De angstschreeuw van de amerikaanse kiezer

De Amerikaanse kiezers hebben met luide stem gesproken. Maar wat wilden ze nu eigenlijk zeggen? Links en rechts ruzien nog over de interpretatie, maar over een ding zijn ze het eens: de teloorgang van de American Dream speelt een belangrijke rol.

NEW YORK - De tussentijdse verkiezingen produceerden de grootste politieke verschuiving in de Verenigde Staten sedert 1948. Een politieke ‘vloedgolf’, een 'vulkaanuitbarsting’: de geologische metaforen waren niet van de lucht. Maar over de vraag welke krachten het fenomeen hebben veroorzaakt en wat de gevolgen zijn, lopen de meningen uiteen. Opiniepeilers, columnisten, politicologen en andere dieptepsychologen leverden in de afgelopen dagen de meest diverse verklaringen voor de Republikeinse triomf.
Een eerste theorie, populair bij Democraten, geeft de schuld aan de media. Die zouden de kiezers slecht hebben geinformeerd. Inderdaad is er sprake van een aanwijsbaar contrast tussen perceptie en werkelijkheid. Sinds Clinton president werd, werden er 5,5 miljoen nieuwe banen gecreeerd. De economie groeit dit jaar met bijna vier procent, de rentevoet is laag. Maar uit interviews met kiezers die net hadden gestemd, bleek dat zestig procent geloofde dat het met de Amerikaanse economie bergafwaarts gaat; 54 procent meende dat het begrotingstekort is gestegen sinds Clinton president werd, terwijl het tekort juist bijna werd gehalveerd, en bijna tweederde dacht dat de belastingen zijn gestegen, terwijl dat slechts waar is voor de 1,2 procent rijkste Amerikanen. Tweederde dacht ook dat de misdaad toeneemt, terwijl de statistieken de laatste twee jaar juist een daling vertonen. De meeste Amerikanen dachten dat de omvang van de overheidsbureaucratie onder Reagan en Bush was gedaald en onder Clinton gestegen, terwijl het omgekeerde geldt. 'De media richten de aandacht van het publiek op het negatieve’, zegt Princeton-historicus Fred Greenstein. 'Het tv-nieuws zegt dag na dag hoe verschrikkelijk alles is. Het resultaat is een kunstmatig gecreeerde malaise.’
Een tweede, verwante theorie stelt dat de Republikeinen wonnen omdat zij de betere demagogen zijn. 'Zij beloven wat de kiezers willen maar wat in werkelijkheid niet haalbaar is’, zegt CNN-commentator Michael Kingsley. 'De politiek van de “free lunch”. Beide partijen spelen dit spel, maar de Republikeinen hebben het uitgevonden en spelen het beter.’
Kingsley en anderen wijzen ook op de impact van het debat over de gezondheidszorg. Tegenstanders van de voorgestelde hervorming gaven meer dan 300 miljoen dollar uit aan een anti-Clinton-campagne, een derde meer dan wat Clinton in 1992 aan kiesreclame uitgaf. Die campagne stelde Clinton voor als een voorstander van 'Big Government’ en 'socialistische geneeskunde’ en de Republikeinen plukten daar de vruchten van.
VOLGENS EEN DERDE theorie is de Amerikaanse bevolking in de loop der jaren steeds conservatiever geworden. De Republikeinse triomf zou daarmee het begin inluiden van een periode waarin de Republikeinen tientallen jaren lang de meerderheidspartij blijven. Dat is de analyse van de winnaars, zoals de nieuwe kamervoorzitter Newt Gingrich, die tijdens de campagne zijn partijgenoten aanzette om Clinton voor te stellen als 'de vijand van normale Amerikanen’ en 'een voorstander van stalinistische maatregelen’. 'Clinton heeft geen voeling met de conservatieve meerderheid van de bevolking’, zegt Gingrich. Columnist George Will is het daarmee eens. 'Dit land is conservatiever dan onder Reagan. Wat we nu meemaken, is het tweede deel van de Reagan-revolutie’, zegt hij.
Zelfs tegenstanders van de Republikeinse agenda erkennen de conservatieve trend. 'Na de burgeroorlog kwam er een scherpe reactie van blanken om de zwarten op hun plaats te zetten’, zegt de zwarte historicus Roger Wilkins. 'Sinds het succes van de beweging voor zwarte burgerrechten zien we een soortgelijke trend. De raciale kwestie speelde een grote rol in deze verkiezingen. Er is een felle anti-zwarte ondertoon in de verschuiving naar de Republikeinen. De boodschap is: laat ons dit land heroveren voor de blanke man.’
Een vierde theorie, populair in centrum-rechtse Democratische kringen, is dat Clinton in 1992 de juiste toon aangaf maar sindsdien onder druk van minderheidsgroepen te veel naar links opschoof. Clinton leek zelf ook naar die analyse te neigen toen hij na de verkiezingen beloofde zich meer centristisch op te stellen. Vele centrum-rechtse Democraten geloven dat Clintons halfhartige poging om homoseksuelen te integreren in het leger en de niet-uitvoering van zijn belofte om de middenklasse belastingsvermindering te geven, de voornaamste oorzaken waren van het stemmenverlies.
