Debat over monarchie, leiderschap en democratie

De angst zelf de vorst te moeten zijn

Waar gaat het om? Om de mystiek van het koningschap, om de grijsheid van de politici of om de teloorgang van verticale verbanden in de maatschappij? Een gesprek over monarchie, leiderschap en democratie met politicoloog Meindert Fennema, historicus Piet de Rooij, ex-GroenLinks-politica Andrée van Es en oud-voorlichter van het koninklijk huis Jessa van Vonderen. Misschien gaat het uiteindelijk om de angst als democraat en republikein zélf vorst te moeten zijn.

Jessa van Vonderen was vijfenhalf jaar hoofd van de afdeling Pers en Publiciteit van het koninklijk huis. Niet lang nadat zij afscheid van die baan had genomen, werd zij lid van het Republikeins Genootschap. Beatrix is in haar ogen «absoluut een monarch», iemand die ervan houdt alle touwtjes in handen te hebben. In haar werk ontdekte zij dat er veel meer macht zit in het koninklijk paleis dan zij ooit had bevroed: «Dan komen, denk ik, bij ieder weldenkend mens de republikeinse gedachten op.»

We zijn even verbluft door deze bekentenis van een vrouw die vijf, zes keer de nationale koninginnedag mee heeft helpen organiseren en die jarenlang direct verantwoordelijk was voor de contacten tussen de koningin en de pers. Naar verluidt is het haar in die tijd niet gelukt die relatie opener, losser en spontaner te maken en moest zij daarom het veld ruimen.

De ontwikkeling van Jessa van Vonderen, van dienares van de Kroon tot fervent republikein, is heel anders dan wat er met de drie andere gesprekspartners is gebeurd. Die zijn alledrie links, zeer links of uiterst links begonnen, maar nu kunnen ze om verschillende redenen ook de voordelen van een monarchie inzien.

Politicoloog Meindert Fennema was ooit communist, werkt sinds 1970 bij de Universiteit van Amsterdam en is daar verbonden aan het Instituut voor Migratie en Etnische Studies. Hij is kort geleden benoemd tot hoogleraar in de politieke theorie van etnische verhoudingen. Over de kwaliteit van politieke elites heet zijn oratie waarin hij aandacht vraagt voor het belang van verticale bindingen in de maatschappij om de zaak bij elkaar te houden. Dat kan ook gaan om de verbondenheid tussen volk, aristocratie en vorstenhuis. «Maar», zegt Fennema, «de tijd ligt nu achter ons dat er een vanzelfsprekende verticaliteit was van een monarchie, die is verbonden met een aristocratie, die weer loyaliteiten heeft met de lagere klassen. De nieuwe rijken hebben een aantal goede eigenschappen van de oude rijken verloren, namelijk het besef dat je ook verantwoordelijkheden hebt naar beneden toe. Daarom hoefden de oude rijken niet zo bang te zijn voor de mensen daar beneden en hoefden ze niet zulke hoge hekken en bloedhonden te hebben. In zekere zin lijken Willem-Alexander en Máxima in hun Wassenaarse vesting meer op die nieuwe rijken.»

Andrée van Es was Tweede-Kamerlid voor de PSP en daarna voor GroenLinks. Zij werkte bij de VPRO en was directeur van discussiecentrum De Balie in Amsterdam. Nu is zij voorzitter van de brancheorganisatie van de geestelijke gezondheidszorg, en kijkt ze vanuit het maatschappelijk middenveld naar de politiek. Van Es is veel minder antikoningshuis dan vroeger: «Ik vind het nu wel leuk om daar met een knipoog naar te kijken en het niet alleen maar radicaal of rabiaat op principiële gronden te veroordelen. Misschien heb je die mythische kant van de monarchie wel nodig in de samenleving, een anachronistische traditie, die je niet helemaal rationeel kunt verklaren.»

