De argwaan van johan stekelenburg

Hij wil een heleboel behouden. En daar schaamt hij zich niet voor. Het gaat immers om een sociale democratie. Nee, bepaald gerust is werknemersvoorzitter Johan Stekelenburg niet op de komende coalitie. Al is hij ook wat minder collectivistisch geworden.

KNUS TEGEN ELKAAR aangeschurkt zaten ze in een nisje van de Tweede Kamer. De avond na de verkiezingen mochten ze voor de camera’s samen commentaar geven op de uitslag: werkgeversvoorzitter Rinnooy Kan en werknemersvoorzitter Stekelenburg. De vleesgeworden voorlopers van de paarse coalitie. Belangentegenstellingen van hier tot Tokio, maar echte mot lijken ze nooit te hebben. We lossen het samen wel op.
Is de paarse coalitie eigenlijk niet een voortzetting van wat werknemers en werkgevers al veel langer in praktijk brengen? Zo heeft Johan Stekelenburg er nog nooit tegen aan gekeken. Na even nadenken: ‘Het verschil is dat wij er niet samen uit hoeven komen, en dat moet in een kabinet wel.’ Afgelopen week - 'zo werkt dat proces nu eenmaal in dit land’ - zat hij vier keer in een forum met Rinnooy Kan, 'en geloof me, de verschillen zijn een stuk groter dan de overeenkomsten’.
Hij loopt tegenwoordig met de partijprogramma’s van VVD en D66 op zak. 'Waarom zou ik tegen paars zijn, het gaat toch om de inhoud?’ Maar inderdaad, in die inhoud heeft hij weinig vertrouwen. Stekelenburg is nog niet om advies over de formatie gevraagd, maar misschien komt dat nog. Voor de vorige formateur, Tjeenk Willink, zette hij reeds de wensen van de FNV op papier, met als laatste zin dat hij graag het een en ander wilde toelichten. Dat heeft nog niet zo mogen zijn. Symbolisch is wellicht dat Quene, de voorzitter van de Sociaal Economische Raad, al wel langs mocht komen. Met name voor D66 zijn werknemers- en werkgeversorganisaties eigenlijk een pot nat, als exponenten van het 'stroperige’ en 'vastgeroeste’ maatschappelijk middenveld. Dus heb je Quene, de vleesgeworden overlegeconomie, dan heb je zowel werknemers als werkgevers gehoord.
Stekelenburg: 'De sociale democratie komt bij een regering met D66 en VVD onder vuur te liggen, beiden gaan er in hun verkiezingsprogramma’s fel tegen tekeer.’ Wat anderen 'maatschappelijk middenveld’ noemen, noemt hij liever 'sociale democratie’: democratie op sociaal-economisch terrein - niet te verwarren met sociaal-democratie, al hebben ze wel iets met elkaar van doen. Hij is er niet gerust op dat de PvdA zich voldoende hard kan maken voor die sociale democratie.
De politiek heeft steeds minder boodschap aan de vakbeweging. U kwam met 250.000 mensen naar het Malieveld tegen de WAO, straks komt u misschien met 500.000, maar het maakt niets uit. Een vakbeweging heeft pas macht als de politiek u macht geeft, en wat dat betreft staat u er slecht voor.
Fel: 'Wat heeft de politiek dan in godsnaam voor macht? Als je ziet hoe ze afgestraft zijn! Ik wil weliswaar niet meedoen aan die sfeer dat de politiek er niks van brouwt, maar ze lappen wel de maatschappelijke realiteit volkomen aan hun laars. En dan is uiteindelijk het effect dat de politiek wel van alles verzint, maar dat het niet wordt uitgevoerd. Je hebt draagvlak nodig. Ze hebben ons alleen al nodig om te weten wat er leeft. En met “ons” bedoel ik maatschappelijke organisaties in brede zin.’
Afgestraft of niet, het beleid gaat in grote lijnen zo door. Het parlement heeft toch alleen zichzelf nodig om de bijstand te verlagen naar zestig procent, zoals de VVD wil?
Stekelenburg: 'Bij de bijstand is dat inderdaad zo. Maar bij heel veel andere beslissingen hebben ze de medewerking van mensen nodig. Want de politiek mag zich dan niets van die 250.000 op het Malieveld hebben aangetrokken, vervolgens hebben wij als vakbeweging wel eigenhandig die WAO gerepareerd via de CAO’s. De politiek stond dus eigenlijk in z'n hemd, omdat het draagvlak voor de beslissing ontbrak.’
Hij toont de uitkomsten van verkiezingsonderzoek van bureau InterView. Een op de drie mensen die bij de afgelopen verkiezingen PvdA stemde is tevens FNV-lid, een op de vier D66-stemmers is FNV-lid. Stekelenburg: 'Adeldom verplicht. Vlak na de WAO liep de voorkeur van FNV-leden voor de PvdA terug van 55 naar 25 procent. En de vakbeweging mag dan politiek onder vuur liggen, we hebben wel meer leden dan ooit, en dat in een tijd dat het economisch minder gaat.’
