‘De avond van de korte film’

Walter van der Kooi ziet veel meer dan alleen dat waarover hij zijn kronieken schrijft. Vandaag: maar liefst acht films uit de NTR-reeks Kort!, met als onafgesproken hoofdthema de dood.

Medium  yolo4real   still interakt productions
#YOLO4REAL © still Interakt Productions

Altijd al een première willen bijwonen? Grijp vrijdag uw kans in De avond van de korte film. Daarin maar liefst acht films uit de NTR-reeks Kort! die voor het eerst worden uitgezonden. Elk gevolgd door nagesprek met een van de makers. Kort! is het zkv in dramaland (het ‘zeer korte verhaal’ in de terminologie van A.L. Snijders). In maximaal tien minuten wordt een verhaal verteld, een sfeer, een wereld gecreëerd. Vaak, maar niet altijd, zijn ze van jonge filmers. Niet omdat ze makkelijker te maken zijn dan een One Night Stand (vijftig minuten) of Telefilm (anderhalf uur), maar omdat kort goedkoper is en daarom geschikt om beloften kansen te geven. Nee, zeker niet makkelijker, zo min als zkv, verhaal, novelle makkelijker te schrijven zijn dan de vuistdikke roman. Kort! kán vingeroefening zijn en opmaat naar langer werk, maar het is een volstrekt eigen genre – in zekere zin zelfs moeilijker, juist door de beperking in tijd. Kort! startte in 2001, per jaar worden er rond tien gemaakt, vrijdag betreft het de lichting 2017 (ze zijn alleen vertoond op het Utrechts Filmfestival) dus bestaat er nu een verzameling van meer dan 150 films, waarvan de laatste honderd zomaar via de site zijn te zien: https://kort.ntr.nl/ . Er zitten juwelen tussen.

Ook de nieuwe lichting is well-made. De toegenomen vakkunde in tv-drama valt juist aan deze korte producties af te lezen. Maar eerst iets anders. In zes van de acht films speelt de dood een essentiële rol, van loodzwaar tot tragikomisch. Ik was zo verbaasd dat ik vermoedde ‘aan deze jaargang ligt een thema, een opdracht ten grondslag’ (zoals we bij Telefilm dit jaar zes romcoms voor de kiezen kregen). Dus nagevraagd bij NTR-drama. Maar nee, net als anders konden makers zelf met filmideeën komen en waren de artistiek meest interessante, los van de thematiek, uitgekozen. Ze waren zelf ook verbaasd. En als dan van de overige twee er eentje over een bejaard Vlaams stel gaat, op hun waarschijnlijk laatste Amsterdam-reisje, dan ligt de eindigheidsscore op 87,5 procent. Het is verbluffend.

De reeks opent met de enige geheel doodvrije productie: Happy Hannah. Hannah vlogt al vijf jaar over de liefde en het in topvorm houden van je relatie, met die van haarzelf als handvat en voorbeeld. Dat legt dankzij het aanprijzen van foodprocessors en andere hulpmiddelen geen windeieren. Maar hoe happy is Hannah? En hoe happy haar vrijer? Waar ontelbaren onbetaald een blijde schijnwereld via Facebook en YouTube neerzetten, doet Hannah dat semi-professioneel en nadrukkelijker. Wat de druk op de geliefde alleen maar groter maakt. Dat gaat dus mis, uitgerekend als ze haar grootste fans heeft uitgenodigd voor een jubileumetentje – dat uiteraard wordt gestreamd. Als de tranen komen wordt dat door haar bewonderende gasten genadeloos op mobieltjes vastgelegd – zoals gans een generatie nog slechts middels telefoons lijkt te bestaan en ervaren. Het is een sterk beeld in een niet helemaal verrassende productie. Treurige kleine komedie. De eerste regie bovendien van scenarist Anne Barnhoorn, terecht gelauwerd specialist in modern leven en voelen. Jammer daarom dat het nagesprekje niet met haar maar met de hoofdrolspeelster was.