Republiek van rivaliteiten noemde historicus Piet de Rooij, gespecialiseerd in de nieuwe en contemporaine geschiedenis, zijn twee jaar geleden verschenen overzichtsboek over Nederland sinds 1813. Nederland is volgens hem «een republiek met een koning op de troon». Hij vindt dat er ook voordelen zijn aan het erfelijke koningschap: «Nu het er eenmaal is, zie ik geen reden om de monarchie af te schaffen. De socioloog Max Weber heeft er in 1918 bij de invoering van de democratie in Duitsland op gewezen dat het gevaarlijk is als alle verticale verbanden wegvallen. De toekomst wordt dan onvoorspelbaar. Dan ben ik liever voor iets dat irrationeel is, dat misschien niet deugt en niet goed past in het Verlichtingsideaal, maar dat een zekere rust en stabiliteit geeft in de samenleving.»

Jessa van Vonderen heeft rechten gestudeerd, was journaliste en correspondent in Amerika. Daarna werd zij voorlichter op diverse ministeries. Zij kreeg te maken met de uitvoering van de Wet Openbaarheid van Bestuur, werkte meer dan zeven jaar met Neelie Smit-Kroes en werd vervolgens door Hans van der Voet van de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) gevraagd de voorlichting van het koninklijk huis te doen. Nu is zij grootmoeder, heeft geen vaste baan meer, maar doet van alles en nog wat. Zij heeft koningin Beatrix leren kennen als iemand die niet op een gewone Hollandse mevrouw lijkt: «Als zij niet alle touwtjes in handen kan houden, wil zij toch precies weten wie de resterende touwtjes vast heeft. Zij is een echte monarch, iemand die hoger zit en alles regelt. Het zijn haar ambassadeurs en haar commissarissen van de koningin. Zij heeft de monarchistische trekken van een ouderwetse vorst als Willem I. Ik was al niet echt een oranjeklant toen ik aan die baan begon, maar op een gegeven moment, je wordt immers ouder en wijzer, zie je in dat er betere manieren zijn dan de monarchie. Op dat moment vroeg Pierre Vinken me of ik een republikein was en hij zette me op de lijst van het Republikeins Genootschap.»

Eind 2001 werd Andrée van Es gevraagd Máxima te begeleiden bij haar inburgering in Nederland. Zij bracht haar in contact met maatschappelijke organisaties zoals Mama Cash en kreeg vervolgens het verwijt te horen dat zij daarmee haar oude republikeinse opvattingen verraadde. Als PSP’er was zij immers voor afschaffing van het koningshuis geweest. Andrée van Es: «Ja, dat was een heel rationele en zuivere opvatting over de democratie: een echt volledige democratie is alleen mogelijk in een republiek. Nu vind ik dat niet meer zo belangrijk en ik denk dat die monarchale traditie maar weinig schade doet aan onze democratie. Dus vind ik het ook niet erg me daar voor in te zetten, al word je dan verguisd. Ik heb de pretentie dat ik Máxima in contact heb gebracht met mensen die zij anders misschien niet te spreken zou krijgen. De koningin speelt niet alleen als hoofd van de staat een constitutionele rol, zij is ook hoofd van de natie. Het is nu eenmaal een overdonderend gegeven dat een grote meerderheid van de mensen in Nederland het gevoel heeft dat het koningshuis hen op de een of andere manier vertegenwoordigt.»

Piet de Rooij: «Als je de rol van het staatshoofd in de politieke geschiedenis van Nederland bekijkt, denk ik niet dat de koning of de koningin na 1848 en de grondwet van Thorbecke nog een belangrijke invloed op de politiek heeft gehad. Er was enige invloed bij benoemingen, maar ook die is niet doorslaggevend. Als de politiek het echt niet wilde, gebeurde het niet. Er is wel een zekere spanning, de politici moesten dapper zijn om stand te houden. Als er klachten zijn dat de invloed van de koningin te groot is, zie ik dat eigenlijk vooral als een zwakte van de politici.»

Jessa van Vonderen: «Een krant die republikeins wordt, verliest lezers. Een politieke partij die tegen de monarchie stemt, verliest kiezers. Misschien is het een te zwaar woord om te zeggen dat politiek en pers in een wurggreep zitten, maar in de klem zitten ze wel. Pim Fortuyn was aanvankelijk ook tegen het koningshuis, maar toen hij aanvoelde dat het zijn succes in de weg kon staan, heeft hij ook eieren voor zijn geld gekozen en een groot portret van Willem-Alexander en Máxima achter zich opgehangen.»

