De aziatische tijger overvreet zich

RTL4 toonde afgelopen zaterdag beelden van de jaarlijkse bosbranden in Indonesië, een bijverschijnsel van de versnelde kap van het regenwoud. Deze branden veroorzaken een verstikkende smog die een bedreiging vormt voor de volksgezondheid. Het item toonde in een notedop hoe de meeste Aziatische landen hun hoge economische groeicijfers bereiken, namelijk door roofbouw te plegen op hun natuurlijke en menselijke rijkdommen.

Nog niet zo lang geleden gold Azië als het lage-lonenparadijs voor ondernemers en leek het continent voorbestemd om het centrum van de wereldeconomie te worden. De confucianistische uitdaging was in 1994 zelfs aanleiding tot de grootste borreltafel uit de Nederlandse geschiedenis. Het Nationaal Platform Globalisering van zeshonderd managers en politici onder aanvoering van minister Andriessen luidde de noodklok. De overheid moest lonen, belastingen en milieuregels drastisch terugdringen als Nederland wilde blijven concurreren, zo stelde het VNO namens de Nederlandse ondernemers - zoals bekend een stel verwende kleuters die in tijden van voorspoed een grote mond opzetten maar steun zoeken bij de overheid zodra het even tegenzit. In een door NRC Handelsblad georganiseerd ‘elitedebat’ in Des Indes waren de alarmistische mission statements niet van de lucht. Frits Bolkestein riep de noodtoestand uit en Jan Timmer eiste dat een zakenkabinet met een sense of urgency een stake in the ground zou zetten.
Al gauw bleek dat al die uit de Verenigde Staten overgewaaide praatjes de toets van serieus onderzoek niet kunnen doorstaan. De Harvard-econoom Paul Krugman opende de aanval met een artikel in Foreign Affairs, waarin hij stelde dat de Aziatische expansie te danken is aan het toegenomen gebruik van arbeid en grondstoffen in de betreffende landen, niet aan een stijging van hun produktiviteit of efficiëntie. Bovendien zijn lage lonen niet zaligmakend. De Economist Intelligence Unit, een Britse denktank, noemt Nederland tegenwoordig het aantrekkelijkste land ter wereld voor investeerders vanwege het arbeidsklimaat, de politieke stabiliteit en de hoge opleidingsgraad.
Daarentegen legt de roofbouw op mens en milieu - mogelijk gemaakt door de autoritaire politiek en alomtegenwoordige corruptie - een zware claim op de toekomst van Azië. Het rapport Emerging Asia van de Aziatische Ontwikkelingsbank noemt de schade 'verbijsterend’. Van de vijftien meest vervuilde steden liggen er dertien in Azië; één op de drie Aziaten drinkt vervuild water; de schoolprestaties blijven achter als gevolg van loodvergiftiging; miljoenen Aziaten lijden aan 'milieuziekten’ en het platteland verkeert door bodemerosie en verzilting in een 'crisistoestand’, zodat landen als China, India en Indonesië binnenkort voedsel zullen moeten importeren. Wanneer de vernietiging van onvervangbare natuurlijke en menselijke reserves wordt doorberekend, blijkt dat veel landen een negatieve groei doormaken. Hoe lang zal het nog duren voordat Aziatische ondernemers en politici de noodklok luiden over hun eigen continent?