De balans van paars

OP HET ADRESBANDJE rond Pro, het ledenblad van de Partij van de Arbeid, staan de prestaties van de PvdA in het paarse kabinet opgesomd. Een ideetje van het campagneteam. ‘Geheugensteuntje’, staat er boven. ‘Wat heeft de PvdA de afgelopen vier jaar bereikt?’ Vijf punten, te beginnen met 500.000 nieuwe banen. Daarna volgen het Verdrag van Maastricht, de kleinere klassen, het AOW-fonds en de koppeling.

Wie probeert het paarse kabinet te evalueren stuit, ook in het eigen hoofd, op een mist van soundbites. Werk. Winkeltijdensluitingswet. Koppeling. Ziektewet. Armoedeconferentie. Waar reken je een kabinet op af? Op de doelstellingen die het zelf had aan het begin van de rit? Op de tevredenheid van ‘de mensen in het land’? Op wat je zelf vindt dat er had moeten gebeuren?
Veel, heel veel van wat Paars voor ogen had is mislukt. Er kwam geen liberaler drugsbeleid. Er kwam geen referendum dat die naam verdient. Er kwam geen visie op de inrichting van Nederland. Er kwam geen discussie over de sociale zekerheid. Het kabinet verstrikte zich volkomen in de marktwerking in de gezondheidszorg en de sociale zekerheid. De HSL en de Betuwelijn worden op een manier aangelegd waar niemand tevreden mee is. Gehandicapten en bejaarden kwijnen weg in hun bewaarplaatsen.
Maar het gekke is, het wordt het kabinet niet of nauwelijks aangerekend. Als van een teflonpan glijden alle mislukkingen, alle schandalen ook (Srebrenica, Technolease, Securitel, 'Beste Els’, de chaos op het Openbaar Ministerie) van de lachende ministers af. Communicatiedeskundigen moeten de komende tijd maar eens zien te verklaren hoe een kabinet dat zo weinig voor elkaar kreeg, toch zo'n goede pers krijgt.
HET HEEFT natuurlijk veel te maken met die 500.000 banen. Wie durft er iets in te brengen tegen een kabinet dat een half miljoen banen schiep? Maar zijn die banen te danken aan het kabinet, of aan het economisch tij en de nog altijd op loonmatiging gerichte vakbeweging?
Een eerste relativering: tijdens het vorige kabinet, dat opereerde onder economisch zeer ongunstig gesternte, kwamen er 300.000 banen bij - vergeleken daarbij is 500.000 bij economische hoogconjunctuur niet veel. Het paarse kabinet beweert dat de banengroei van de afgelopen vier jaar voor een belangrijk deel te danken is aan de lastenverlichting, want die zou ervoor zorgen dat de werknemers bereid zijn tot loonmatiging. Dat nu is onzin. De vakbeweging is al vijftien jaar kampioen loonmatiging, dus ook toen er geen sprake was van lastenverlichting. De vakbeweging is er zelf duidelijk over: het is niet de lastenverlichting die ons tot loonmatiging brengt, maar de werkloosheid. Sterker nog, de vakbeweging is niet zo'n fan van lastenverlichting want ze weet dat als de premies voor bijvoorbeeld het ziekenfonds dalen, de tandarts voortaan betaald moet worden uit het netto loon.
De specifieke lastenverlichting 'aan de onderkant’ leverde vermoedelijk wel wat extra werkgelegenheid op, al weet niemand hoeveel, en of de kosten tegen de baten opwegen. Werkgevers krijgen van Melkert een korting van ongeveer 3500 gulden op de loonkosten voor mensen die minder dan 115 procent van het minimumloon verdienen. Een maatregel die 1,5 miljard gulden kost, en waarvan niet duidelijk is of er ook maar één baan extra door is geschapen, of dat het zelfs stimuleert om mensen in de laagste loonschalen te houden (en desnoods zwart bij te betalen). De enige maatregel waarvan het effect buiten kijf staat, is de Melkertregeling; 35.000 Melkertbanen zijn er inmiddels, weliswaar minder dan de geplande 60.000, maar ze kwamen er.