Bestaan is gaan ontstond, tamelijk uniek, niet op initiatief van regisseur of scenarist, maar op dat van drie jonge, bevriende acteurs: Martijn Lakemeier, Jonas Smulders en Ko Zandvliet. Zij worden normaal gevraagd voor iets dat door anderen bedacht en voorbereid is en ze wilden een keer zelf een project opzetten. Ze vroegen onder anderen regisseur en vriend Shady El-Hamus mee te brainstormen, wat uitmondde in een scenario dat door Smulders werd geschreven op basis van ervaringen en verhalen uit de groep. Hoe gaan jonge mensen om met de dood van een vriend? Of beter, lijkt mij, hoe gaan jonge creatievelingen daarmee om? We zien de bijeenkomst na de plechtigheid die steeds van sfeer verandert, eerst nog in gezelschap met kinderen en ouderen, dan steeds meer in het ‘onder ons’ van drinkende, blowende twintigers. Met overgang van weemoed naar een soort razernij waarin de bloemen van de plechtigheid het moeten ontgelden en de jongemannen in een wanhopige kluwen veranderen. Thanatische razernij, een beetje over de top. Knap in beeld gebracht trouwens. Na extreme expressie mondt het uit in verstilling en confronterend daglicht.

Met De begrafenis van de verlegen mens belanden we in het absurdistisch universum van theatergroep Circus Treurdier, dat met TreurTeeVee al de stap naar de televisie zette en nu met een eerste korte film komt. Regie Joost van Hezik, scenario Ellen Parren en Jan-Paul Buijs. De gemeente organiseert de collectieve uitvaart van haar verlegen burgers die allemaal tegelijk zijn overleden, net als de verlegenen overal ter wereld. Dat blijkt nog een hele organisatie en vlekkeloos gaat het allemaal niet, ook al omdat er veel meer niet-verlegen sprekers zijn dan er tijd is. De holheid van het plichtmatig ritueel wordt droogkomisch getoond. Het eindigt in het collectief zingen van Dreamland, maar dat, uit respect voor het karakter van de overledenen, naar binnen gezongen. Oftewel in- en niet uitademend. Gruwelijk geluid. Voor de liefhebber van Treurdier en pedante autoriteiten en voor lachen rond de dood.

Een hoogstandje vind ik Yolo4real van regisseur en scenarist Aiman Hassani. Een achtbaan doordat in ultrakorte shots het verhaal verteld wordt van 21-jarige Ahmed, vanaf het moment waarop duidelijk wordt dat zijn ziekte terminaal is tot aan het definitieve afscheid, als we even de kleuter Ahmed te zien krijgen – zonder twijfel heuse beelden uit het familiearchief van hoofdrolspeler Sabri Saddik zelf. Dit mag sentimenteel klinken, het is het niet. Zoals de hele film dat niet is, ondanks een spervuur van emoties, van razernij tot berusting, van pakken wat je nog pakken kunt tot bezinning. En ondanks een paar gebeurtenissen die tussen de emotioneel geloofwaardige hoofdlijn door dat praktisch niet helemaal zijn. In Bestaan is gaan betreft het ook een jonge dode, maar daar draait het louter om de levende vrienden. Die komen hier ook voorbij, maar centraal staat de dodelijk zieke zelf. Tegenover de artistiekerige vrienden staat hier een ‘gewone’, sportende moslimjongen. Acteur Saddik verdient het interview na afloop absoluut voor een geweldige som van acteersprintprestaties. Toch had ik ook hier graag gezien wie Aiman Hassani is en wat hij over zijn film te vertellen heeft.

De vijfde film, Zeep, van regisseur Hanna van Niekerk en scenarist Victoria Warmerdam is de meest poëtische en feminiene. Hier zijn de eerder genoemde Vlaamse bejaarden op citytrip in Amsterdam. Waar ze, jong en verliefd, ook ooit waren. En waar ze nu met moeite de trap van het hotelletje op komen. Dit gaat niet over de metamorfose van de hoofdstad van toeristenparadijs in dito hel. Het gaat over de tijd, de herinnering aan het jong en hartstochtelijk zijn, uitgelokt door de aanblik en de liefdesgeluiden uit belendende kamers van mooie jonge mensen om hen heen. Weemoedig is het wel, treurig bepaald niet, omdat de fysieke nabijheid van het oude stel onder de douche een tijdmachine in werking stelt waarin eerst zij, dan hij jong wordt. Dit is de milde filmersblik van jonge vrouwen die vertederd naar een oud stel kijken en in hen kunnen zien wie en wat ze ooit waren. Namelijk als zij zelf nu. Cameraman Jean Counet vertelt in het nagesprek dat er een duur naaktpak was aangeschaft voor oudere actrice Marilou Mermans. Maar die ging letterlijk schaamteloos onder de douche. Er is vooruitgang vrienden.

