Toneel: ‘Wie heeft mijn vader vermoord’

De angst om anders te zijn

De voorstelling Wie heeft mijn vader vermoord is niet alleen een liefdesverklaring van een zoon aan zijn vader, maar vooral ook een aanklacht tegen de heersende klasse.

Hans Kesting als Édouard. Een hartverscheurende schreeuw om aandacht van zijn vader © Jan Versweyveld

Een terugkerend beeld: een jonge Édouard Louis treedt met andere kinderen thuis op voor zijn ouders en wat gasten. Er is een choreografie gemaakt en ingestudeerd, het achtergrondkoortje is geïnstrueerd en over wie de leadzanger is bestaat geen twijfel: dat is Louis. Hij gaat vooraan staan en begint te zingen: ‘I am a Barbie girl, in a Barbie world, life is plastic, it’s fantastic.’ De volwassenen aanschouwen het geamuseerd, de blik van Louis is gericht op zijn vader; de enige die zich afwendt.

In de solovoorstelling Wie heeft mijn vader vermoord van Internationaal Theater Amsterdam is de letterlijke schreeuw van Hans Kesting als Louis om een blik van pa niets anders dan hartverscheurend: ‘Kijk nou naar me, papa, kijk nou naar me.’ Hij blijft doordansen, doorzingen, steeds harder en fanatieker, dat hij een ‘blond bimbo girl in a fantasy world’ is en alles in hem schreeuwt papa, hier ben ik, zie me nou, maar zijn vader staat beschaamd op en gaat buiten een sigaretje roken. In dit milieu, hier in dit huis in een uitzichtloos dorp, moeten ze niks hebben van ‘mietjes’.

De voorstelling, die is geregisseerd door Ivo ten Hove, is een bewerking van Ze hebben mijn vader vermoord van de jonge Franse schrijver Édouard Louis, dat je een vurige aanklacht tegen de heersende klasse vermomd als boek zou kunnen noemen. Het is ook een soort Vatersuche; Louis probeert te verklaren waarom zijn vader een ongelukkige, arme man is met lichamelijke gebreken, iemand die te veel drinkt en zich schaamt voor zijn homoseksuele zoon. En hoe kan het dat hij hier nu zo zit: letterlijk kapot gewerkt en wachtend op zijn einde.

Net als in zijn andere werk beschrijft Louis zeer treffend en zeer direct het armoedige milieu waarin hij is opgegroeid. De Franse onderklasse die is verraden door de politiek en die gevangen zit in een eigen spiraal; hoe armoede doorwerkt op volgende generaties en geweld bijna onherroepelijk maakt, machismo en ander compensatiegedrag veroorzaakt, schaamte voor alles wat afwijkt van ‘de anderen’ en dit alles de liefde van een zoon voor zijn vader niet kapot kan krijgen.

Kesting is simpelweg een groots acteur en speelt met zijn krachtige lijf zeer overtuigend de homoseksuele zoon die aanklaagt en beschouwt en net zo makkelijk transformeert hij – de rug dan gekromd, de armen onder zijn trui voor zijn buik en veelal paffend, ondanks zijn ademnood – in de afgetakelde vader, en en passant ook nog even in de moeder. Die vertelde dat ze op zijn vader was gevallen omdat hij anders was dan andere mannen. Hij gebruikte wel parfum. Hij bleek altijd te dansen. Louis vindt zelfs een foto van hem in vrouwenkleding, echt waar.

Het decor: er staat een viezig bed, een televisie, twee ramen waardoor licht naar binnen valt, veel peuken op de grond en overal in de muren zijn gaten en vuistafdrukken. Geweld leidt altijd tot geweld, zegt Louis. Omdat zijn opa gewelddadig was, bleef zijn vader obsessief zeggen dat hij nooit geweld zou gebruiken en nooit zijn kinderen zou slaan. Of dat lukt? Zijn frustratie reageert hij thuis af op de muren.

Het is een even emotioneel als meedogenloos verhaal dat begint als Louis na enige tijd weer terugkeert in het armoedige arbeidersdorpje waar hij opgroeide. Hij schrikt zich kapot als hij zijn zieke vader meer dood dan levend aantreft en vraagt zich af: wie is hier verantwoordelijk voor? Dat het boek in briefvorm is geschreven, met Louis die het letterlijk tegen iemand (zijn vader in dit geval) heeft, maakt het ook al zeer geschikt voor een toneelbewerking.

‘Voor ons was politiek een kwestie van leven of doodgaan’

Dat zit ’m niet alleen in het feit dat de schuldigen letterlijk worden aangesproken (‘Hollande, Valls, El Khomri, Hirsch, Sarkozy, Macron, Bertrand, Chirac, het verhaal van je lijdensweg draagt namen’) en dat ook een extra kracht in het theater is, want daar zitten ze, zeker nu door alle coronamaatregelen de bezoekersaantallen beperkt zijn: de heersende klasse. Louis verschaft de onderklasse ook een alibi voor misère: aan hen ligt het niet echt.