Karin Adelmund stapte volgens eigen zeggen over naar de PvdA omdat een vakbeweging weinig klaar krijgt zonder een sterke sociaal-democratische partij. U zegt eigenlijk het omgekeerde: zonder sterke vakbond speelt de PvdA weinig klaar.
Stekelenburg, lachend: 'Dan moet ze dus gauw de vakbond weer komen versterken. Nee, dat lijkt me toch niet zo waarschijnlijk.’
Is niet het grote probleem dat ook de FNV geen alternatief concept heeft, dat u eigenlijk niet veel anders kunt doen dan op de rem gaan staan?
Kwaad: 'Op de rem gaan staan, op de rem gaan staan, wat een onzin! Dat wordt ons steeds verweten. Dat is niet op de rem staan, het is opkomen voor de zaken waarvoor wij honderd jaar geleden zijn opgericht. Is het soms slecht om de sociale zekerheid te willen behouden?’
Zo was de vraag niet bedoeld, maar het antwoord mag illustratief heten voor het politieke klimaat en de defensieve positie waarin de vakbeweging - en niet alleen zij - zich bevindt.
Ik bedoelde eigenlijk dat u - bij gebrek aan een eigen visie op de samenleving - min of meer gedwongen bent om grotendeels mee te gaan met de mainstream van lastenverlichting, afbraak sociale zekerheid, denivellering, flexibilisering. Dat u in die zin weinig anders te doen staat dan wat afremmen, bijsturen.
Stekelenburg: 'We zijn in het defensief gedrongen, de positie die we in de jaren tachtig ook hadden. Begin jaren negentig was er even sprake van een evenwicht tussen werkgevers en werknemers, tussen de krachten in de samenleving. Maar door de economische stagnatie is dat weer voorbij.’ Even later zegt hij: 'Kijk, vechten tegen de bierkaai kun je niet alleen, maar als er mogelijkheden zijn, zal de vakbeweging de eerste zijn om er leiding aan te geven.’ Het is strijdbaar bedoeld, maar zwart op wit heeft het alles weg van een wanhoopskreet.
ECHT, DE FNV doet wel pogingen om tot een offensieve, eigen koers te komen, vindt hij. Er wordt nagedacht over vormen van economische zelfstandigheid die in de richting van een basisinkomen gaan, men is voor ecologisering van de belastingen, voor het scheppen van nieuwe werkgelegenheid door uitkeringsgeld als loon te gebruiken, en onlangs was er een hele manifestatie over 'meer zeggenschap in bedrijven’. Volgt een uiteenzetting over het verlengen van de WW-uitkering als stap in de richting naar meer economische zelfstandigheid, het uitgeven van een vorm van vouchers aan werkgevers waarmee je hen als het ware verplicht werk te scheppen.
Maar met enige moeite steekt hij ook de hand in eigen boezem: 'Er is denk ik ook binnen de vakbeweging te weinig geprobeerd nieuwe ideeen te ontwikkelen. Het gevaar bestaat dat je zodanig opereert binnen de bestaande verhoudingen dat het lijkt alsof je meegaat.’
Ligt het ook niet aan het ontbreken van eigenzinnige, vernieuwende denkers? Gevraagd naar economen die op dit moment voor hem en de vakbeweging in positieve zin van belang zijn, kan hij er geen noemen. 'Probleem is dat het tegenwoordig mode is om alles te willen veranderen - in bepaalde zin weliswaar -, om alles waar je voor stond overboord te zetten. Terwijl wij een heleboel willen behouden. En daar schaam ik me niet voor. Het is toch niet slecht om de kwaliteit van arbeid te willen bewaken, of de sociale zekerheid, om mensen te beschermen tegen ontslag, tegen willekeur? Als ik zo'n Rick van der Ploeg hoor, dan ga ik echt over m'n nek. Die heeft nog nooit met z'n poten in de blubber gestaan, en dan roept hij maar dat alles flexibeler moet, want dan wordt het dynamischer, dan beweegt het! (Hij zwaait dynamisch met armen en benen.) Dus roept hij dat de algemeen-verbindendverklaring van CAO’s maar moet worden afgeschaft, en de ontslagbescherming, want dat is ook maar verstarrend. Ik zat laatst met hem in een forum en toen bleek dat hij helemaal niet wist wat die algemeen-verbindendverklaring precies was. Hij roept maar wat, maar zo iemand staat wel nummer tien op de PvdA-lijst. Hij vertegenwoordigt de hele stroming in het debat dat alles pas goed is als het nieuw is, als het radicaal anders is dan nu. Ik zou zeggen: kijk eerst wat je weggooit, en wat je er voor terug krijgt.
Het zou voor ons natuurlijk veel makkelijker zijn om bij die stroming aan te sluiten, gewoon wat inkomensverbetering voor de werkenden, wat aanpassing van de werktijden aan het moderne leven.’
