TONEEL: Rebelse vrouwen

De bakroe van Badina

Onise heet ze. Ergens uit het hart van Afrika komt ze. Ze weet, vertelt ze ons, precies wat ze moet doen om ‘dit landje van melk en honing binnen te gaan’. Op Schiphol spoelt Onise haar papieren door het toilet.

Bij de paspoortcontroleurs haalt Onise haar schouders op. Vanuit het centrum waar asielzoekers zijn opgeborgen gaat ze rechtstreeks de stad in. Maar Nasamu, haar man, haar lover boy blijkt later, die komt niet. Ze wordt opgehaald door een andere man. Die haar vertelt hoe groot de schuld is die ze als illegale vluchteling heeft opgebouwd. En dat ze voor die schuld moet werken. Een paar uur later zit ze achter een raam. Om op haar rug die schuld af te betalen. Ook de amulet die haar beschermen moest, pakken ze haar af. In de desolate wanhoop van het peeskamertje roept ze met een ritueel vol geuren haar beschermende oer-moeders dan maar op. En ze komen. Badina, Nanny en Diana. ‘Je navelstreng ligt in Afrika begraven./ Ze hadden trots op je willen zijn./ Ze hebben je gesmeekt deze daad niet te plegen./ Nu ben je eenzaam en verscheurd in een vreemd land.’ De voorstelling Rebelse vrouwen is vertrokken.

Op de eerste dag van juli wordt herdacht dat op 1 juli 1863 de slavernij werd afgeschaft, honderdvijftig jaar geleden. Eerder dit jaar kwam ter gelegenheid van dit feest van de schaamte een voorstelling uit, over Onise en haar lotgenoten. Een tijdreis door de vrouwengeschiedenis van de slavernij. Badina komt in 1740 aan in Paramaribo en wordt met talloze lotgenoten aan kettingen door de stad naar de slavenmarkt gevoerd. Nanny wordt in 1807 op plantage Zeezicht in Suriname geboren. Ze kent geen ander leven. Diana wordt door een Zeeuwse smokkelaar in Goudkust gekocht en naar Curaçao gebracht. Als Onise, de meest recente maar niet de laatste in de keten van vrouwenslavernij, íets over de herkomst van haar lot wil weten, kan ze bij die drie ruimschoots ervaren dark ladies goed terecht.

Dat is een mooie noodzaak voor dit soort theater: geschiedenis hervertellen om minder eenzaam te zijn. Er is research gedaan om sterke verhalen bij elkaar te sprokkelen. Daar is een goeie tekst uit gemaakt, geen taai vormingstoneel. Dat ligt ook aan die vier vrouwen. En hun regisseur. En de goeie muziek. Op het kleine podium dat ze tot hun beschikking hebben, creëren ze met minimale middelen ontroerende en geestige vertellingen. Onise wordt gespeeld door de bliksemende Naomi Reingoud. Ze wordt omringd door Urmie Plein en Shertise Solano.

En Maureen Tauwnaar, een oudgediende, die ik ken van veel mooie rollen, onder meer in jeugdtheatervoorstellingen. Ze speelt hier Badina, die midden in de achttiende eeuw aan kettingen door Paramaribo wordt versleept. Haar rechterarm is weggebonden. Afgehakt – ze had gestolen, althans werd daarvan beschuldigd. Het verlies van die arm is als fantoompijn en opgeladen woede in heel dat prachtige lijf gaan zitten. Dan komt de bosgeest, een bakroe, haar helpen om iets tegen de wrede slavenmeester, de masra, te ondernemen. Met die ene arm waar intussen de kracht van vier armen in is gaan zitten, jenst ze de masra een diepe put in. Zodat-ie voor de rest van zijn leven mank loopt en nekkramp houdt.

Dat soort verhalen dus. Silvia Andringa heeft ze geregisseerd, ze heeft de meiden met veel zelfspot uit de benauwenis van dat peeskamertje gejaagd. Naar ons. Dat is goed gelukt. Rebelse vrouwen is een juweel van een voorstelling.


Rebelse vrouwen is op 20 en 28 juni te zien in het Bijlmerparktheater, op 21 juni in het MC Theater, Amsterdam, en op 1 juli in de schouwburg van Middelburg