Het is en blijft een zeer actueel thema: de groeiende ongelijkheid, die van de onderklasse die achtergesteld is en blijft, zich sneller kapot werkt, de kinderen die worden onderschat op school. Het punt met die ongelijkheid die toeneemt is dat het gevolg is van beleid.

Het is net als met de huidige coronacrisis. Ook die zal de ongelijkheid weer vergroten, net als de crisis van 2008 dat deed. Het is niet iemand als Amazon-baas Jeff Bezos, die zijn vermogen dit jaar met ruim vijftig miljard zag groeien, maar het is vooral de onderkant van de samenleving die wordt geraakt en in een nog precairdere situatie terechtkomt. Zo schreef de Onderwijsraad vorige maand in het advies Vooruitzien voor jonge generaties: ‘Vooralsnog lijkt de coronacrisis bestaande verschillen te vergroten en lijken leerlingen en studenten die al kwetsbaar waren en extra aandacht vroegen, nu extra hard geraakt te worden.’ En: ‘Waar thuis materiële voorzieningen zoals een internetaansluiting of laptop ontbreken, is afstandsonderwijs niet mogelijk of minder effectief.’

In augustus 2016, onder president François Hollande, aldus Louis, laat Myriam El Khomri, de minister van Arbeid, met steun van premier Manuel Valls de zogeheten Arbeidswet aannemen, die het makkelijker maakt om mensen te ontslaan en bedrijven de mogelijkheid geeft werknemers ettelijke uren per week meer te laten werken, bovenop hun gewone uren. ‘Het bedrijf waarvoor jij straten veegt’, schrijft Louis aan zijn vader, ‘kon jou vragen nog meer te vegen, elke week nog langer te bukken. Je huidige gezondheidstoestand, je verplaatsingsproblemen, je ademhalingsproblemen, de afhankelijkheid van een machine om te kunnen leven, komen grotendeels voort uit een leven van automatische handelingen in de fabriek en vervolgens uit het elke dag acht uur achter elkaar bukken om straten te vegen, om het afval van anderen op te vegen. Hollande, Valls en El Khomri hebben je verstikt.’

Louis beschrijft ook een scène die toevallig gefilmd is en waarbij de huidige Franse president Macron op straat wordt aangesproken door twee boze fabrieksarbeiders die T-shirts dragen. ‘Mij maken jullie niet bang met jullie T-shirts. De beste manier om een net pak te kunnen kopen is werken.’ Als Louis het filmpje ziet is hij woedend, want in de arbeiders ziet hij zijn vader.

‘De heersende klasse kan klagen over een linkse regering, kan klagen over een rechtse regering, maar een regering bezorgt ze nooit spijsverteringsproblemen, een regering verbrijzelt nooit hun rug. De politiek verandert niets of erg weinig aan hun leven. Ook dat is vreemd, zij doen aan politiek, terwijl de politiek bijna geen invloed op hun leven heeft. Voor de heersende klasse is politiek meestal een esthetische kwestie: een manier om over zichzelf te denken, een manier om de wereld te zien, om zichzelf op te bouwen. Voor ons was politiek een kwestie van leven of doodgaan.’

Je kunt dan ook zeggen dat alle gezinnen die in betrekkelijk welvarende landen toch in armoede leven in zekere zin op elkaar lijken. Compensatiegedrag, machismo en veel frustratie die dikwijls leiden tot geweld. Er is altijd de schaamte voor het niet voldoen aan een norm die aan de onderkant van de samenleving steviger wordt gevoeld en het mag zo nu en dan, ondanks het permanente geldgebrek, wat kosten om niet anders te zijn.

Als Louis jarig is, vraagt hij van zijn vader de film Titanic, waarvoor dan veel reclame wordt gemaakt. Zijn vader vindt het niks. Wil hij niet liever een auto? Een pak van een superheld? Louis weet dat er niet veel geld is voor een cadeau en dat zijn vader boos is omdat hij om een film vraagt. Maar dan: op de ochtend van zijn verjaardag krijgt hij niet zomaar de Titanic, maar een zeer kostbare special-editionbox.

Want dat is het ook: veel te duur eten met Kerst bijvoorbeeld, omdat ze het willen doen zoals ze denken dat het hoort. Oesters, eendenlever en wat al niet meer koopt de vader van Louis, waardoor er paradoxaal genoeg meer geld werd uitgegeven tijdens Kerst, uit angst om anders te zijn. En vader blijft volhouden dat hij een hekel heeft aan feesten en verzucht dat hij niet kan wachten tot ze voorbij zijn en Louis denkt vooral dat zijn vader doet alsof hij een hekel heeft aan geluk, om zichzelf wijs te maken dat zijn leven misschien wel ongelukkig lijkt, maar dat hij daar zelf voor heeft gekozen, alsof hij wil doen geloven dat hij de regisseur is van zijn eigen ellende, de indruk wekken dat zijn leven misschien wel te zwaar was geweest, ma. ‘Ik denk dat je weigert te erkennen dat je verloren hebt.’