De aruba-affaire

Wat had de Amsterdamse politie op Aruba te zoeken? En waarom wil Job de Ruiter de gehele politie- en juistitietop op dat eiland vervangen? De IRT-affaire krijgt een Caribisch staartje
TOT VOOR KORT zag de toekomst er stralend uit voor mr. J.H.M. Zwinkels. De procureur-generaal van Aruba, tot september 1991 ressorterend onder mr. R.A. Gonsalves bij het gerechtshof in ‘s-Hertogenbosch, stond in zijn nieuwe werkterrein aan het hoofd van een almaar verder uitdijend apparaat. Geld speelde geen rol in de criminaliteitsbestrijding op het overzeese gebiedsdeel.

Sinds de Amerikaanse Drugs Enforcement Agency (DEA) eind jaren tachtig Aruba tot Benedenwinds broeinest van de internationale drugsmaffia uitriep en bij het moederland op ferme maatregelen aandrong, was the sky the limit. Er kwam een lemmingachtige stroom van Hollandse juristen richting het kleine subtropische toeristenparadijs op gang, met in het kielzog enige divisies van de Koninklijke Marine, undercoveragenten van het Interregionale Rechercheteam (IRT) Noord-Holland-Utrecht, infiltranten van de DEA en Amerikaanse douanebeambten.
Al snel was het lokale Openbaar Ministerie naar verhouding drie keer zo groot als dat van de collega’s in Den Haag. Ook werd het eiland verblijd met een eigen telefoontapcentrale, naar het succesvolle recept van het donorland, alwaar de afluistercentrale bij politie en justitie inmiddels een even huizenhoge populariteit geniet als vroeger in Honeckers DDR of Richard Nixons Witte Huis. Op een rustiek punt aan de Arubaanse koraalriffen verrees de imponerende villa van mr. Zwinkels, als symbool voor de hooggestemde verwachtingen die hij moet hebben gekoesterd over de nieuwe fase waarin zijn carrière was beland.
Afgelopen maandag werd de idylle onder de azuurblauwe hemel van Aruba wreed verstoord. Via De Telegraaf lekte een concept van het rapport van een rijkscommissie onder leiding van oud-minister van Justitie en Defensie Job de Ruiter uit. In zijn advies aan minister Voorhoeve van Arubaanse Zaken stelt De Ruiter een ware bureaucratische Bartholomeusnacht voor ten aanzien van de gehele justitie- en politietop van het kleine eiland. De twee politiecommisarissen van Oranjestad, Arie Rasmijn en Stanley Zaandam, moeten volgens De Ruiter wegens ‘onaanvaardbaar gedrag’ de laan uit worden gestuurd.
Zij zouden moeten worden vervangen door J. de Wijs, nu nog chef van het Korps Landelijke Politiediensten. Dat aspect van De Ruiters rapportage moet Zwinkels goed hebben gedaan. Rasmijn en Zaandam waren in korte tijd uitgegroeid tot zijn aartsvijanden, waarover zo meer. Het rapport-De Ruiter dringt ook aan op het vertrek van een andere kwelgeest van Zwinkels, de Arubaanse minister van Justitie Watty Vos, die verantwoordelijk wordt gesteld voor de draconische bestuurscrisis waarin de rechtshandhaving op het eiland is gedompeld.
Het slechte nieuws voor Zwinkels is dat ook zijn eigen positie wordt opgeofferd indien het advies van De Ruiter onverkort wordt doorgevoerd. Zwinkels mogelijke ontslag moet worden beschouwd als een zoenoffer van Den Haag, in casu opperprocureur A. Docters van Leeuwen en minister Sorgdrager. Zij zijn bereid hun man op Aruba de bons te geven als dat hen bevrijdt van de uiterst dissidente politietop van het eiland. Volgens de door De Ruiter uitgezette lijn zal Zwinkels niet worden vervangen. Zijn functie komt te vervallen. In plaats daarvan zou er een superprocureur-generaal worden aangesteld voor zowel de Antillen als Aruba.
