Hoofdcommentaar

De angsten van de VVD

Langzamerhand begint de Kulturkampf op stoom te komen. Na de moord op Theo van Gogh was er volgens Geert Mak maar één partij aan het woord: die van de politieke «handelaren in angst», om zijn Gedoemd tot kwetsbaarheid te citeren. In dit meeslepende en voor zijn doen driest gestileerde pamflet hekelt Mak de provinciaalse ontkenning van de Nederlandse geschiedenis die het politieke klimaat kenmerkt. «Wie Nederland wil omvormen tot een culturele vesting, reduceert de ingewikkelde tijd waarin we leven tot één grote binnenlandse angstfantasie», betoogt Mak in Gedoemd tot kwetsbaarheid, dat intussen het best verkochte Nederlandse boek is geworden.

Mak staat niet alleen. «Er heerst in Nederland een enorme angst of misschien eerder afkeer om de zegeningen van het eigen verleden te tellen», aldus Herman Pleij in zijn eveneens recent uit zorg geschreven Erasmus en het poldermodel. «Wat is er toch allemaal mis met inschikkelijkheid en gedogen? Waarom mag niemand meer politiek correct zijn?»

Vorige week vrijdag bulderden twee top adviseurs van de VVD in de Volkskrant terug. Luuk van Middelaar en Kees Berghuis (de filosofische adviseur van partijleider Van Aartsen en de politieke assistent van vice-premier Zalm) verwijten Mak «ronduit vuile insinuaties» naar «oude marxistische traditie». Niet alleen diens vormvergelijking tussen Submission en Der ewige Jude heeft toorn opgeroepen. Nee, Mak «heeft gekozen voor een karaktermoord op politici die de Nederlandse samenleving in het juiste spoor willen krijgen».

Ze hebben deze repliek geschreven als vooruitgeschoven korporaals van hun politieke chefs en suggereren als tandem dat fractie en bewindslieden het over alles eens zijn. Dat laatste is op zichzelf niet overtuigend. Tijdens een interview met Business Nieuws Radio in januari zei Zalm dat het klimaat hem vaak niet bekoort. We eisen van alle Marokkanen dat ze zich verantwoorden voor de moord op Van Gogh, terwijl we dat niet van de blanke Hollanders eisen voor de moord op Fortuyn, stelde Zalm spijtig vast. Dat was een variant op gesneefd partijleider Dijkstal die, anders dan Van Aartsen («Wij zijn hun vijand. En dat hebben we sinds 1940 niet meer gezien»), geen historische analogieën met de bezetting wenst te zoeken.

De tekst moet dus zijn geconcipieerd door Van Middelaar. De filosofisch adviseur van de partijleiding is vanouds wat steviger in zijn retoriek, een kwaliteit die hij Mak niet gunt. In december 2001 schreef Van Middelaar naar aanleiding van de oorlog in Afghanistan een essay voor Trouw onder de, intussen helaas hilarische kop «Et voilà: de moderniteit». In dit opstel, waarin hij op zoek is naar de Napoleon van de 21ste eeuw, prijst Van Middelaar het beschavingsoffensief van de Sovjet-Unie in die regio: «Wat we moeten hopen, is dat Bush zijn werk grondig zal afmaken. Dat hij Afghanistan met bommen en overmoed de moderniteit zal binnenslepen. De Russen wisten wel hoe. Toen ze met revolutionair elan in de jaren twintig de Centraal-Aziatische republieken Tadzjikistan en Oezbekistan veroverden, hebben ze met geweld een modernisering geforceerd: mannen werd de baard afgesneden, polygamie verboden, vrouwen de sluier afgerukt. Zo moet dat! En dat is geen onderdrukking, maar bevrijding.» Deze analogie tussen Bush en Bolsjewisme spoorde weliswaar niet met zijn verzuchting een jaar later in NRC Handelsblad («te veel bezieling in de politiek zet de democratische vrijheid op het spel») maar alla: waar staat dat na 2 november 2004 een filosofisch adviseur consequent moet zijn?

Er is iets aan de hand. Mak en Pleij hebben een zwerende wond van de VVD blootgelegd. De partij, die in 2002 electoraal een enorm pak slaag heeft gekregen waarvan ze nog steeds niet is hersteld, staat tussen twee vuren: tussen de wetenschap dat ze schatplichtig is aan Thorbecke en het verlangen om de kiezers een revolutionair elan voor te schotelen.

De VVD is daarom op zoek gegaan naar nieuwe beginselen. Vorige week zijn die gepresenteerd. Ze liegen er niet om. In haar ideologische manifest neemt de VVD afscheid van een traditie. De liberalen laten zich er in hun nieuwe beginselen, in weerwil van de historiografische consensus tot nu toe, op voorstaan dat niet de christen-democraten of de sociaal-democraten maar eigenlijk alleen zij «onze staat en onze samenleving hebben vormgegeven». Dat bevalt hen kennelijk onvoldoende. Ze willen weer «wegbereiders» zijn. De grondwet moet op zijn kop. «Hoewel de grondrechten niet zijn geprioriteerd, krijgt de vrijheid van godsdienst in de praktijk nu prioriteit. Dat is een onwenselijke situatie. Bij conflicterende grondrechten mogen burgers nooit in een nadeliger positie ten opzichte van andere burgers raken op grond van omstandigheden waarop zij geen invloed hebben. Dat betekent dat van nature gegeven omstandigheden – het leven zelf, het geslacht, de seksuele geaardheid of de etnische afkomst – bescherming verdienen boven sociale of zelf gekozen omstandig heden, zoals het aanhangen van een religie of de keuze voor een bepaald soort onderwijs.»

Dat is een breuk met de beginselen die de VVD in 1980 omarmde. In dat jaar (toen de Sovjet-Unie net «grondig» bezig was in Afghanistan) was «de mens geestelijk vrij als hij in woord, geschrift en gedrag uiting kan geven aan zijn gevoelens en opvattingen, zich naar eigen verkiezing kan bewegen en met anderen van gedachten kan wisselen». Mits hij daarbij bereid was «de rechten en gevoelens van anderen te respecteren», had de mens «recht op eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer». Niet louter «nature», een kwart eeuw geleden, maar evenwicht tussen «nature» en «nurture».

Deze prioriteit voor «nature» zal pas leiden tot een Kulturkampf, in de zin zoals kanselier Bismarck het bedoelde. De «grondigheid» die Van Middelaar zo bewondert, is in aantocht.