De vijfde theorie beweert het omgekeerde: de Democraten verloren omdat Clintons beleid te rechts was en dus de traditionele basis van zijn eigen partij teleurstelde. Linkse Democraten wijzen er op dat slechts 37 procent van de kiezers ging stemmen. 'De meeste zwarten stemden niet omdat ze zich door de Democraten in de steek gelaten voelen’, zegt Jesse Jackson. Ook vrouwen stemden minder talrijk dan in 1992 en de vakbonden deden ditmaal weinig om hun leden te mobiliseren.
Waarover zijn de traditionele Democratische kiezers zo teleurgesteld? 'Alleen de twintig procent rijkste Amerikanen halen voordeel uit de economische groei’, meent de linkse ex-presidentskandidaat George McGovern. 'De rest van de bevolking is er slechter aan toe dan twee jaar geleden.’ Frank Levy, professor economie aan het Massachussets Institute of Technology, zegt dat de rooskleurige economische cijfers de werkelijke situatie van de meeste Amerikanen niet weerspiegelen. De lonen stagneren al twee decennia lang terwijl de onzekerheid op de arbeidsmarkt is toegenomen. Veel nieuwe banen zijn tijdelijk of parttime en ook voor voltijdse werkkrachten is het risico van afdanking groter geworden. 'De meerderheid van de Amerikanen denkt dat de recessie nog voortduurt, niet omdat de media hun dat influisteren maar omdat dit in hun eigen leven zo lijkt’, zegt hij.
DAT BRENGT ONS naar de volgende hypothese: de 'angst voor de toekomst’-theorie. 'Dit land staat midden in een grondige economische omschakeling’, zegt schrijver David Halberstam. 'We evolueren van een welvarende industriele economie naar een post-industriele internationale economie waarin industriele banen verdwijnen en de toekomst onvoorspelbaar is. Vele Amerikanen zijn bang. Dit proces is al lang bezig, maar pas nu worden de politieke gevolgen voelbaar.’
'Amerikanen hebben altijd verwacht dat hun kinderen het beter zouden hebben dan zijzelf’, schrijft New York Times-columnist Anthony Lewis. Nu is dat niet meer zo en dat is volgens Lewis de voornaamste oorzaak van de ontevredenheid van de kiezers. Die onbestemde angst vertaalt zich in een proteststem tegen de meerderheidspartij die de schuld krijgt voor het 'politics as usual’-klimaat in Washington, dat de angsten van de bevolking lijkt te negeren.
'De Republikeinen slaagden erin om dat opstandige gevoel tegen politici in het algemeen te kanaliseren’, constateert historica Doris Kearns Goodwin. 'Maar dat betekent niet dat de kiezers de ideologisch-conservatieve agenda onderschrijven’, waarschuwt de Republikeinse opiniepeilster Linda DiVall. 'De exit polls tonen weing trouw aan een specifieke partij. In 1992 bestraften de kiezers de Republikeinen. In 1994 bestraffen ze de Democraten. De kiezers zijn nog steeds op zoek naar verandering.’
Dat klopt, zeggen de aanhangers van de 'einde der ideologieen’-theorie. Kevin Phillips, een man met een neus voor politieke trends, wijst erop dat steeds minder Amerikanen zich met een van beide partijen identificeren. Dat leidt tot grotere electorale verschuivingen en grotere politieke instabiliteit. Ook Phillips zoekt de oorzaak in de teloorgang van de American Dream.
Schrijver John Judis ziet in de uitslag wel het einde van de stabiele Democratische meerderheid die het Congres sedert 1932 bijna ononderbroken domineert, maar niet het begin van een stabiele Republikeinse meerderheid. 'Meer en meer Amerikanen zullen uitkijken naar derde partijen of de politiek de rug toekeren’, schrijft Judis. 'Zoals aan het einde van de vorige eeuw zullen de spanningen in het Congres nog groter worden en met hetzelfde resultaat: het zal haast onmogelijk worden om nog belangrijke sociale en politieke hervormingen door te voeren. Het is een situatie die schreeuwt om verandering en die tegelijk verandering onmogelijk maakt.’
Zelfs een Republikein als ex-senator Howard Baker vindt de situatie gevaarlijk. 'Ik ben bang dat de kiezers de tendens zullen ontwikkelen om hun woede te keren tegen onze democratische instituties.’ Harvard-professor Michael Sandel formuleert die vrees preciezer: 'Deze verkiezingen werden gedomineerd door de angst dat we de controle verliezen over de krachten die onze levens beheersen, dat het morele weefsel van de gemeenschap rond ons in stukken valt, dat onze politieke instituties niet bij machte zijn om daar op te reageren. Democraten en Republikeinen zullen vechten om de verantwoordelijkheid voor de impasse te ontlopen, om te vermijden dat zij het mikpunt worden van de volgende ronde van kiezerswoede. Maar als de diepere problemen niet worden aangepakt en als de teleurstelling door een nieuwe economische neergang wordt aangewakkerd, dan worden somberder scenario’s mogelijk. Het gevaar bestaat dat de politiek van protest zijn uitdrukkingsvorm vindt in een autoritaire figuur die een uitweg biedt uit de impasse voorbij de vaak frustrerende beperkingen van een constitutionele regering.’
