David LaChapelle, Jesus is my homeboy Anointing, 2003 © courtesy Studio LaChapelle, Los Angeles

Terzake: het aanhoudende succes van de tentoonstelling Maria Magdalena in Museum Catharijneconvent valt niet alleen kunsthistorisch te verklaren. Zo’n kleine tweeduizend jaar al zijn er afbeeldingen en sculpturen gemaakt die voorgeven deze Maria Magdalena te portretteren; de christelijke heilige die in de eerste eeuw nog bekend was onder de naam Maria van Magdala, afkomstig uit het gelijknamige Palestijnse stadje, vlak bij het Meer van Galilea, waar ze geboren zou zijn. Dat levert een overvloed aan stijlen op, van traditionele iconen tot aan eigentijdse fotografie, met alle denkbare schilderkunstige genres daar weer tussen.

Het succes van de tentoonstelling is ook voor een deel kerkhistorisch van aard: de beeltenis van Magdalena verandert met de interpretaties die de westerse, christelijke kerk wil geven aan deze mysterieuze vrouw, die verschillende malen wordt genoemd in de evangeliën, steeds weer in een andere rol. Juist daardoor is Magdalena zo ongrijpbaar geworden. Haar positie is van meet af aan zeer prominent in het christelijke lijdensverhaal, omdat zij aanwezig was bij de kruisiging van Jezus, maar zij ook de eerste was aan wie de verrezen Christus verscheen. De gezaghebbende moraaltheoloog Thomas van Aquino (1225-1274) bevestigde nog eens de eretitel die al langer de ronde deed: Maria Magdalena als de ‘apostel der apostelen’ die de blijde boodschap aan de achtergebleven discipelen mocht overbrengen. Primus inter pares.

En dan is er ook een cultuur-politieke reden voor de belangstelling voor Magdalena. Een vrouw in het hart van wat voornamelijk een mannenbolwerk zou worden – de algemeen christelijke, later rooms-katholieke kerk. Een vrouw die sprak en redeneerde en de nieuwe, christelijke leer met een grote hartstocht tot de hare maakte. Mystica. Spiritueel zeer begaafd. En als vanzelf komt de gedachte op: het christendom begon niet als een patriarchaal systeem, meteen was er Die Vrouw, die er zoveel toe deed. Elke vrouw, gelovig of niet, moet hier wel een correctie lezen van het Algemeen Beleden Patriarchaal Geloof, dat zoveel maatschappelijke consequenties heeft gehad.

In het voorwoord bij de catalogus staat te lezen: ‘Maria Magdalena wordt gezien als de vrouw die misschien wel het dichtst bij Jezus stond. (…) En tegelijkertijd wordt ze beschouwd als een zondaar, een gevallen vrouw, was ze een kluizenaar en een heilige.’

In een periode van zo’n tweeduizend jaar zijn er zeer verschillende beelden over deze vrouw op elkaar gestapeld, vervlochten geraakt, samengebald. De tentoonstelling zelf draagt de titel Kroongetuige, zondaar, feminist, en daar zou zeker nog ‘apostel’ en ‘mecenas’ aan toegevoegd mogen worden. Vooral die laatste rol past uitstekend binnen een nieuw feministisch-theologisch perspectief: de vrouw als weldoener, als zelfstandig financier, die het de mannen mogelijk maakte hun christelijke opdrachten te vervullen. En toch is zij ook weer niet ‘de vrouw achter de schermen’ die onzichtbaar blijft: daarvoor wordt ze te vaak genoemd in het Nieuwe Testament, in allerlei verschillende gedaanten, daarvoor is de lijst met afbeeldingen van haar te lang en te uitgebreid. Maria Magdalena blijkt zowel in haar theologische als in haar kunsthistorische gedaante het ideale projectiescherm: al die verschillende verschijningsvormen van haar door de eeuwen heen zijn te zien op de expositie: de devote, extatische Maria, de voorname, rijk geklede, de zondige, de door demonen bezeten Maria, de laat-romantische, negentiende-eeuwse Maria, de zeer mooie vrouw aan wie toch ook het zondebesef is af te lezen aan haar betraande, glinsterende ogen; de Maria van de hedendaagse fotograaf David LaChapelle, die Kim Kardashian als stand-in gebruikt, of de foto, ook van LaChapelle, waar een wulps geklede Maria, voorzien van stilettohakken en een minuscuul rood tuigje, de voeten van Christus schoonboent met haar lange blonde haren.