Piet de Rooij: «Een interessant voorbeeld is dit. Het is al heel lang mogelijk dat de Tweede Kamer na de verkiezingen zelf debatteert over wie er formateur moet worden. De Kamer heeft daar in 1974 met grote meerderheid een motie over aangenomen en die is vervolgens jarenlang niet ten uitvoer gebracht. Je kunt wel zeuren over de macht van de koningin, maar als politici het heft in eigen hand kunnen nemen en ze doen het niet, dan hebben ze te slappe knieën of ze denken iets te weinig door.»

Andrée van Es: «Of het komt ze goed uit.»

Piet de Rooij: «Dat is meestal het punt: dat het de politici reuze goed uitkomt hun kaarten voor de coalitievorming nog even voor hun borst te houden. Zolang het zo gaat, voel ik niet zo vreselijk veel voor verandering. Voor zover er monarchale trekken in onze politiek zitten, ligt dat niet aan de monarch maar aan de politiek.»

Meindert Fennema: «Elk democratisch bestuur heeft behoefte aan zowel horizontale als verticale loyaliteiten, die buitendemocratisch zijn. Eerst had je de standen, daarna liep de verticale loyaliteit via de zuilen, die loyaliteit was religieus geïnspireerd. De democraten dachten lange tijd dat het vernietigen van het gezag hun taak was. Maar op het moment dat men daar bijna in geslaagd is, realiseren sommigen zich dat je zonder gezag niet kunt besturen en valt men terug op een type gezag dat je niet democratisch kunt noemen. Het gezag van de koningin is bij uitstek een niet-democratisch gezag, maar het houdt de boel wel bij elkaar. De gekozen politici hebben zelf niet het gezag zonder angst hun eigen lijn door te zetten, dus gaan ze door in een soort routine, en daar heeft de crisis die Fortuyn heeft veroorzaakt mee te maken. Als je tegen immigratie was, werd er geroepen dat je een fascist was en daarmee werd het discussieveld verengd. Vroeger, in de tijd van de zuilen, kon zoiets ongestraft gebeuren; nu niet meer, omdat de verticale loyaliteiten zijn afgebroken.»

Andrée van Es: «En dus opereren politici in het luchtledige, zonder gezag en zonder aanhang.»

Meindert Fennema: «Ze hebben wel aanhang, er wordt wel op ze gestemd, maar ze hebben geen gezag.»

Piet de Rooij: «Je gaat nu wel heel kort door de bocht. In de negentiende eeuw waren de liberalen continu bezig de positie van de vorst zo klein mogelijk te maken. Willem III voelde zich volstrekt machteloos en trok zich knorrend op het Loo terug. Maar als dat eenmaal is gelukt, realiseert men zich dat er met het gezag van de vorst ook een soort gelatine uit de samenleving is verdwenen. Vanaf die tijd, omstreeks 1880, begint men koninginnedag, althans de verjaardag van Wilhelmina, te vieren. Dan wordt het vorstenhuis de knoop die de zaak bij elkaar moet houden. Dat is allemaal puur mythisch denken.»

Meindert Fennema: «Misschien is een monarch eigenlijk een leeg symbool. Maar als er in Spanje een staatsgreep dreigt, kan hij een paar kolonels opbellen en zeggen dat ze moeten ophouden. En daarmee wordt hij het symbool van de nog zwakke democratie.»

Jessa van Vonderen: «Daar is persoonlijke moed voor nodig. Het had hem ook de kop kunnen kosten. In elk geval is Beatrix niet een dame die alles maar best en prachtig vindt.»

Meindert Fennema: «Zoals Juliana. Maar toen die een aantal doodvonnissen van oorlogsmisdadigers moest ondertekenen, zei ook zij: Dat doe ik niet. Dat vind ik vervelend.»

Piet de Rooij: «Politici worden gekozen, koningen niet. Maar je kunt ook zeggen dat er permanent een plebisciet plaatsvindt over het koningshuis. Er zijn voorbeelden in de geschiedenis dat een koningshuis wordt afgezet. En kijk eens naar het Engelse koningshuis. Bij het overlijden van Diana daalde de populariteit daarvan enorm. Het koningshuis moest zich opnieuw aan het volk verkopen. Toen ze dat deden is hun populariteit heel snel weer gestegen.»

