De as Londen-Libië

Londen - Met welke gevoelens zouden Tony Blair, Peter Mandelson en Gordon Brown thans kijken naar de slachting die Kadhafi onder zijn eigen bevolking laat aanrichten? Immers, in het kader van de betere machtspolitiek bestonden er jarenlang warme banden tussen de Kadhafi-clan en de Labour-partij. Dat had niet alleen te maken met de strijd tegen het moslimfundamentalisme maar ook met olie.

De laatste decennia heeft Groot-Brittannië genoeg te verduren gehad van Kadhafi’s grillen. Hij verleende volop steun aan de IRA en bovendien zou in zijn opdracht de Lockerbie-aanslag zijn uitgevoerd. Voorts werd op 17 april 1984 de politieagente Yvonne Fletcher door een schutter vanuit de Libische ambassade doodgeschoten tijdens een protestmars van Libische dissidenten. Daags daarna ontmoette Arthur Scargill, de militante leider van de mijnwerkersvakbond, hoge Libische functionarissen om geld in te zamelen ten bate van de langdurige stakingen. In dat licht is het geen wonder dat Margaret Thatcher het toestond dat Amerikaanse bommenwerpers bij hun aanval op de ‘Mad Dog’, zoals Ronald Reagan Kadhafi graag noemde, gebruikmaakten van Britse vliegvelden.

Voor Blair en de zijnen was de wildkampeerder meer een schoothond. Nadat zijn geestverwant Saddam Hoessein was verwijderd, had Kadhafi voor alle zekerheid een pro-westerse houding aangenomen. Dat werd in maart 2004 beloond middels een bezoek van Blair, een dag nadat de Britse premier in Madrid de herdenkingsdienst voor de 191 slachtoffers van de treinaanslagen had bijgewoond. Voor de Britten had de toeschietelijkheid van de kolonel als voordeel dat oliemaatschappijen toegang kregen tot de Libische olievelden. Dat zou twee jaar geleden een rol hebben gespeeld bij de beslissing om de Lockerbie-terrorist Abdelbaset al-Megrahi vrij te laten. De officiële reden was dat de aan kanker lijdende Libiër nog slechts drie maanden te leven had, maar hij is nog steeds springlevend. Een en ander verleidde het Conservatieve Kamerlid Pauline Latham tot de sarcastische suggestie om meer kankerpatiënten ter genezing naar Libië te sturen.

Terug in Tripoli werd Al-Megrahi als volksheld rondgeleid door Kadhafi’s zoon Saif al-Islam. Deze is goed bevriend met Blairs vertrouweling Peter Mandelson, met wie hij dineerde op het Rothschild-landgoed in Corfu en op wild joeg bij een ander Rothschild-buitenhuis, ditmaal in Buckinghamshire. Via Saif verwierf Blair een adviseurschap bij de Libyan Investment Authority. Tevens heeft Kadhafi jr. honderdduizenden ponden gedoneerd aan de Londen School of Economics, zijn alma mater waar hij vorig jaar de Ralph Miliband-lezing gaf, genoemd naar de vader van de huidige Labour-leider. Gordon Brown was wat minder klef met de Kadhafi’s maar desalniettemin verantwoordelijk voor het besluit om de SAS, een speciale eenheid van de Britse commando’s, gedurende een half jaar militaire trainingen te geven aan hun Libische collega’s. Dezelfde SAS helpt nu de evacuatie van Britten uit Libië.