De baai van Rio is vermoord

Rio de Janeiro – ‘D-Day in de shit-Bay’, mompelde mijn buurman.

Verschrikt zagen we hoe plotseling amfibievoertuigen uit de golven opdoken en een leger van zwaar bewapende mariniers op het strand uitspuugde. Vluchtende mensen aan de baai van Rio. Verderop tanks. Toch even paniek zo vlak na ‘Turkije’. Maar nee. ‘Oefening voor de Olympische Spelen’, stelde de legerleiding gerust.

De coup in Brazilië vond al plaats in mei. Hij was ‘parlementair’ en niet bloedig, maar slaagde wel. Toen werd Brazilië’s gekozen president Dilma Rousseff door het congres uit haar paleis gezet. De militaire oefening was dan ook niet tegen mogelijke IS-achtige aanslagen. Ze was ‘om gewelddadige demonstraties tegen de gevestigde macht’ tijdens de Spelen de kop in te drukken.

Met tranen in zijn ogen kijkt Alexandre Anderson naar ‘zijn’ baai. Hij is visser, indiaan, en voorzitter van de coöperatie Mensen van de Zee. ‘De baai is vermoord’, zegt Anderson. Met de punt van zijn slipper lepelt hij een stuk bouwplastic op tussen de dode vissen. Flessen, autobanden, zelfs een hele sofa is aangeslibd. Maar dat zijn de echte moordenaars niet. Het is om te beginnen de stront. Meer dan zeventienduizend liter rioolwater stroomt elke seconde ongefilterd de baai binnen, die ooit de kraamkamer van dolfijnen en walvissen op dit continent was.

25 jaar en tientallen achterovergedrukte miljarden verder wordt nog maar tien procent van de poep gezuiverd. Toen Rio de Spelen kreeg toegewezen beloofde de stad de baai voor tachtig procent schoon te maken. ‘Er is niets, maar dan ook niets gedaan’, zegt Alexandre.

Toen de internationale zeilorganisaties vorig jaar aan de bel trokken, sprong de wethouder van Milieuzaken opzichtig drie seconden in het water. Alexandre laat zijn stevige vissersarmen zien. Bedekt met een korstige uitslag. Een virus, vertelt hij. ‘De grote moordenaars zijn de maffia van ziekenhuisafval en de petrochemische industrie die de baai gekaapt hebben.’

Al zestien jaar vechten de Mensen van de Zee voor hun overleving. Om de industrie te ‘beschermen’ hebben stad en marine grote delen van de baai afgezet. Voor Alexandre en zijn vissers is nog geen tiende over. Zes actieve leden van de coöperatie zijn inmiddels vermoord. Aangerand door doodseskaders op snelle boten. Aan handen en voeten gebonden en in het water gegooid. En Alexandre? Zeven aanslagen heeft hij overleefd: ‘Zo doen de machtigen het hier. Ze huren geweld in om te blijven doen waaraan ze verdienen. Of het nu politici zijn, of de bedrijven van wie ze steekpenningen krijgen. Voor ons is het een permanente coup.’