Andrée van Es: «Ik vind het fascinerend dat zo’n koninklijke familie oprecht het gevoel heeft dat ze een taak heeft en dat ze bereid zijn daar binnen de grondwettelijke regels heel erg hun best voor te doen. Dat is hun roeping, dat zien ze als de opdracht in hun leven. En dat wordt herkend door mensen die dat niet meer zien bij beroepspolitici die hun loopbaan gemakkelijk verruilen voor iets anders.»

Meindert Fennema: «Het is een heel ouderwetse gedachte, maar de mensen weten dat heel veel relaties niet vrijwillig zijn. En ze vragen zich af of een maatschappij wel kan blijven bestaan als we alleen maar doen waar we zelf zin in hebben.»

Jessa van Vonderen: «Zoals Juliana dat uitdrukte, een taak zo zwaar dat ik het niemand anders toewens, of zoiets. Maar het is natuurlijk ook een ontzettend leuke baan. Vanaf zijn prilste jeugd wordt zo’n prins ervoor opgeleid. Dan leest hij als hij vier jaar is een kinderboek over een koningin en haar zoontje en dan denkt hij: Hé, dat ben ik. Willem-Alexander is een brave jongen, die van zijn omgeving te horen krijgt dat het een zware doch prachtige taak is en dat het fantastisch is om dat te mogen doen.»

Andrée van Es: «Op een heel rare manier kon ook Pim Fortuyn dat uitdragen, dat idee van: het is mijn verantwoordelijkheid om dit nu te doen. Als een vorm van zelfopoffering.»

Piet de Rooij: «Er was nog iets met Pim Fortuyn. Hij speelde in alle opzichten de absolute buitenstaander. Hij probeerde in niets te lijken op de modale politicus in Nederland, noch in de keuze van zijn pakken, noch in zijn dassen, zijn auto’s of zijn fluthondjes. Daarmee voldeed hij aan het klassieke advies van Machiavelli om je te presenteren als een prins op een wit paard die van buiten komt om de stad te zuiveren. Dat heeft hij precies zo gedaan, alleen heeft hij het witte paard vervangen door een Daimler.»

Meindert Fennema: «Het symbool van de nieuwe rijken. Met Willem-Alexander en Máxima krijg je een heel merkwaardig mengsel van oud geld en nieuw geld. Die Máxima is natuurlijk enorm ordinair. Er zit iets vreemds in dat glamourland dat penetreert in de monarchie. Vanuit monarchistisch standpunt is het een vorm van democratisering.»

Jessa van Vonderen (nadenkend): «Mensen willen nu eenmaal ergens van houden.»

Andrée van Es: «En dat wordt versterkt door de beeldcultuur en al die idolen. Mensen willen ergens in opgaan, in sprookjes geloven. Daartegenover heeft de bestaande politieke elite iets heel treurigs. Die doen vooral hun best grijs en modaal te zijn. Dat ‹doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg› heeft de politici opgebroken. In de geestelijke gezondheidszorg kom ik mensen tegen die met grotere dilemma’s te maken hebben en grotere verantwoordelijkheden dragen dan de meeste politici. De werkelijke besluiten vallen buiten de politiek, en de werkelijke dilemma’s komen in de politiek vaak niet aan de orde. Voor kwesties die moreel gezag vragen, kun je beter bij anderen te rade gaan dan bij de volksvertegenwoordigers. De arena van de politieke besluitvorming is heel klein geworden.»

Meindert Fennema: «Politici hebben vaak geen morele moed. De politieke elite hobbelt maar zo’n beetje achter van alles aan.»

Piet de Rooij: «Dat komt ook omdat Nederland sinds mei 1940 nooit meer beproefd is. Dit is typisch een land waar zich geen echt grote dilemma’s hebben voorgedaan. De geschiedenis is in Nederland betrekkelijk gelijkmatig en gelijkmoedig geweest, met erg veel kippendrift en narcisme van de kleine verschillen. Er is hier geen ervaring met martelende dilemma’s en kiezen tussen twee kwaden. Doe maar gewoon. Geen paniek. Laat je niet van de wijs brengen. Dat is hier de politieke cultuur.»

