zouden hebben om andersgelovigen op te nemen dan het CDA, want wij hebben die hele bloedgroependiscussie nooit meegemaakt. We kijken er wel naar of iemand het christen-democratisch gedachtengoed dat hij zegt te onderschrijven, overtuigend kan uitdragen. Ik zit eerlijk gezegd niet op een grondslagdiscussie te wachten.’
Het spanningsveld tussen christelijke grondslagen en niet-christelijke leden kan op twee manieren worden opgeheven. Het CDA zou naast het christendom ook andere religies in de uitgangspunten kunnen opnemen. Of de partij zou kunnen overgaan op een personalistische grondslag, zoals de Scandinavische christen-democraten en de Europese Volkspartij (EVP) hebben gedaan. Die verwijzen in hun grondslagen niet naar het evangelie, maar naar de christelijke ethiek: naar normen en waarden die bijna iedereen kan delen.
Vlot: 'Ik zou persoonlijk niet kunnen leven met het opnemen van andere godsdiensten in de grondslagen van het CDA. Met het personalisme wel, maar je moet toch een ijkpunt hebben. Hoe doe je dat zonder duidelijke godsdienst in je programma? Als je er, zoals wij, voor kiest je partij op de bijbel te enten, dan moet je wel oppassen. De bijbel is geen kookboek, maar een richtsnoer waar je bepaalde waarden uit kunt aflezen. Je kunt de bijbel misbruiken om een bepaalde politiek te rechtvaardigen.’
De orthodox-christelijke RPF vindt dat het CDA maar wat aanzwabbert. De RPF-woordvoerder kan zich niet voorstellen dat niet-christenen een evangelische partij kunnen vertegenwoordigen: 'Als je iedereen maar toelaat, bind je natuurlijk lekker veel kiezers. Maar volgens mij passen die groepen niet onder één noemer. Kijk maar naar het CDA. Dat heeft te veel gezichten. Als De Hoop Scheffer op Urk spreekt, heeft hij het alleen maar over de christelijke waarden, maar in de Randstad zetten ze net zo makkelijk een moslim achter het spreekgestoelte. Een christelijke grondslag met niet-christelijke vertegenwoordigers: het is vlees noch vis.’
Volgens dr. C.J. Klop, adjunct-directeur van het Wetenschappelijk Instituut voor het CDA, delen sommige CDA-leden deze kritiek. Klop: 'Neem de Beweging Christelijke Koers CDA, daar is de weerstand heel sterk. Zij zitten in de orthodox-protestantse hoek en vinden dat andersgelovigen niet kunnen participeren in het CDA, omdat ze het christelijke karakter van de partij schade berokkenen. Het is een beetje een achterhoedegevecht. Het kan zijn dat er mensen naar de RPF zijn vertrokken, maar het kunnen er nooit veel zijn, want bij de laatste verkiezingen hebben de kleine religieuze partijen per saldo niets van ons gewonnen.’
Volgens Klop kan het CDA weinig anders dan vasthouden aan het evangelie. Klop: 'Je haalt je behoorlijk wat op de hals als je ook andere religies in de grondslagen opneemt. De koran eist bijvoorbeeld dat de staat een islamitische staat wordt en dat zullen wij hier in West-Europa nooit accepteren. Een personalistische grondslag zonder duidelijke religieuze stellingname is te vaag. Dan krijg je toch weer allerlei discussies over wat nu weer de christelijke normen zijn.’
Maar vasthouden aan het evangelie houdt ook risico’s in, volgens Klop. 'Als de secularisatie doorgaat, dan neemt onze achterban af. Dat is een risico dat de partij bewust neemt. Het CDA moet op zijn minst een heldere politiek voeren, de oppositieperiode is tot nog toe vrij verlammend geweest. De afgelopen drie jaar heeft de Tweede-Kamerfractie nu niet direct uitgeblonken in een spetterende oppositie, ook niet op het gebied van de christelijke C.’
Op de groslijst voor de parlementsverkiezingen staan nu twaalf allochtonen, onder wie Rak Ramlal. De uiteindelijke kandidaatstelling vindt plaats in september. Als enkelen van de allochtonen op verkiesbare plaatsen terechtkomen, zal de discussie over het christelijke gehalte van de partij wel weer worden aangezwengeld door de Beweging Christelijke Koers, verwacht Klop.
ALLES WIJST erop dat het CDA ondanks de tegenstand niet zal schromen 'andersgelovigen’ verkiesbaar te stellen. In 1994 concludeerde een CDA-commissie die de oorzaken van de verkiezingsnederlaag onderzocht, dat de positie van 'andersgelovigen’ aanleiding gaf tot onduidelijkheid. Zij adviseerde het partijbestuur daar aandacht aan te besteden. Partijvoorzitter Helgers nam dat advies ter harte en liet in oktober 1995 weten dat de partij openstond voor iedereen die de uitgangspunten van het CDA wilde onderschrijven: 'Waar het om gaat is wat ons bindt! En vanuit dat gemeenschappelijke gevoel van binding bedrijven wij politiek in het CDA. Christenen, Hindoes, Moslims en anderen.’
In mei van dit jaar deed een deel van de CDA-Tweede-Kamerfractie een oproep aan de partij: 'Het CDA kan slechts geloofwaardig over de integratie van minderheden spreken als dat ook zichtbaar is in eigen gelederen.’ In Vrij Nederland pakte vice-voorzitter Lodders-Elfferich de handschoen op: 'Wij kunnen het niet maken om geen allochtonen op de lijst te hebben. Ten minste één vertegenwoordiger moet op de lijst staan, liefst meerdere.’
