De Syrisch-Noord-Koreaanse connectie

De atoomconnectie

Begin september bombardeerden Israëlische vliegtuigen een onbekend doelwit in Syrië. Volgens Amerikaanse bronnen was dat een nucleaire installatie, illegaal geleverd door Noord-Korea. Israël zegt niks. Pyongyang ontkent. Wordt er een politiek spel gespeeld?

AMSTERDAM – Op donderdagochtend 6 september vliegen Israëlische gevechtsvliegtuigen vanaf de Middellandse Zee het noorden van Syrië binnen. Vlak bij de grens met Turkije werpen ze bommen af en verlaten, onder vuur genomen door luchtafweer, via Turkije het Syrische luchtruim. Tot zo ver de feiten, die door Syrië en de Verenigde Staten worden bevestigd. De rest is speculatie. Wat deden die Israëlische vliegtuigen daar? Het is een incident dat in Israël en de VS de gemoederen danig bezighoudt. Het betreft hier de eerste directe aanval in vier jaar tussen twee landen die officieel nog met elkaar in oorlog zijn. In de VS is een geruchtenstroom op gang gekomen die een heel eigen dynamiek kweekt. Haviken als voormalig Amerikaans VN-gezant John Bolton spreken met grote stelligheid over de ‘Syrisch-Noord-Koreaanse connectie’. Die speculaties vinden hun weg naar grote media als cnn en The New York Times, en daarmee naar het politieke toneel. Zo werd Amerikaanse presidentskandidaten vorige week gevraagd wat zij ‘als president zouden hebben gedaan’ bij bewijs van zo’n connectie.

De speculaties begonnen direct nadat Syrië de inval meldde aan de Verenigde Naties. Israël weigerde commentaar en Israëlische media, met hun uitstekende netwerk binnen de strijdkrachten, constateerden tot hun verbazing van die kant een rigide radiostilte. Die houdt nog steeds aan, al bevestigde oppositieleider Benjamin Netanyahu de inval. Volgens militaire analisten was het doelwit mogelijk een wapendepot of raketinstallatie van Hezbollah, misschien probeerde het leger een aanvliegroute voor een aanval op Irans nucleaire installaties, misschien testte Israël de luchtafweer van Syrië.

Toen tekende The New York Times, een week na de inval, uit de mond van een anonieme functionaris uit de regering van Bush op dat Israël een levering van Noord-Koreaans nucleair materiaal op de korrel nam: ‘Israël gelooft dat Noord-Korea aan Iran en Syrië verkoopt wat het nog aan nucleair materiaal heeft.’ Noord-Korea zou van dat materiaal af willen omdat het een akkoord zoekt met de VS. Noord-Korea zette daartoe in juli al zijn grootste reactor stil. Een definitief akkoord zou gesloten moeten worden op een zeslandenoverleg, dat vorige week van start had moeten gaan.

Andere Amerikaanse bronnen vulden details in. De Israëlische geheime dienst zou een Noord-Koreaans schip hebben gevolgd, dat enkele dagen voor de aanval in Syrië aanlegde. Dat schip zou een onbenoemde lading en enkele ingenieurs hebben afgeleverd; Israël zou die lading bij de aanval van 6 september hebben vernietigd. Uitlatingen van een Amerikaanse topambtenaar van Buitenlandse Zaken en een ongebruikelijke Noord-Koreaanse veroordeling van de aanval versterkten die speculaties.

Het scenario is onwaarschijnlijk maar denkbaar. Noord-Korea heeft eerder illegaal gehandeld in nucleair materiaal, Syrië is ongetwijfeld geïnteresseerd in het verkrijgen daarvan en Israël heeft eerder een nucleair complex in een vijandig buurland aangevallen: in Irak in 1981. Maar met het vorderen van de speculaties rezen ook de twijfels. Syrië stelt dat de Israëlische vliegtuigen hun bommen in leeg gebied afwierpen en beschuldigt Amerikaanse haviken ervan dat zij met opzet geruchten de wereld in helpen over een Syrisch-Noord-Koreaanse atoomconnectie. Daarmee zouden ze zowel een akkoord over het atoomprogramma van Noord-Korea willen blokkeren als de geesten rijp maken voor militaire acties tegen Syrië.

Niet alleen Syrië vermoedt zo’n verregaande manipulatie. ‘Dit alles lijkt het werk van een kleine groep overheidsdienaren die selectief onbevestigde inlichtingen naar bepaalde journalisten lekken om een al bestaande politieke agenda te dienen’, schrijft de gerenommeerde expert in nucleaire zaken Joseph Cirincione op de website van het blad Foreign Policy: ‘Als dit klinkt als de aanloop naar de oorlog in Irak, dan klopt dat.’

Het verhaal werd zo mogelijk nog gekker. Want China, de steunpilaar van het Noord-Koreaanse regime, stelde vorige week op het laatste moment en zonder officiële opgaaf van redenen het overleg over het nucleaire programma van Noord-Korea uit. De beide Korea’s, Japan, de VS, Rusland en China zouden een alomvattende oplossing zoeken voor de situatie op het Koreaanse schiereiland. De weg naar een verregaande vredesovereenkomst, die een einde zou maken aan de Koude Oorlog tussen de Korea’s en aan Noord-Korea’s nucleaire programma, lag open sinds Noord-Korea zijn grootste reactor stillegde, en nu minister Rice in het buitenlands beleid van de VS de overhand lijkt te hebben op vice-president Cheney.

Opnieuw is het onwaarschijnlijk maar niet ondenkbaar dat de Chinese terugtrekking te maken heeft met de Israëlische aanval. Volgens de Amerikaanse bronnen was het Witte Huis door Israël ‘ingelicht’ over de aanstaande aanval, wat de indruk wekt dat de VS hun goedkeuring gaven. Dat kan de ergernis van China hebben gewekt. Noord-Korea is hoe dan ook een ‘bevriende natie’, zonder China is een oplossing voor het probleem-Noord-Korea onmogelijk, en dus heeft China geen zin in een overleg als Amerikaanse haviken de zaak onder hoogspanning zetten. Misschien ziet China de Israëlische aanval ook als een impliciete waarschuwing door de VS voor haar eigen activiteiten in de regio. China levert wapens aan landen als Soedan, Myanmar en Nepal; Iran is zelfs een grootafnemer van gevechtsvliegtuigen, tanks en ‘zijderups’-surface-to-surface-raketten.

Misschien is de hele Syrisch-Noord-Koreaans-Chinees-Amerikaans-Israëlische connectie een compleet verzinsel. In ieder geval is Israël opgetogen. Premier Olmerts populariteit is door de mysterieuze inval omhoog geschoten. En of er nu iets geraakt is in Syrië of niet, volgens de Israëlische president is de maandenlange nervositeit over een oorlog met Syrië nu ‘voorbij’.