Dit bombardement aan beelden leidt niet tot een eenduidig inzicht: daarvoor worden te veel verschillende personages opgevoerd onder dezelfde naam.

Alfred Stevens, Maria Magdalena, ca. 1887 © Museum voor Schone Kunsten, Gent

Er is één gestalte die opzichtig ontbreekt in deze tentoonstelling: die van die andere Maria, moeder van God, ‘Eeuwig Maagd’, want onbevlekt ontvangen. De vrouw aan wie het katholieke Wees Gegroet is gericht. Er is door de eeuwen heen een concurrentiestrijd gaande geweest tussen de beide Maria’s, waarbij Maria de Moeder het zuivere tegendeel werd van de bezoedelde Magdalena. Want Magdalena wordt ervan verdacht overspelig te zijn geweest, een (bekeerde) zondares. Zo vindt er een rondedans plaats van de gepatenteerde heilige en de vermeende hoer, waarbij die laatste, de onafhankelijke, eigenzinnige Magdalena, het loodje legt.

Alle menselijke tekortkomingen, die de onbevlekte Maria niet aan kunnen kleven, worden naar de tweede Maria doorgeschoven.

Zie bijvoorbeeld het overdadige portret dat de schilder Pieter Coecke van Aelst rond 1532 vervaardigde van Maria Magdalena: zij is opzichtig rijk gekleed, in fluweel en goudbrokaat, zij draagt een diadeem en alles aan het werk roept ‘luxe et volupté’ op. Deze overdaad moet wel contrasteren met het beeld van de eenvoudige, altijd simpel geklede Maria de Moeder. Of nemen we het voorbeeld van schilder Alfred Stevens, die rond 1887 Maria Magdalena vereeuwigt in een negentiende-eeuwse, laat-romantische stijl. Smachtend is haar blik, haar lange blonde haren vallen tot ver over haar schouders, en in haar hand draagt zij een vanitas-doodshoofd, als blijk van haar zondebesef.

Haar blonde haren vallen tot over haar schouders, en in haar hand draagt zij een vanitas-doodshoofd

Maar laten we beginnen bij het begin. De vier bijbelse evangelisten gebruikten al verschillende beelden: bij Marcus fungeert Magdalena als ‘bezeten door zeven demonen’, bij Johannes heeft ze zelfs een gesprek met de net verrezen Christus, waarbij hij de beroemde woorden gesproken zou hebben: ‘Noli me tangere’, (raak me niet aan, vaak uitgelegd als vrouwvijandigheid van Christus). Theoloog Frank Bosman brengt dat parool terug naar de Griekse brontekst, die zoveel zegt als ‘hou me niet vast’, ‘waarschijnlijk in de betekenis dat een overledene niet meer van deze realiteit is (…) en daarin ook niet kan worden vastgehouden’.

Ook wordt in het Johannesevangelie een ‘vrouw die betrapt is op overspel’ bij Jezus gebracht, waarna hij de fameuze woorden zou hebben gesproken: ‘Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen.’ Maar de figuur van de overspelige vrouw gaat een verbintenis aan met het Maria Magdalena-verhaal: zo komt zij in het westerse christendom – in tegenstelling tot de oosterse variant – aan haar reputatie als ‘gevallen vrouw’ en (bekeerde) prostituee. Bij Marcus en Mattheus is er sprake van een vrouw die het hoofd van Christus balsemt met de zeer kostbare nardusolie. Ook deze vrouw wordt later geïdentificeerd als Magdalena. Hier verbindt zich het zondige met het spilzieke.

