De angst van silwan

Geen vreugdedansen wegens Rabins dood in de Oost-Jeruzalemse wijk Silwan. Wel opluchting dat de dader een joodse Israeli was en geen Palestijn. ‘Dit is het logische gevolg van de retoriek van de Likoed-partij.’
JERUZALEM - Direct nadat de eerste berichten over de aanslag op Rabin waren doorgekomen, sloten zwaarbewapende Israelische militairen alle toegangswegen tot de Arabische wijk Silwan in Oost-Jeruzalem hermetisch af. Auto’s werden gestopt en iedereen die de buurt in of uit wilde werd naar zijn persoonsbewijs gevraagd. Alles wees erop dat de Israelische veiligheidstroepen de dader in Palestijnse kring zochten en voorbereid waren op een nieuwe uitbarsting van Palestijns geweld.

Silwan, het zwaar verpauperde Arabische getto waar zich sinds de intifada (1987) nauwelijks meer een joodse Israeli waagt, wordt gezien als een broeinest van Hamaz en andere islamitisch-fundamentalistische groeperingen. De eerste reflex van de Israelische autoriteiten was dat de moordaanslag op de premier een represaille betrof van Palestijnse kant, een antwoord op de door Rabin zelf gelaste liquidatie van Hamas-leider Fathi Shkaki, 26 oktober jongstleden op Malta.
Ibrahim Soudany, een van de Palestijnse leiders uit Silwan: ‘Toen ik de eerste berichten hoorde over de aanslag, wist ik het zeker: dit is het einde van het vredesproces. Ik vreesde het allerergste. Zo overtuigd was ik van het feit dat de moordenaar er een van ons moest zijn geweest. Pas toen het tot mij doordrong dat de dader een Israelische jood was kon ik weer ademhalen.’
Mohammed al-Khouly drijft een kruidenierszaak aan de uiterste rand van Silwan, daar waar de Israelische militairen de wijk hadden afgegrendeld. 'Er heerste een enorme verwarring onder de militairen toen ze hoorden dat het geen Palestijnse aanslag was’, vertelt hij. 'Ze wisten nauwelijks hoe ze moesten reageren. En binnen een half uur waren ze allemaal verdwenen. Gelukkig was de dader geen Palestijn, maar dat maakt het voor ons niet minder ernstig. Rabin was geen vriend, maar hij was wel degene die het vredeproces op weg heeft geholpen.’
DE DOOD VAN Rabin veroorzaakte zeker geen golf van euforie in Silwan en de andere delen van Palestijns Jeruzalem. Waar in Zuid-Libanon en Iran het nieuws van de aanslag voor spontane volksfeesten zorgde en ook de Palestijnen in Gaza enige gevoelens van opgetogenheid niet konden onderdrukken, overheersen hier vooral angst en onzekerheid. Al in de vroege uren van zondagochtend vond er in het Orient House, het officieuze regeringscentrum van de Palestijnen in Oost-Jeruzalem, spoedoverleg plaats tussen de diverse Palestijnse leiders over de vraag hoe het door Rabin en Yasser Arafat in gang gezette vredesproces kon worden voltooid.
'Het is voor ons van levensbelang dat wij nu de juiste koers varen’, zegt Nabieh Awediah, chef-staf van Orient House en een van de deelnemers aan het ochtendlijk beraad. 'wij weten als geen ander hoe zwak en fragiel het vredesproces nog is en hoeveel tegenstanders er zowel in Palestijnse als in Israelische kring nog zijn. En wij weten ook dat juist de persoon van Rabin, hoe gehaat ook door sommigen, de enige was die voldoende overwicht en overredingskracht bezat om de Israelische samenleving op het vredespad te houden. Nu hij dood is moeten wij ons opnieuw orienteren. Deze aanslag was bedoeld om het vredesproces te ondermijnen. Zij die hier achter zitten, zijn tegenstanders van de vrede.’
Ook Marwan Kanafani, de persvoorlichter van Arafat in Jeruzalem, geeft aan dat wat hem betreft het vredesproces door de dood van Rabin in een geheel nieuwe en onoverzichtelijke situatie is terechtgekomen. 'Rabin was een groot leider. Wij hadden onze meningsverschillen, maar hij geloofde werkelijk in vrede en daar hadden wij respect voor. Nu moeten we afwachten en hopen dat de nieuwe premier dezelfde koers zal blijven varen.’
