Die eeuwige religie Arabieren in Turkije

‘De Arabieren zijn geen slechte mensen’

Twee miljoen Arabieren hebben dit jaar als toerist Turkije aangedaan. Ze komen de lucht opsnuiven van het meest westerse islamitische land. Maar de Turken zijn niet echt blij met hun komst.

ISTANBUL - Het jonge stel van het Arabische schiereiland zit in de meest comfortabele plek van de stad: de tram. Het is weliswaar druk in het voertuig, maar de krachtige airco blaast zalige koude lucht in nekken die de hele dag hebben moeten zweten. Het geblaas van de airco is als het briesje in het paradijs dat in de koran wordt beschreven; we missen hier alleen groene weiden waar rivieren doorheen stromen.
De mannelijke Arabier krabt op zijn harige scheenbeen. Zijn playboysokken staan in schril contrast met zijn veel te ouderwetse, grijze blouse. Ik glimlach naar hem. Hij glimlacht terug. Van zijn jonge vrouw mogen wij alleen het gezicht en de handen bewonderen. Ze lijken gelukkig in Istanbul, vooral in deze tram met koele lucht. Een voorproefje van het paradijs, Istanbul? Om te zien hoe de verboden huid reageert op de zon?
We komen aan bij de eindhalte. We weten dat we weer zullen gaan zweten. De jonge Arabier houdt de hand van zijn vrouw vast. Hand in hand wandelen ze langs de zee. Ook de bruine, goedkope slippers die de man aan heeft staan in schril contrast met zijn sokken met het beroemde konijn erop. Het zijn niet alleen de sokken die vloeken met de rest. Het stel uit het voor de moslims heilige deel van de wereld past niet erg bij de omgeving waar het ‘moderne gezicht’ van Turkije langs de Bosporus de honden uitlaat. Maar of de Arabieren nu wel of niet in harmonie zijn met de rest, en of de Turken er wel of niet blij mee zijn, twee miljoen Arabieren hebben dit jaar Turkije aangedaan. Om met hun sluiers alle Turken dag in, dag uit te herinneren aan hun diepe haat.
Vooral Istanbul heeft dit jaar met de Arabieren moeten samenleven. Een zware opgave voor veel Turken. Ze hebben immers decennialang gelachen om de Arabieren die ze niet alleen belachelijk vonden, maar ook vreesden vanwege het gevaar van hun sharia. Turken hebben in hun slechte films immer Arabische typetjes gecreëerd. De achterlijke Arabier met zijn theedoek op het hoofd die naar het moderne Turkije was gekomen om zijn lusten bot te vieren. De Arabier die veel geld over had voor een jonge maagd in Istanbul en altijd wel werd bedonderd door een wakkere Turk. Zodra de Turk naar school ging kreeg hij te horen dat het de Arabieren waren die de Turkse militairen in de Eerste Wereldoorlog een mes in de rug hebben gestoken. Door de 'domme’ Arabieren die in de mooie praatjes van de westerse mogendheden geloofden, moesten Turken grond prijsgeven in het Midden-Oosten. De Arabier is een verrader bij uitstek. Hij is gewiekst, onbetrouwbaar, vies en per toeval rijk vanwege de olie.

