De angst relativeren onder Orbán

Boedapest – ‘De Russische mensenrechtenactivist Svetlana Gannushkina zegt dat je jezelf nooit moet afvragen of je bang bent’, zegt András Lederer van het Hongaarse Helsinki Comité, dat juridische steun biedt aan vluchtelingen, gedetineerden en minderheden. ‘Natuurlijk ben je bang. Dat is de verkeerde vraag. Mensen zijn bang voor van alles: voor het donker, voor spinnen. Maar vraag jezelf dit: hoe reëel is mijn angst?’

Viktor Orbáns strijd tegen de civil society in zijn land begon met een plotseling uitgebreid belastingonderzoek in 2015. Grote ngo’s werden uitgebreid onderzocht, maar er werd niets belastends gevonden. De belastingdienst werd om een verklaring voor het plotselinge onderzoek gevraagd, maar dat werd geweigerd. Op last van de rechter werd er toch gehoor aan gegeven: de aanleiding was een directe brief van de minister-president. En dat was nog maar het begin.

In de jaren erna volgde de ene na de andere nieuwe wet die was ontworpen om het leven van de civil society zuur te maken. Mensenrechtenorganisaties werd de toegang tot gesloten instellingen ontzegd. Hongaarse ngo’s die een gedeelte van hun fondsen uit het buitenland ontvangen, werden gedwongen om zich publiekelijk te declareren als ‘foreign-funded organizations’ – een manier om hun bezigheden af te schilderen als ‘buitenlandse inmenging’. Voor organisaties die zich op wat voor manier dan ook met immigratie bezighouden werd er eerst een belasting van 25 procent ingesteld; later werd het ondersteunen van immigratie of migranten strafbaar.

Toch opereert het Hongaarse Helsinki Comité zoals gewoonlijk. ‘Deze regering is afhankelijk van angst en zelfcensuur’, zegt Lederer in het kantoor van de ngo in Boedapest. Zijn dagelijkse werk bestaat uit het juridisch ondersteunen van vluchtelingen – waar sinds vorig jaar een gevangenisstraf op staat. ‘Onze inschatting is dat Orbán het zich niet kan permitteren om mensenrechtenadvocaten te vervolgen. Bovendien hoeft dat voor veel van zijn doelstellingen ook niet: angst alleen is in de meeste gevallen genoeg. Waarom zou je in dat geval acties ondernemen waar je een veel hogere politieke prijs voor moet betalen?’

Toch hou je natuurlijk altijd een stemmetje in je hoofd – en voor Lederer en zijn collega’s gaat een gedeelte van hun werk inmiddels om het evalueren van de eigen angst. ‘Elke keer dat de regering ons weer dwars zit moet iedereen hier lachen; gedeeltelijk door de absurditeit van hun methoden, en gedeeltelijk uit opluchting. Want zolang ze zich bezighouden met het optrekken van juridische muurtjes, zijn ze in ieder geval niet van plan om ons in de gevangenis te gooien.’