Meindert Fennema: «Terwijl politieke besluitvorming eigenlijk een multiple choice-tentamen is met alleen maar foute antwoorden. Er zijn immers geen goede oplossingen, oplossingen die vanuit de moraliteit van de huiskamer volkomen acceptabel zijn. Bij Machiavelli heeft de vorst een bijzondere rol. Voor hem geldt niet de gewone burgermoraal. Hij mag liegen en bedriegen zolang dat goed is voor de republiek. In een democratie moet iedere burger zich eigenlijk realiseren dat hij of zij dingen moet doen die niet juist zijn, omdat er geen oplossingen zijn die in alle opzichten juist zijn. Maar dat wordt door de politieke elite nooit uitgelegd.»

Piet de Rooij: «Het feit dat we in zekere zin allemaal de vorst zijn geworden, heeft geleid tot een enorme vertraging in het besluitvormingsproces. Neem de Betuwelijn. Onder iedere dwarsschildpad wordt een tunnelbak aangelegd. Het wordt twee miljard duurder en er is geen duidelijke meerderheid meer om ermee door te gaan en geen duidelijke meerderheid om ermee te stoppen. Daardoor is de politiek zo stroperig, onoverzichtelijk en grijs geworden. Dat is de situatie als iedereen de vorst is geworden. Dan kiezen we in zekere zin tegen onszelf, tegen onze eigen macht. Of we kiezen een zondebok en volgen de buitenstaander die de zondebok aanwijst. Dan worden de schuldigen gevonden in de politiek. En toch weigeren wij een deel van onze macht aan de politici af te staan.»

Andrée van Es: «We kunnen niet verdragen dat we allemaal vorst zijn. Dat heeft ook te maken met de verantwoordelijkheid voor de publieke ruimte. Dat is ingewikkelder dan vijftig jaar geleden. Je moet met elkaar omgaan alsof je een vreemde bent, het vraagt van je dat je je meer inleeft in de ander en meer rekening houdt met de ruimte van een ander. Wij zijn allemaal de vorst. Er is niet iemand die zegt: en nu is het afgelopen, dit is onacceptabel.»

Piet de Rooij: «Aan de ene kant hebben we de politici tot zondebok verheven voor dingen die we zelf hebben georganiseerd, dat is ons slechte ik. En ons betere ik hebben we naar het vorstenhuis toe geschoven, naar die mensen die alles belangeloos doen. Vandaar die steeds toenemende Oranjefeesten.»

Andrée van Es: «Verering van het koningshuis is misschien gemakkelijker dan zelf de vorst te zijn. Je ziet nu ook meer acceptatie van, en zelfs waardering voor ongelijkheid. Toch denk ik dat het huidige kabinet daarin te ver gaat, met bijvoorbeeld een eigen risico van tweehonderd euro in het ziekenfondspakket.»

Piet de Rooij: «Ik denk dat het goed is als er meer ongelijkheid komt. We zijn het vermogen kwijtgeraakt met ongelijkheid om te gaan, om elkaar als vreemdelingen te zien en daar een open gesprek over te voeren. Daarom is het debat hier zo wollig. We zijn in de publieke ruimte het vermogen kwijtgeraakt met verschillen om te gaan. In de tijd van de verzuiling konden we die verschillen tenminste nog benoemen, er grapjes over maken of er strijd over voeren. Nu moeten we plotseling omgaan met de nieuwe verschillen. Dat verklaart de onwennigheid van het debat, nu eens te heftig, dan weer te soft. Maar volgens mij kun je geen multiculturele samenleving krijgen zonder Máxima en koningshuis.»

Jessa van Vonderen: «Onderzoek uit Engeland wijst uit dat veel mensen de droom hebben dat de koningin radeloos is en in haar limousine bij ze voor komt rijden, uitstapt en ze vraagt wat zij moet doen. Bij een kopje thee en een koekje leggen ze de koningin in die droom dan precies uit hoe zij het moet aanpakken. Een andere droom is dat de koningin jou persoonlijk aankijkt. Dat is trouwens een koninklijke truc. Als de koningin ergens aankomt, bijvoorbeeld in een schouwburg, kijkt zij in een razend tempo rond naar de mensen. ‹Zij heeft naar me geknikt, echt›, hoor je dan. Forget it! Als verklaring kan ik toch echt niets anders bedenken dan dat mensen er behoefte aan hebben van iemand te houden. Als we een republiek zouden hebben, waar moeten al die mensen met hun vlaggetjes en petjes en hun liefde voor Máxima dan naartoe?»