ZOU DE FNV AFGAAN op de wensen van het doorsnee lid, dan had de vakbeweging het voorstel van Frans Andriessen (iedere werkende tweehonderd gulden netto per maand er bij, te betalen door bezuinigingen op de uitkeringen en de collectieve voorzieningen) moeten toejuichen. En dat deed ze niet. Stekelenburg: 'Gelukkig is het ons nog steeds gelukt om de verbinding te blijven leggen tussen insiders en outsiders. Maar de spanning wordt groter, dat merk je.’
Eh?
'Als mensen zien dat er oneigenlijk gebruik wordt gemaakt van het geld dat zij via premies hebben opgebracht, als de outsiders niet bereid blijken een bijdrage te leveren aan de samenleving.’ Mompelt: 'Het lijkt wel een rechtse babbel die ik hier hou. Ik zal in spreekbeurten altijd opkomen voor uitkeringsgerechtigden hoor, maar je voelt dat die spanning toeneemt, dat het moeilijker wordt.’
Wat vindt u van de uitspraak van de econoom Casper van Eeuwijk dat een ander economisch beleid alleen mogelijk is als de normen voor het financieringstekort en de collectieve lastendruk worden losgelaten? Wie de bestaande normen daarvoor accepteert, kan eigenlijk niet anders dan meegaan in de mainstream van het huidige economische klimaat.
'Die normen werken inderdaad verstarrend op de ontwikkeling van de werkgelegenheid, op het denken over wat er kan in dit land. Bovendien is de collectieve lastendruk een willekeurig begrip omdat onduidelijk is welke lasten daar onder vallen. Maar dat is wat anders dan ze maar loslaten, wat ook zou betekenen dat je het Verdrag van Maastricht moet opzeggen. Dat kun je wel doen, maar dan moet je accepteren dat we jaarlijks zo'n vijf procent in welvaart achteruit gaan. Je moet die financie"le normen wel hanteren, maar minder star dan nu. Tegelijkertijd moeten we met onze eigen leden in discussie over de vraag of het wel altijd meer-meer-meer moet zijn. We moeten naar beter en anders.’
Uit een onlangs gehouden enquete bleek dat juist FNV-leden (en PvdA- en Groen Links-stemmers) het minst bereid zijn de nullijn te accepteren. Hier botsen blijkbaar de 'rode’ en 'groene’ argumenten. Stekelenburg is niet onder de indruk: 'Mensen hebben blijkbaar weinig vertrouwen dat de nullijn leidt tot meer werk en een beter milieu. En zonder goede afspraken daarover konden ze daar wel eens gelijk in hebben, dus het gaat om die afspraken.’ Hij is niet pessimistisch: 'Ook de werkgevers krijgen in de gaten dat de werking van de markt veel negatieve bijverschijnselen heeft. Ook bij werkgevers begint twijfel te ontstaan of het meest efficie"nte wel altijd de norm moet zijn, ook bij de hardliners. Hoe ik daarbij kom? Ik spreek ze ook wel eens met de benen op tafel.’
In hoeverre is hij zelf de afgelopen tien jaar veranderd? Hij wordt een beetje verlegen van die vraag. Natuurlijk, de wereld verandert, dus hij ook, het zou gek zijn als dat niet zo was, begint hij omzichtig. Iets concreter? 'Die spanning tussen degenen die de premies opbrengen en degenen die het geld krijgen, daar ben ik harder in geworden. Harder tegen fraude, harder tegen mensen die interen op de maatschappij. En ten tweede: ook bij mij heeft de individualisering invloed. Ik ben minder collectivistisch dan vroeger. Collectieve arrangementen zijn nog steeds nodig, maar niet voor alles, een deel van de verantwoordelijkheden moet je niet van mensen overnemen.’
Meegaander ook? Minder strijdbaar?
'Kijk, in de tijd dat ik nog districtsbestuurder was, gingen we als er een massaontslag dreigde soms in staking terwijl al duidelijk was dat het ontslag niet te voorkomen was. Je kunt ook onderhandelen over een goed sociaal plan. Dat staat minder strijdbaar, maar het levert de betrokkenen wel meer op. En dat is de lijn die ik nu meer volg.’
Waarom zegt u niet gewoon: die paarse coalitie moet er niet komen, het is voor de mensen waar wij voor opkomen een slechte coalitie?
'Omdat ik niet weet wat er uit komt. Het gaat om de inhoud, toch? Als ze de sociale zekerheid in grote lijnen willen behouden, als ze werkgelegenheid willen cree"ren door lastenverschuiving - dat is wat anders dan lastenverlichting - en door herverdeling, als ze de ontwikkelingssamenwerking in stand houden, dan heb ik er niets tegen. Ik ben tegen paars als de VVD niet genoeg opschuift, of als de PvdA teveel opschuift. Als ik zeg dat het om de inhoud gaat, is dat ook een waarschuwing naar de PvdA. En ik ben er bij hen niet gerust op. In de verkiezingscampagne hebben ze een sociaal gezicht getoond, en als ze daar onzorgvuldig mee omspringen kan het verlies heel wat groter worden dan die twaalf zetels van nu. En de afrekening komt snel, want het moet erg raar lopen als een regering het langer dan een jaar of twee uithoudt, van welke samenstelling dan ook.’