HOEWEL RABIN DOOR veel Palestijnen vooral wordt herinnerd als een gevreesde Israelische warlord, maakt zijn dood zelfs in de hoogste kringen van de PLO ongekende emoties los. Nog voordat president Clinton vanuit de Rose Garden van het Witte Huis zijn emotionele in memoriam uitsprak, kwam Yasser Arafat vanuit de binnenplaats van een van de PLO-regeringsgebouwen in Gaza met een voor vriend en vijand verbazingwekkende rouwrede. Zichtbaar aangedaan stamelde Arafat zijn condoleances in de tientallen microfoons. Zijn korte toespraak ging verder dan het obligate diplomatieke ceremonieel. Na afloop van zijn toespraak, toen hij zich te midden van veiligheidsofficieren naar de uitgang spoedde, keerde Arafat zich plotseling om, liep terug en greep nogmaals naar de microfoon. Met omfloerste stem herhaalde de PLO-leider dat zijn boodschap van medeleven niet alleen bedoeld was voor de naasten van Rabin, maar voor het hele Israelische volk. Het was de eerste keer dat Arafat zich in dergelijke emotionele termen wendde tot het volk van Israel. En dat alles live op de Israelische televisie.
Voor veel Israeli’s was het alsof ze water zagen branden. Zelfs de Jerusalem Post, het conservatieve Engelstalige dagblad dat nog geen twee weken geleden partij koos in de hetze tegen Rabin, kon er niet onderuit om zich - zij het in uiterst bedekte termen - lovend uit te laten over Arafats reactie. Later die avond sprak ook koning Hoessein van Jordanie zich in uiterst warm-vriendschappelijke termen uit over Rabin. Hij noemde hem 'een vriend’ en roemde zijn inspanningen om tot een blijvende oplossing van de problemen in het Midden-Oosten te komen.
Voor de Israelische tv-kijker waren het bijna surrealistische taferelen. De verwarring werd nog eens extra aangezet tijdens de integraal uitgezonden begrafenisplechtigheid. Een volle minuut lang waren vier Arabieren in traditionele witte gewaden te zien naast de baar van Yitzhak Rabin. De commentator zweeg. De beelden spraken voor zich. In hun lange witte gewaden met zwarte omslagdoeken staken de vertegenwoordigers van de Golfstaat Qatar scherp af bij alle andere hoogwaardigheidsbekleders in hun overwegend donker getinte westerse kostuums.
HOEWEL DE officiele Palestijnse reactie op de dood van Rabin dus verrassend unaniem was in haar afkeer en weerzin, zijn er in dat kamp toch ook kritische geluiden te beluisteren. Dr. Mahmoud Zaher, een Palestijnse leider uit Gaza, ziet de moord als het logische gevolg van de wijze van oppositie voeren in de Knesset tegen de vredespolitiek van Rabin en Peres. 'Dit is het gevolg van het soort van retoriek dat in reactionaire Israelische kringen al zo lang gehanteerd wordt tegen de Palestijnen’, aldus Zaher. 'Het is ironisch dat het slachtoffer nu een van hun eigen leiders is. Het zou een les kunnen zijn voor de Israelische regering.’
Arafats rechterhand Feisal Hoesseini liet zich vanuit Amman positief-kritsich uit over de vermoorde Israelische leider, loofde diens inzet voor het vredesproces, maar benadrukte verder dat de dood van Rabin geen enkele aanleiding kon zijn om de ingeslagen weg naar vrede te verlaten. Gek genoeg werd hij wat dat betreft op zijn wenken bediend door de leider van de rechtse Likoed-partij, Benjamin Nethanyahu. Die verklaarde zondagochtend op de televisie dat de overeenkomst tussen Palestijnen en Israel was gesloten 'door de Israelische regering en dat de dood van Rabin daar niets aan zal veranderen’.
Ibrahim Shoudany, de al eerder genoemde dorpsoudste van Silwan, hoopt op een positief gevolg van de tragedie-Rabin: 'Wij in Silwan en in alle andere delen van Palestina die nog steeds bezet zijn, hopen dat de Israeli’s nu inzien dat het vredesproces onomkeerbaar is. Want als we niet verder gaan op de ingeslagen weg, zal dit zeker niet de laatste jood zijn die door een jood wordt doodgeschoten.’