DEZE ARABIEREN, waar de Turken in de lijn van de ideologie van hun staat negentig jaar lang de neus voor hebben opgetrokken, zijn dit jaar dus in groten getale naar Turkije gekomen. Waarom?
De Arabier met de playboysokken die hand in hand met zijn vrouw langs de zee wandelt, heet Rachid en geeft antwoord op deze vraag: 'Turkije is opeens een erg populaire reisbestemming geworden voor de Arabieren. Volgens mij om een aantal redenen. We hoeven geen visum te hebben om Turkije binnen te komen. De Arabische vrouwen zijn nieuwsgierig naar Istanbul omdat het de stad is van de soapseries die op de televisie bij ons worden uitgezonden. Daarnaast is er in de Arabische wereld grote sympathie ontstaan voor Turkije vanwege de Turkse premier, die het in tegenstelling tot onze eigen leiders wél opneemt voor de Palestijnen. En Istanbul is ook een erg mooie stad natuurlijk.’
Nee, de Turken doen niet echt aardig tegen ze. Vooral de vrouw van Rachid, de 24-jarige Khadija, stoort zich aan de manier waarop veel Turken met hen omgaan. Eerst weten we een lege bank te bemachtigen die in de schaduw van een boom staat. Daarna vertelt ze: 'We hadden de boot genomen van Bursa naar Istanbul. Op de boot was ook een Arabisch gezin met kleine kinderen. Een van die kinderen ging een beetje vervelend doen en rondrennen. De Turken begonnen meteen te morren. En een vrouw begon opeens te schreeuwen tegen dat gezin. Ik snapte het niet. Doen Turkse kinderen dan nooit vervelend? In de winkels en zo zijn ze ook niet echt vriendelijk. Tegen andere klanten doen ze veel aardiger.’
De Arabieren geven per persoon drie keer zo veel geld uit als een toerist uit het Westen. Ze zijn rustig en zorgen nooit voor overlast, zoals de Russen en de Engelsen wel eens doen. De Arabieren zijn ook nog eens geloofsgenoten. Toch is de Turkse bovenlaag, de seculieren in de grote steden, niet blij met hun komst. Ze hebben het de afgelopen acht jaar immers met de regerende moslim-democraten van de AK-partij moeten doen. Voor hen is het al erg genoeg dat de vrouwen van de president en de premier en bijna alle vrouwelijke ministers hoofddoeken dragen, en dat de Turkse hoofddoekmeiden niet meer thuisblijven maar in de bioscoop of het theater naast ze komen zitten. Nu moeten ze dag in, dag uit zien dat hun beste straten vol lopen met Arabieren en hun gesluierde vrouwen.
Cengiz Candar, Midden-Oosten-deskundige en journalist, zegt de frustratie van de Turken normaal te vinden: 'De Turken kregen generatie op generatie ingepeperd dat de Arabieren ons het mes in de rug hebben gestoken. Vooral bij de gestudeerde Turken heb je een aversie tegenover de Arabieren. Maar de waarheid is dat de Arabieren de Turken helemaal niet in de rug hebben gestoken. Het Ottomaanse Rijk was een van de verliezers van de Eerste Wereldoorlog, was aan het einde van zijn krachten en kon niet anders dan het leger terugtrekken uit de Arabische landen. Het was ondenkbaar dat de westerse mogendheden de aanwezigheid van de Turken in de olierijke gebieden zouden toestaan. Dat sommige kleine clanleiders zich tegen de Turken hebben gekeerd had geen groot effect op de belangrijke ontwikkelingen van die tijd. Wat vervolgens wel gebeurde, is dat de stichters van de Turkse Republiek, die een modern, op het Westen georiënteerd land wilden creëren en alle Arabische culturele invloed wilden uitbannen, de nederlaag tegen het grote Westen hebben aangegrepen om de Arabieren zwart te maken. In werkelijkheid is er bijvoorbeeld in Palestina geen enkele opstand geweest tegen de Turkse aanwezigheid daar. In Syrië, Irak en Libanon zijn de Turken ook nooit in de rug gestoken. De Arabieren waren over het algemeen trouw aan het paleis in Istanbul.’
Nu komen de Syriërs, de Irakezen, de Libanezen, de Saoedi’s en andere Arabieren naar Turkije, vaak zonder dat ze benul hebben van de gevoelens die bij de Turken jegens hen leven.

IN DE WIJK TARABYA, een bosachtige buurt in het noorden van Istanbul, waar het altijd wat koeler is dan in de rest van de stad, zijn de borden bij de makelaars in het Turks en in het Arabisch. Het groen van dit gebied schijnt de Arabieren aan te trekken. Tarabya is in de jaren tachtig ontdekt door de Arabieren. Ze zijn daarna heel lang weggebleven. Nu komen ze weer terug naar de wijk die lijkt op de beschrijving van het paradijs in de koran. In het geval van Tarabya stroomt er geen rivier door de groene weiden, maar is er de blauwe zee. De Arabieren huren hier huizen om de zomermaanden door te brengen.
Kamil Kaya is een vijftiger die in deze wijk woont, zich met duizend zaakjes tegelijk bezighoudt en met groot heimwee terugdenkt aan die jaren tachtig. Hij vertelt met een glimlach om zijn lippen: 'Ik had toen een busje waarmee ik Arabische toeristen rondreed. Het was echt goed geld verdienen. Die mensen bleven uiteindelijk weg omdat ze door de Turken als een stuk vuil werden behandeld. Een keer riep ik mijn hond, die Arabier heette. De Arabische toerist die ik begeleidde begon te huilen. Toen pas kreeg ik door dat we hier onze honden naar een ander volk noemen. Het zit zo diep, die negatieve gevoelens jegens de Arabieren, dat het de normaalste zaak van de wereld lijkt dat we honden Arabier noemen. Ik heb misschien wel duizend keer mijn excuus aangeboden, maar die man heeft me niet vergeven. Groot gelijk had hij. Ze zijn een paar jaar gekomen, daarna niet meer. Ik ben bang dat deze nieuwe golf ook snel ten einde komt.’
Rachid met de playboysokken wordt verlegen als ik hem vraag of hij en zijn vrouw zich niet wat vrijer gedragen in Turkije. 'Hoe bedoel je?’ vraagt hij. Kan hij in Saoedi-Arabië een deel van zijn benen tonen in het openbaar, kan Khadija daar de straat op zonder haar gezicht en handen te bedekken? We praten maar door daar op de bank, de schaduw van de boom verwijdert zich van de bank en de zon komt steeds dreigender dichterbij.
Rachid neemt een korte denkpauze en antwoordt: 'Niet alleen wij, maar bijna alle Arabieren gedragen zich hier vrijer. Sommige vrouwen dragen helemaal geen sluier. Ik heb daar respect voor. Het aantrekkelijke van Turkije is natuurlijk ook dat het een islamitisch land is. Je voelt je niet erg schuldig, omdat je bent omringd door andere moslims die als westerlingen gekleed zijn.’
Khadija vult aan: 'Zoveel vrouwen kleden zich hier in minirokken en topjes die maar voor de helft hun borsten bedekken. Dan vallen mijn blote handen in het niet.’ Ze lacht haar witte tanden bloot.

