De apostelen van de reality-tv

Cyrus Frisch is niet bang uitgevallen. Hij filmt als een kind dat met vuur speelt. Doen alsof - wat toch de basis lijkt van de filmkunst - kan Frisch niet boeien. Het betrappen van de werkelijkheid - wat documentaristen voorwenden te doen - fascineert hem ook niet. Hij wil beide, en beide in onversneden mate. Bijna dagelijks kan hij zien dat de gemanipuleerde werkelijkheid van de sadomasochistische leedshows van Oprah Winfrey, Jerry Springer en hun Nederlandse klonen bizarre fictie opleveren. Frisch denkt dat je nog verder kunt gaan. Hij onderzoekt alweer een paar jaar de mogelijkheid om reality-tv tegen zichzelf uit te spelen. Een van zijn aardigste wapenfeiten was zijn bezoek aan het inmiddels opgeheven live Veronica-programma Nachtbrakers. De programmamakers zagen in de provocerende jonge filmmaker een leuk en spraakmakend item. Even leek er een patstelling te ontstaan toen presentatrice en regie alle ontregeling enig vonden en goed voor de kijkcijfers, maar uiteindelijk moest toch de veiligheidsdienst eraan te pas komen om de gewaardeerde gast de studio uit te werken.

Het aandeel van Frisch aan de voorstelling Jezus/Liefhebber van hem en Nieuw West-theatermaker Marien Jongewaard moet in het licht van het voorgaande worden bezien. Frisch is nog niet klaar met de mediarealiteit. Hij lijkt zich de vraag te hebben gesteld: wat gebeurt er als je zo'n stakker die door mensen als Springer is uitgekozen als slachtoffer voor een kort moment van oneervolle roem, nu eens langer volgt dan de duur van een tv-programma? En wat zou het opleveren als je zo'n freak nu eens serieus neemt en hem echt een rol als zichzelf laat spelen? Het resultaat is onthutsend. Personages als de uit de ouderlijke macht ontzette, zich prostituerende alcoholische moeder, de gewelddadig schizofrene hoerenlopende en zuipende minnaar van de moeder, de zich suf slikkende en bewusteloos drinkende invalide echtgenoot van de moeder, en nog zo wat voorbijgangers worden als eerbiedwaardige apostelen achter een lange Laatste-Avondmaaltafel op het toneel gezet. Ze schelden, boeren, spugen, spuiten, slikken en zuipen dat het een lieve lust is. Want toneel kan ergens nog meer levend zijn dan live televisie. Het avondmaal van de stakkers wordt aangevuld en onderbroken door Frisch en Jongewaard. Jongewaard houdt enkele galmend-theatrale tirades tegen het publiek waarbij het schuim om je oren vliegt. Waarlijke Publikumsbeschimpfung. Daar moet je van houden.
Frischs aandeel is een film waarin de ‘apostelen’ in close-ups onder andere omstandigheden aan het woord komen. Frisch heeft een zeer levendige filmstijl ontwikkeld waarin hij kleine en grote filmcamera’s en video door elkaar gebruikt. Hij zit zijn onderwerpen soms letterlijk op de huid, hij is niet vies van zijn vieze mannetjes en vrouwtjes. Dat liet hij ook in de voorstelling zien. Toen één van zijn acteurs in een woest delirium raakte, nam hij hem in een lange broederlijke houdgreep.
In een in Skrien gepubliceerd dagboek schreef hij een tijdje geleden: 'Ik voel me smeriger dan ooit. Waar ben ik in hemelsnaam mee bezig? En als ik mij er zo smerig onder voel, waarom doe ik het dan? Omdat dit een oefening is voor mijn ideale film in de vluchtelingenkampen van Soedan.’
Het zou mij niet verbazen als die film er eens komt. Ik zou hem nog willen zien ook.

  • Komende week is Cannes de hoofdstad van de filmwereld. Megasterren, slippendragers en kruimeldieven verzamelen zich op en nabij de boulevard van deze saaie badplaats. Voor de thuisblijvers zijn er de filmrubrieken op tv met onbenullige flitsen beroemde-gezichtengeilheid. Verboden te kijken!
  • Wat de Cannes-gemeenschap zal vinden van Little Tony (Kleine Teun) van Alex van Warmerdam is niet te voorspellen. Van Warmerdam houdt het poldermodel van onderdrukte driften een bizarre lachspiegel voor. Maar wat moeten buitenlanders vinden van die absurde mengeling van Freud en Mondriaan?