IN 1996 KUNNEN de kaarten dus worden herschud, maar de komende twee jaar hebben de Republikeinen de touwtjes in handen in het Congres. Wat ze met hun nieuwe macht willen doen, hebben ze uitgespeld in het kiesplatform Contract with America, dat een reeks maatregelen bevat die in de eerste honderd dagen van 1995 aan het Congres zal worden voorgelegd.
Over de buitenlandse politiek zegt het Contract weinig meer dan dat er geen Amerikaanse troepen mogen worden ingezet onder VN-bevel. Het meest rechtse lid van de Senaat, Jesse Helms, krijgt de leiding van de invloedrijke Senaatscommissie voor Buitenlandse Zaken. Hij heeft al aangekondigd dat de buitenlandse hulp van de Verenigde Staten en de Amerikaanse financiele bijdrage aan de VN-vredeshandhaving drastisch zullen worden verlaagd. De Republikeinen willen ook een hardere koers tegen Rusland, snelle integratie van Oost-Europese landen in de Navo en een opheffing van het wapenembargo tegen Bosnie.
Verder belooft het Contract een serie belastingverlagingen die vooral bedrijven en de rijkere Amerikanen ten goede zullen komen. De staatsinkomsten zullen hierdoor in de komende vijf jaar met 220 miljard dollar verminderen. Daarnaast willen de Republikeinen de militaire uitgaven verhogen, al geven de VS nu al meer uit aan bewapening dan alle andere landen van de wereld samen.
Om de misdaad te bestrijden, worden langere straffen en meer gevangenissen voorgesteld. Het Congres heeft onlangs nog een anti-misdaadwet goedgekeurd die 7,9 miljard dollar vrijmaakt voor nieuwe gevangenissen. De Republikeinen willen de preventieve maatregelen uit die wet schrappen en nog 2,7 miljard dollar extra besteden aan nieuwe gevangenissen.
Die nieuwe uitgaven, gecombineerd met belastingverminderingen, zouden de begrotingstekorten opnieuw snel doen stijgen. Om dat probleem 'op te lossen’ willen de Republikeinen zo snel mogelijk een grondwetamendement laten goedkeuren waardoor begrotingstekorten vanaf het jaar 2002 illegaal worden. Daarvoor zouden de staatsuitgaven met 700 miljard dollar moeten worden verlaagd. Hoe dat moet worden bereikt, vermeldt het Contract niet, maar duidelijk is dat de Republikeinen draconische sociale bezuinigingen willen. Ook de gezondheidszorg voor armen moet drastisch worden verlaagd. 'De welvaartsstaat heeft gefaald’, meent kamervoorzitter Gingrich, 'het is tijd om iets anders te proberen.’ Op de vraag hoe werkloze armen dan moesten overleven, antwoordde hij: 'Van de liefdadigheid’. 'Gingrich heeft het einde van de oorlog tegen de armoede afgekondigd’, zei Jesse Jackson, 'en het begin van de oorlog tegen de armen.’
CLINTON KAN NU kiezen tussen diverse strategieen. Een eerste mogelijkheid is de 'Truman-strategie’, vernoemd naar de enige andere naoorlogse Democratische president die had af te rekenen met een Republikeins Congres. Truman koos voor een confrontatiekoers. Hij gebruikte om de haverklap zijn vetorecht om Republikeinse wetten onderuit te halen. Maar Clinton bezit noch het temperament noch de populariteit van Truman. Als hij diens voorbeeld zou volgen, zou hij in het huidige antipolitieke klimaat slechts worden gedoodverfd als saboteur.
De tweede optie is een zwenking naar rechts om de Republikeinen halfweg te ontmoeten. Gemakkelijk zal dat niet zijn. Gingrich heeft al laten weten dat hij 'ja’ zegt tegen samenwerking maar 'nee’ tegen compromissen. Bovendien riskeert de president een revolte in zijn eigen partij als hij die nog meer teleurstelt.
Clintons derde optie zou men de 'Mitterrand-strategie’ kunnen noemen. Toen diens partij de meerderheid verloor en de Franse president moest leven met een conservatieve regering, speelde hij met verve de rol van bovenpartijdig staatshoofd. De kans is groot dat Clinton hetzelfde zal proberen. De buitenlandse politiek geeft hem ruimschoots de gelegenheid om zich presidentieel te gedragen. Op binnenlands vlak kan hij het initiatief overlaten aan de Republikeinen. Dan moet hij er wel voor zorgen dat hij zijn vetorecht vaak genoeg gebruikt om zijn eigen profiel te bewaren en een revolte in eigen rangen te voorkomen, maar niet zo vaak dat hij het imago van dwarsligger krijgt.
Clinton werd in de loop van zijn carriere al herhaaldelijk te vroeg afgeschreven. Ook nu zou kunnen blijken dat hij zijn bijnaam 'the Comeback Kid’ niet heeft gestolen.