Buitenland

De antwoorden van gisteren

Weer meer vrijhandel: dat is wat er onder de streep overblijft na een paar weken van wild economisch nieuws. Voor een argeloze toeschouwer moet het hebben geleken alsof de wereld ontsnapte aan een economische Apocalyps, want als het over internationale handel gaat, zijn de oorlogsmetaforen nooit ver weg. Na twee decennia van groeiende vrijhandel dreigen nu handelsoorlogen (lees: het heffen van invoerbelasting op sommige producten) tussen de Verenigde Staten en respectievelijk de Europese Unie, Mexico, China, Canada en het volgende land waarvan president Trump besluit dat het de VS al jaren leegzuigt.

Maar alle dreigende berichten ten spijt is er de afgelopen twee weken een nieuw vrijhandelsakkoord gesloten tussen de EU en Japan (kazen en wijn in ruil voor auto’s), tussen de VS en de EU (soja en schaliegas in ruil voor niets) en heeft China er een voorgesteld aan de EU. Er mogen dan allerlei handelsoorlogen dreigen, maar voorlopig lijkt het nog steeds alsof er maar één richting en één overtuiging bestaat wat internationale handel betreft: meer, meer, meer. Trump zelf vatte het (na zijn akkoord met EU-vertegenwoordiger Juncker) samen in een tweet: ‘We zijn allemaal gelovers in geen tarieven, geen barrières en geen subsidies.’ (Een duidelijke leugen, uiteraard, maar dat levert inmiddels niet eens meer milde verbazing op.)

Trumps ­leugen wekt niet eens meer milde ­verbazing

Wat vreemd is aan dit moment is niet alleen dat de grote economieën (netto genomen) wéér verder bewegen richting vrijhandel, maar ook dat dit moment geen aanleiding vormt voor een fundamentele discussie over wat voor soort internationale handel, en wat voor internationale economie, wij en anderen nu eigenlijk willen. Het lijkt een stuk makkelijker voor alle economen en functionarissen om erop te wijzen wat Trump allemaal niet begrijpt van economie dan helder uit te spreken welk doel internationale handel moet dienen en welke regels daarbij horen. Econoom Dani Rodrik stelt het al een decennium lang voor: ophouden om economische globalisering voor te stellen als een anonieme natuurkracht in plaats van iets dat mensen afspreken en doen, en aangeven welke handelsregels we willen en waarom. De Australische minister van Staatsfinanciën, Scott Morrison, is een van de weinigen die daar nu voor pleiten. Internationale handel, zoals die nu is georganiseerd onder de Wereldhandelsorganisatie, ‘heeft gefaald’, stelde Morrison. Hij wil Trumps handelsprovocaties aangrijpen voor een brede discussie.

De ‘deal’ tussen de EU en Trump vormt ook een goede aanleiding. Het is een legitieme vraag: waarom willen we eigenlijk Duitse auto-export naar de VS op peil houden door schaliegas, the new frontier van fossiele brandstoffen, te importeren van een ander continent? Die vraag wordt extra pregnant nu de aarde afgelopen week zijn ‘overschotdag’ is gepasseerd. Earth Overshoot Day is de datum elk jaar waarop wereldwijd, gerekend vanaf 1 januari, de hoeveelheid natuurlijke hulpbronnen is verbruikt die de aarde in één jaar kan aanvullen. De datum, jaarlijks berekend door het Global Footprint Network, heeft een sterk pr-gehalte. Van alles wordt bij elkaar geveegd, zoals bossen, vis, aardolie en grondwater, en daar rolt één fictieve datum uit. Maar net als de even fictieve Doomsday Clock, die aangeeft hoeveel ‘minuten’ we van een atoomoorlog verwijderd zijn, reikt het een breed publiek een metafoor aan om een ingewikkeld probleem te visualiseren.

Dit jaar ligt Earth Overshoot Day op 1 augustus, de vroegste datum ooit. De rest van het jaar teren we in op de hulpbronnen van de toekomst. Begin jaren zeventig lag Earth Overshoot Day nog na de Kerst, maar sindsdien is de dag steeds eerder komen te liggen. Economische crises schoven de datum terug (die van 2007 schoof de datum vijf dagen naar achteren), maar alleen tijdelijk. Vooral na 2000 ging het snel. Volgend jaar valt de dag waarschijnlijk in juli; we gaan dan richting een wereld waarin we het dubbele gebruiken van wat kan worden aangevuld.

Nu Earth Overshoot Day op een moment van zoveel onrust over wereldhandel valt, liggen de vragen voor de hand: wat willen we dat internationale handel voor ons doet en hoe passen onze visie op de toekomst en de hulpbronnen van de wereld daarbij? Als Trumps geschud aan de boom ergens goed voor kan zijn, is het een breed gesprek over die vragen. Beter dan opluchting als de antwoorden van gisteren worden gegeven.