OM DEZE 'grote schoonmaak’ in het juiste perspectief te zien, is het noodzakelijk terug te keren naar februari dit jaar. Toen grepen de door De Ruiter nu zo in het verdomhoekje gezette Arubaanse politiechefs Rasmijn en Zaandam naar de typmachine ter opstelling van een rapport dat uitgroeide tot een bom onder de voeten van niet alleen Zwinkels, maar ook de Amsterdamse politieleiding, de Binnenlandse Veiligheidsdienst, de Centrale Recherche Informatiedienst (CRI), de Koninklijke Marine, de DEA, het Haagse Openbaar Ministerie en de diverse politiek verantwoordelijken in het moederland.
'Reeds in het jaar 1995 heeft uw regering bij diverse gelegenheden al of niet door tussenkomst van de minister van Justitie de heer E.J. Vos onzerzijds vernomen van op zijn minst bedenkingen aan het adres van de procureur-generaal mr. J.H.M. Zwinkels en hoofdofficier van Justitie van het parket openbaar ministerie Aruba mr. J.J. van Eck’, zo begon de rapportage van het Arubaanse politieduo aan hun ministers Vos en J.H.A. Eman van Algemene Zaken. Rasmijn en Zaandam maakten gewag van 'zeer dubieuze zaken’ waarbij Zwinkels betrokken zou zijn. Aan de hand van rapporten van diverse politie-inspecteurs van Aruba kwamen Rasmijn en Zaandam met drie zware aantijgingen aan het adres van Zwinkels. Het eerste geval betrof een staaltje van de zogeheten 'doorgecontroleerde doorvoer’ van 1000 kilo marihuana vanuit Aruba, ten bate van de infiltratie van een Colombiaans drugssyndicaat. Via stromannen van Justitie zou de partij weed op Aruba aan de Colombianen worden aangeboden, die het vervolgens naar Nederland zouden verschepen.
De operatie startte in 1992 en werd gecoördineerd door Zwinkels. Justitie zou een miljoen gulden ontvangen voor de partij. De helft daarvan, zo deelde Zwinkels aan Rasmijn mede, zou met instemming van minister van Justitie Vos op een rekening van de Arubaanse regering worden gestort, teneinde goede werken voor het eiland te kunnen verichten. Echter: pas in 1994, net nadat eind 1993 in Nederland de IRT-crisis was uitgebroken, werd een bedrag ontvangen, te weten 900.000 gulden. Rasmijn en Zaandam in hun rapport: 'Door procureur Zwinkels werd toen bepaald dat de gecontroleerde drugsaflevering en betaling niet schriftelijk zou worden vastgelegd; dat van het geïnde bedrag 360.000,- voor gemaakte onkosten aan de Nederlandse politie zou worden betaald; dat het overige bedrag in Nederland op zijn (Zwinkels - rz) persoonijke bankrekening zou worden gestort; dat het bedrag op zijn rekening door tussenkomst van personeel van de CRI-Nederland zou worden overgeboekt op een geheime rekening in Engeland. Uiteindelijk zouden als gemachtigden ter inning van het bedrag slechts mr. Zwinkels en ene commissaris Karsten van de CRI-Nederland fungeren.’
In december 1995 had de Arubaanse regering nog steeds geen geld ontvangen van de deal. Wel was inmiddels de helft van de opbrengst - bijna een half miljoen - verdwenen in de zakken van de twee criminele infiltranten van wie Zwinkels zich had bediend. Korpschef Rasmijn beklaagde zich daarover bij Zwinkels. Deze gaf hem te verstaan dat 'het hier een ingewikkelde zaak betreft, die betrekking heeft op de in Nederland spelende IRT-affaire, waardoor het opvragen van het Aruba toekomende deel thans moeilijk zou zijn’.
Diezelfde maand wendde Rasmijn zich tot zijn minister van Justitie Vos. Deze ontkende ooit iets van Zwinkels te hebben gehoord over de transactie. Vos was gebelgd. 'Slechts het feit dat deze procureur-generaal (Zwinkels - rz) het niet nodig vond mij hierover in te lichten, wordt hem als zodanig aangerekend’, liet de minister weten. Later beschuldigde de Arubaanse politietop Zwinkels ervan 60.000 gulden te hebben onttrokken aan het drugskapitaal, dat hij op een eigen ABN-Amrorekening zou heben geparkeerd.