Lucas voert Magdalena op als deel van een groep vrouwen die met Jezus rondtrokken en ‘voor hem zorgden, waarschijnlijk in financieel opzicht’.

Je kunt rustig stellen: praktisch vanaf den beginne was er verwarring.

Zeer bepalend voor het beeld van Magdalena is de rol van paus Gregorius de Grote geweest, die op 14 september 591 het volgende over Magdalena predikte: ‘Zij die door Lucas de “zondige vrouw” wordt genoemd en door Johannes “Maria”, geloven wij dezelfde te zijn als de Maria uit wie, volgens Marcus, zeven demonen gedreven zijn. En wat betekenen deze zeven duivels anders dan alle ondeugden? Het is duidelijk, broeders en zusters, dat dezelfde vrouw eerder de balsem gebruikte om haar vlees te parfumeren voor verboden handelingen.’ Gregorius zal, met voorbijgaan aan eerdere kerkvaders, zo het dubbelzinnige beeld van Magdalena canoniseren, en de legendes rond verschillende personen indikken tot één verhaal. Door deze ‘samenvatting’ van Gregorius zal het vooral de broeders duidelijk zijn geweest dat men diende op te passen voor de zusters.

In 2016 besloot de huidige paus Franciscus om de 22ste juli, de naamdag van Magdalena, uit te roepen tot een officieel kerkelijk feest, om afstand te nemen van het beeld van de ‘zondige en gevallen vrouw’, die zo lang het christendom heeft gedomineerd.

Het is niet eens zo dat je door archeologisch graafwerk te verrichten kunt stuiten op het echte fundament van Maria Magdalena. Soms heeft speurwerk wel degelijk zin, wanneer je onder een kerk de restanten vindt van een moskee en daar weer onder van een tempel. Maar er zijn te veel personen uit te veel verschillende plaatsen en tijden gevangen onder de naam Maria Magdalena.

En ook kun je niet stellen dat het in de loop der tijden steeds beter wordt: de meest recente verbeeldingen van Magdalena zijn niet vrij van wat wij tegenwoordig seksisme noemen. Ik liet al eerder fotograaf LaChapelle voorbij komen, die Magdalena als personage hooguit weet te seksualiseren, om zo Jezus Christus ten dienste te zijn.

In Dan Browns bestseller De Da Vinci Code is Magdalena de echtgenote van Christus. Daarmee wordt afstand gedaan van het prostitutie-aspect, zoals de kerk dat vanaf 1969 ook formeel deed. Maar nu wordt deze vrouw, postmodern en wel, gekortwiekt in een huwelijk, en zo ontdaan van haar onafhankelijke geest en zelfstandigheid. Ze verburgerlijkt – om het maar eens anachronistisch te benoemen. De christelijk-spirituele kracht van Magdalena wordt ondergeschikt gemaakt aan haar rol van die van vermeende ‘wederhelft’.

De tentoonstelling in het Museum Catharijneconvent roept in ieder geval het verlangen op naar een herwaardering van de rol van de vrouw, zowel in de kerk als in de samenleving. Hoeveel is er in de geschiedenis geretoucheerd, hoe vaak niet is de vrouwelijke daadkracht verdacht gemaakt en in een dubbelzinnig licht geplaatst? De eigentijdse weergaven, vooral de fotografische, laten wel degelijk de kracht zien van Maria Magdalena. Maar hier wordt haar zelfstandigheid weer gevangen in haar ‘onafhankelijke seksualiteit’. We horen hier een verlate echo van de seksuele revolutie van de jaren zestig en zeventig, waarbij de vrouw haar bestaansrecht onderstreepte door vooral niet ‘preuts’ te zijn.

Maria Magdalena: Kroongetuige, zondaar, feminist, t/m 9 januari in Museum Catharijneconvent in Utrecht, catharijneconvent.nl