Pieter Hilhorst

De ansicht leugen

Pesten, Mens-erger-je-niet en Vier op een rij — alles is gespeeld en nog kan ze niet naar buiten. «Begin dan vast aan je vakantiekaarten», stel ik mijn dochter voor. Fanatiek gaat ze van start. Ze kan al schrijven, maar het gaat langzaam. Ze lijkt er lol in te hebben. Na een tijdje heeft ze twee kaarten af. De eerste is voor een vriendin van school. «Annika, ik ben in Zweden, maar het is niet leuk.» De onophoudelijke regen van de afgelopen drie dagen heeft haar humeur geen goed gedaan. De tweede kaart aan haar buurmeisje laat evenmin iets aan de verbeelding over. «Maxe, Noah is ziek en ik ben niet lekker. Sacha.»

Het kinderlijke handschrift en de vrolijke kleuren van de viltstift kunnen niet verhullen dat dit SOS-berichten zijn uit de hel. Voorzichtig stel ik voor dat we de rest van de ansichtkaarten later schrijven. Maar waarom eigenlijk? Waarom laat ik haar niet haar vakantieleed breed uitmeten? Misschien is het simpelweg dat ik niet wil dat mijn dochter onze pech wereldkundig maakt. Niets is immers vervelender dan de blik van mededogen als je mensen vertelt dat de vakantie niet optimaal was. Ook in je vrije tijd moet je immers presteren. Toch denk ik dat het niet alleen mijn schroom is waarmee ik mijn dochter opzadel.

Het is een les in de timing van eerlijkheid. Ik ben geen aanhanger van de ideologie dat je altijd eerlijk moet zijn. Ik breng mijn kinderen niet bij dat de waarheid heilig is en liegen het grootste kwaad is. Rekening houden met anderen is een even grote deugd. Er is een prachtige cartoon van Peter van Straaten. Een echtpaar hangt verloederd op de bank. Als ik me goed herinner is de vrouw in tranen. Hij zegt: «Zal ik je eerlijk vertellen wat ik vind?» Waarop de vrouw hem afkapt: «Als je dat maar laat.»

In veel gevallen is een milde vorm van hypocrisie een teken van beschaving. Het is een vaardigheid die je kinderen naar mijn mening niet jong genoeg kan bijbrengen. Als wij bij vreemden eten, moet Sacha dan ook altijd de gastheer of gastvrouw bedanken voor het lekkere eten. Ook als ze het smerig vond. Het is niet doenlijk om altijd bewust met anderen rekening te houden. Ingesleten beleefdheidsfrasen zijn second best. Ze voorkomen een al te lompe openhartigheid. Maar wie zou ze voor het hoofd stoten als ze op haar ansichtkaart klaagt over het weer? Wie kwetst ze als ze zich beklaagt over de gezondheid van haar broertje? Eigenlijk niemand en toch is het ongepast. Het brengt de ontvangers namelijk in verlegenheid. Als ik aan iemand in het voorbijgaan vraag: «Hoe gaat het?» verwacht ik ook geen antwoord. En als iemand het mij vraagt lieg ik glashard. Niet omdat ik de schone schijn wil ophouden, maar omdat ik besef dat het niet het moment is voor eerlijkheid. Elk ander antwoord dan «Goed» eist immers vervolgvragen en vervolgbekentenissen. Die pijnlijkheden wil ik mijn dochter besparen. Een ansichtkaart is bedoeld om iets te zeggen over de ontvanger. «Ik heb aan je gedacht.» Niet om iets te melden over de zender. Daar is het domweg het medium niet voor. En dus zeker niet voor een noodkreet uit Zweden.