OOK HET TWEEDE geval dat Rasmijn en Zaandam in hun rapport wraakten, was gelieerd aan het IRT-drama. De Arubaanse politie merkte in 1995 dat enkele undercover-agenten van de Nederlandse politie, c.q. de BVD en de CRI, regelmatig geldsommen doneerden aan de op Aruba verblijvende echtgenote van de gearresteerde drugshandelaar Jack S.. De lokale politie was helemaal verbaasd toen bleek dat S., die werd geacht in een Nederlandse gevangenis te verblijven, eind 1995 plotseling weer op Aruba opdook. Hij was op verlof gestuurd. Rasmijn en Zaandam verbaasden zich erover dat zij niet door de Nederlandse Justitie waren ingelicht dat S. naar Aruba zou komen.
Nog groter was hun verbazing toen zij hoorden dat het speciale verlof voor S. een actie was van Zwinkels. De laatste gaf de politiechefs via zijn rechterhand Van Eck te verstaan dat S. 'vrij is te gaan staan en gaan waar hij maar wil’. Rasmijn en Zaandam konden zich niet aan de indruk onttrekken dat de vrijlating van S. te maken had met de partij weed voor de Colombianen. Zij voelden zich ernstig buitengesloten.
Dat gevoel werd helemaal sterk toen zij rond kerst 1995 opeens werden geconfronteerd met een order van Zwinkels en Van Eck dat de Arubaanse politie geen enkele activiteit aan de dag mocht leggen ten bate van het arresteren van twee gesignaleerde drugsdealers. Iedere vorm van actie in die richting zou als insubordinatie worden beschouwd.
In plaats daarvan vaardige de Amsterdamse politieleiding een twintig koppen sterk arrestatieteam af naar Aruba. Ondertussen verbood Zwinkels de Arubaanse politie ook om eventuele getuigen in een grote drugszaak te horen, onder wie oud-minister van Justitie Rudy Croes. Zwinkels rechterhand Van Eck tegen Rasmijn en Zaandam: 'Jullie moeten je realiseren dat deze getuige een ex-minister van Justitie is en huidig statenlid. Jullie correspondenties getuigen daar niet van. Hou er rekening mee dat hij als minister van Justitie zou kunnen terugkeren bij een volgende regering’.
KORTOM: de conclusie van Zaandam en Rasmijn dat de Arubaanse politie werd kaltgestellt door Zwinkels, was zeer zeker gerechtvaardigd. De angst van Zwinkels om de lokale politie bij zijn onderzoeken te betrekken, voedde hun wantrouwen terecht. Het heeft er alle schijn van dat Zwinkels een mega-undercoveroperatie van de Amsterdamse politie geheim probeerde te houden. En dat in 1995, twee jaar nadat de Amsterdamse commissaris Nordholt en de Amsterdamse officier Vrakking hun luide afkeuring hadden laten horen over de gewraakte IRT-infiltratiemethode en burgemeester Van Thijn overging tot liquidatie van het IRT Utrecht/Noord-Holland.
Helemaal interessant wordt deze affaire als men de aanhoudende geruchten vanuit Aruba moet geloven dat de Nederlandse marine enkele schepen beschikbaar heeft gesteld voor de begeleiding van het transport van de weed van de Colombianen. Dat gerucht lijkt te worden gestaafd door het feit dat Zwinkels de documenten over de undercoveroperatie naar verluidt gelijk bij het hoofdkwartier van de marine op Arubau onderbracht toen de lokale pers van het eiland over deze zaak begon te roepen.
Nederland heeft veel bij deze zaak te verliezen. Dat was dan ook de strekking van het schrijven dat de Arubaanse oud-minister Henri Croes van Justitie volgens doorgaans zeer welingelichte kringen eerder deze maand aan premier Kok deed toekomen. Croes drong daarin aan op absolute discretie in deze affaire. Het rapport-De Ruiter is een eerste stap in die richting.