Medium tv
Bestaan is gaan © still Bastide Films

Nummer zes heet Sjaaks vrouw is dood en hij moet wat zeggen. De titel verraadt het al: hier mag gelachen worden. Om ouwe Sjaak die almaar probeert een toespraak voor bij de uitvaart te schrijven maar niet verder komt dan beginnetjes. Regisseur Eva Zanen (het script is van Medi Broekman) vertelt in het nagesprek dat ze bij vertoning op het Filmfestival natuurlijk wel gelach had verwacht, maar zo vaak en hard niet. Dus maakte ze zich onderweg zorgen dat de andere, gevoeliger kant van de vertelling weggeblazen zou worden door het publiek. Dat gebeurde uiteindelijk gelukkig niet, vond ze. Het is een aardige film waarin toespraken, gedrag van dochters en kleinkinderoptreden op de hak worden genomen en tegelijk toch niet. Alleen wordt de plotsheid van het overlijden van Sjaaks vrouw niet echt overtuigend. Dan had deze film echt niet gemaakt kunnen worden.

Indrukwekkend is Wachtkamer van Simone van Dusseldorp, regie en scenario. Het is een complete speelfilm in het klein, die toch prachtig past binnen de begrenzing in tijd. De fictietijd is die tussen scan en uitslag: zijn er uitzaaiingen? Rifka Lodeizen is fabelachtig als alleenstaande moeder, slingerend tussen hoop en vrees, tobbend hoe het met haar kind moet gaan in het geval dat…, worstelend met soms (net te) akelig tactloze reacties in haar omgeving en in haar fantasie haar woede afreagerend op botte ellendelingen. Mooi worden de verknooptheid van angst voor het mogelijk einde met verknochtheid aan het leven voelbaar. Filmisch zitten er prachtige passages in, bijvoorbeeld die waarin een nachtmerrie over woekerende celdeling wordt verbeeld. Sterk is ook het open einde in de wachtkamer van het ziekenhuis. Daar dringt zich op dat dit niet alleen het verhaal van Sophie is, maar van al die mensen, in afwachting van een beslissende uitslag.

Afgesloten wordt met Harbour van Stefanie Kolk, scenario en regie. Het is een gewaagde vertelling in de zin dat er nauwelijks dialoog is en dat de emoties van de twee hoofdrolspelers, Oost-Europese havenarbeiders, bijna steeds onder de oppervlakte blijven. Die zijn er onvermijdelijk wanneer ze in hun niemandsland, een kraaninstallatie schilderend, een dode man tegen de wal aan zien drijven. Wat te doen? De impuls van de een is ‘ingrijpen’, die van de ander ‘negeren’, waarbij ze allebei beseffen dat ze liever niet met de politie van doen krijgen. De taal doet nauwelijks, de beeldtaal alle werk. Ik vond het een weerbarstige productie, die juist daardoor waarschijnlijk behoorlijk bleef hangen.

Zesenhalf keer de dood, het lijkt me een wereldrecord voor een filmreeks die geen thema had. Dat komt niet expliciet ter sprake in de enthousiaste maar ook wat oppervlakkige gesprekjes die presentator Eva Cleven met de makers heeft. Maar beter zo dan niet, want dat ontbreekt op de televisie: reflectie op het vertoonde. Boeken krijgen er tenminste nog serieuze aandacht, zij het mondjesmaat. Maar speelfilm en tv-drama zelf? Hooguit in promotiepraatjes bij DWDD en elders. Doodzonde.


NTR, De avond van de korte film, vrijdag 13 april, NPO 3, 21.55 uur