HET WORDT AVOND in Istanbul. De stad is als een monster dat op geen enkel tijdstip behoefte heeft aan rust. De winkels in de sterk verlichte straten zijn net zo vol als in de middaguren. Of ze nou als klant wel of geen koning zijn, de Arabieren laten zich niet uit de winkels wegslaan. Ze kopen kleren, eten bij de drukbezochte restaurants, zitten na een hele dag shoppen op de trottoirs, luisteren naar de straatmuzikanten, drinken thee in de cafés en lopen zelfs de seksshops in, waar ze volgens de eigenaren de meest sexy lingerie inslaan.
Twee miljoen Arabieren die de lucht komen opsnuiven van het meest westerse islamitische land. Arabieren die in aanraking komen met de vrijheid, met het feit dat moslimvrouwen zich in een islamitisch land net zo vrij kunnen bewegen als mannen.
Volgens socioloog Onder Ari kan het reizen van zo veel mensen niet zonder gevolgen blijven. Hij zit zelf in Ankara en vertelt aan de andere kant van de lijn: 'De massale komst van de Arabieren hebben we voornamelijk te danken aan de houding van de huidige regering. De AK-partij staat absoluut niet zo negatief tegenover de Arabische cultuur als de eerdere leiders van ons land. Men wil betere relaties met de Arabieren, niet alleen omdat we geloofsgenoten zijn, maar ook om meer geld te verdienen. De haat in de harten van de Turken heeft hen laten verblinden. Ik vind het goed dat de relaties nu gerepareerd worden, dat wij meer handel drijven met elkaar en dat veel meer Arabieren ons land bezoeken dan voorheen. En misschien kan Turkije een voorbeeld voor ze zijn als het gaat om de ontwikkeling van hun democratieën. Het is niet niks dat er per jaar twee miljoen Arabieren ons land komen bezoeken. Misschien zullen de ouderen die naar Turkije komen zich gedeisd houden, maar hun kinderen die meereizen zullen op een keer minstens net zo veel vrijheid eisen als wat ze in Turkije hebben gezien.’
Maar de eerste voorwaarde voor het voortzetten van deze interactie is volgens Ari dat de Turken snel van hun vooroordelen over de Arabieren afkomen: 'Het is goed dat de Turkse regering de banden aanhaalt met de Arabische landen. Maar wat er ook moet gebeuren is dat het Turkse volk van zijn vooroordelen af moet. We kunnen ten minste een start maken op de scholen, door aan alle leerlingen te vertellen dat de Arabieren geen slechte mensen zijn en dat ze ons geen mes in de rug hebben gestoken.’

EEN WEEK later is de tram nog steeds de beste plek in de stad. Hoe het kan is voor iedereen een raadsel, maar drie Arabische meisjes staan in de tram zonder begeleiding van echtgenoten of broers. Twee jongemannen laten zich deze kans niet uit de handen glippen en maken een praatje met de meisjes. De meisjes zijn niet gesluierd, maar wel overal goed bedekt. Een van hen is opvallend mooi. Aan haar worden dan ook de meeste vragen gesteld: 'Where are you from? How old are you? Are the Turks kind to you?’ Het meisje antwoordt dat de Turken niet echt aardig zijn. Voor die twee jongens en voor alle mannen die het gesprek kunnen horen is het onbegrijpelijk dat men niet aardig kan zijn voor haar.
De tram bereikt de eindhalte. De Turken zijn dus niet aardig voor het mooie Arabische meisje, dan is de zon ook niet aardig voor de Turken. In de nekken beginnen zich weer zweetdruppels te vormen.