Eerder al bleek de steun van moslims op lokaal niveau onmisbaar. In 1994 stemde bij de landelijke verkiezingen ongeveer 34 procent van de stemgerechtigde Turken op het CDA; bij de Amsterdamse gemeenteraadsverkiezingen was dat zelfs 37 procent. Het plaatsen van Turkse moslims op de Amsterdamse kieslijsten bleek in sommige gevallen de redding voor het CDA. In Amsterdam-Oost, het enige stadsdeel waar de partij haar positie kon handhaven, was de lijsttrekker een Turkse moslim.
Coskun Çörüs (34) is een van de niet-christelijke CDA'ers die een goede kans maken bij de Tweede-Kamerverkiezingen op een verkiesbare plaats te komen. Hij is van Turkse afkomst, belijdend moslim en onder meer actief in het Haarlemse afdelingsbestuur.
Çörüs: 'Ik kan me als moslim vinden in de uitgangspunten en de beginselen van het CDA. In de koran staat geschreven: “Uw beste vrienden, gelovige moslims, zijn christenen.” Wat mij betreft staat de C voor christelijk, en die C impliceert een aantal zaken die ik heel belangrijk vind, met name gerechtigheid en solidariteit. De kwaliteit van een samenleving is gebaat bij duidelijke waarden en normen: we moeten oppassen dat de individualisering niet doorschiet. Ik zal nooit verloochenen dat ik moslim ben. Ik kan iets van het CDA leren en het CDA iets van mij. In die zin ben ik een bruggenbouwer.
Voor sommigen binnen het CDA was mijn lidmaatschap niet zo vanzelfsprekend. Ik was een van de eerste moslims die op hoger niveau actief was. Dat mensen me binnen de partij om uitleg vragen, vind ik begrijpelijk. Maar we moeten er voor waken dat ik continu moet bewijzen dat ik een goede CDA'er ben, terwijl een christen, aan wiens uiterlijk je niets bijzonders ziet, dat niet hoeft te doen.’
IN ERMELO OP de Veluwe ziet het CDA partijleden als Çörüs liever gaan dan komen. Hier is twee derde van de 27.000 inwoners ingeschreven bij een kerkgenootschap. Een kleine tienduizend mensen gaan elke zondag ter kerke. Het CDA telt zo'n vijfhonderd leden, evenveel als in het acht maal zo grote Eindhoven. De vergaderingen beginnen hier steevast met bijbellezing en gebed, maar toch viel het Ermelose CDA bij de laatste verkiezingen terug van negen naar zes zetels.
Eddy Bilder: 'Dat hadden we niet verwacht. Het was een enorme klap.’ Eibert Kuiper: 'Er werden natuurlijk op lokaal niveau schuldigen gezocht, maar de landelijke politiek geeft altijd de doorslag.’
Eddy Bilder (34), fractieleider en voorzitter van de Beweging Christelijke Koers CDA en wethouder Eibert Kuiper (50), beiden Nederlands Hervormd, zetten, geflankeerd door een boekenkast vol werken van de aartsvader der 'kleine luyden’ Abraham Kuyper, hun bezwaren uiteen tegen de officiële partijlijn van het CDA.
Kuiper: 'Als je hindoestaan bent, dan is het in mijn ogen onmogelijk om bezig te zijn met christelijke politiek. Hoe kan iemand die niets met God en het christendom te maken heeft, zich daaraan wijden? Ik zou vanuit mijn overtuiging nooit actief kunnen zijn voor een hindoepartij.’
Bilder: 'De bijbel staat op een voetstuk. Het is niet zomaar een boek, het zegt waar we vandaan komen en waar we naartoe gaan. Christus zegt: “Ik ben dè weg, de waarheid en het leven”.’
De Beweging Christelijke Koers CDA drukt de partij telkens weer met de neus op het woord van God. Niet alleen orthodox-protestanten maken er deel van uit, ook veel katholieken, want als het CDA het evangelie onderschoffelt, hebben zij geen mogelijkheid uit te wijken naar een andere partij, terwijl protestanten altijd nog terecht kunnen bij SGP, GPV of RPF.
Bilder: 'De Beweging is van mening dat iemand die de partij vertegenwoordigt, op overtuigende wijze het evangelie moet kunnen uitdragen.’
Kuiper: 'Als mensen vanuit hun eigen godsdienstige overtuiging politiek actief willen zijn, moeten maar een eigen partij oprichten. Voor een CDA-lidmaatschap van hindoes en moslims voel ik helemaal niets.’
Maar kost het buitensluiten van niet-christenen in een snel seculariserende en multicultureler wordende samenleving dan geen stemmen? Bilder: 'De ontkerkelijking is een golfbeweging. Als we blijven staan voor een christelijke identiteit en vasthouden aan het evangelie, houden we veel stemmen. Het gaat om de kwaliteit en de integriteit die we uitstralen als groepering die de norm voor het politiek handelen niet in zichzelf zoekt, maar in het woord van God. Wij gaan ervan uit dat het christendom de énige weg is. “Niemand kan tot de Vader komen dan door mij alleen”, zegt Jezus.’
Vanuit het evangelie geredeneerd is er simpelweg geen gelijkheid van godsdiensten.
Bilder: 'Andersgelovigen hangen de verkeerde religie aan. Dat klinkt arrogant, en soms zou ik willen dat het anders was, maar het staat geschreven. Ik moet me eraan houden. Soms zou ik wel tegen een hindoe willen zeggen: “Jij bent een prima mens met een prima geloof”, maar vanuit mijn christelijke overtuiging kan ik dat niet doen. Begrijp me niet verkeerd, dat is soms best moeilijk.’