Overigens zijn de 500.000 extra banen voor een belangrijk deel te danken aan herverdeling, in fulltimeplaatsen gemeten kwamen er de afgelopen vier jaar niet meer dan 300.000 banen bij. Die betere verdeling van de bestaande werkgelegenheid is een groot goed, maar ook hiervan valt niet te beweren dat het aan Paars te danken is: het kabinet heeft geen enkele maatregel genomen om deeltijd te bevorderen.
Rest nog de bewering dat de banengroei te danken is aan het algehele klimaat van deregulering, marktwerking, privatisering, flexibilisering. Maar met evenveel recht kan beweerd worden dat dit banen heeft gekost. En wat belangrijker is: beide beweringen zijn vooralsnog vooral ideologisch van aard, er is van die veelgepredikte deregulering en marktwerking nog nauwelijks iets geëffectueerd.
Er is kortom geen enkele reden om aan te nemen dat de 500.000 banen er onder een ander kabinet, en met dezelfde economische omstandigheden en dezelfde vakbeweging, niet zouden zijn gekomen.
IN HET ZOEKEN van wat zo mooi heet 'een nieuw evenwicht tussen burger, markt en staat’ heeft Paars vooral geklungeld. Gegrepen door de ideologie verstrikte ze zich in de uitvoering.
Paars haalde de tandarts uit het ziekenfondspakket. Via het ziekenfonds kostte de tandzorg vroeger 400 miljoen gulden; nu kost het via particuliere verzekeringen 800 miljoen, en gaat bovendien een grote groep minima niet meer naar de tandarts. De markt is niet altijd goedkoper, en het invoeren van financiële prikkels maakt vaak de verkeerde mensen prijsbewust. Consultatiebureau-artsen melden dat zij een deel van de baby’s niet meer op het consultatiebureau zien sinds Paars een jaarlijkse eigen bijdrage invoerde van 55 gulden.
De instellingen voor thuiszorg moesten gaan concurreren met particuliere bureaus. De particuliere bureaus pikten de winstgevende krenten uit de pap, betaalden hun werknemers geen CAO-lonen, hielpen kapitaalkrachtige klanten eerder dan anderen. De overheidsbureaus bleven zitten met de per definitie onrendabele zorg voor ouderen en sloebers. Bovendien bleken de 75-plussers (en de klanten van de thuiszorg bestaan voor zo'n tachtig procent uit 75-plussers) niet zo goed in het aanvragen en vergelijken van offertes. Vorig jaar besloot Paars de marktwerking in de thuiszorg voorlopig af te blazen.
Jarenlang riep het kabinet dat er concurrentie moest komen in het openbaar vervoer. Maar toen de NS meldde dat ze dan niet langer zou investeren omdat ze immers niet wist of die investeringen nog wel rendabel te maken waren, had Jorritsma geen antwoord. De concurrentie op het spoor ging de ijskast in.
Het verhaal van de sociale zekerheid is bekend. Paars privatiseerde de ziektewet, zodat werkgevers er belang bij zouden krijgen hun werknemers zo gezond mogelijk te houden. Helaas kregen die werkgevers er ook belang bij om geen werknemers 'met een vlekje’ meer aan te nemen. En zetten zij keuringsartsen onder druk om werknemers weer zo snel mogelijk gezond te verklaren. En ontstond er een onweerstaanbare druk op de gezondheidszorg om werknemers sneller te behandelen dan anderen.
De werkgevers en werknemers, die tot voor kort het beheer voerden over een groot deel van de sociale zekerheid, werden aan de kant gezet. Hun plaats werd ingenomen door een nieuwe technocratische, quasi-marktgeoriënteerde elite, waar niemand enige greep op heeft.
DE VALKUIL bij het beschouwen van Paars is dat de indruk ontstaat dat andere kabinetten het heel anders zouden hebben gedaan. Gezien de enorme consensus die er juist op sociaal-economisch gebied bestaat tussen de vier grootste partijen, was een groot deel van bovenstaande beschouwing waarschijnlijk ook geschreven na een coalitie van, bijvoorbeeld, CDA en PvdA. Het is niet zozeer de riedel van marktwerking, privatisering en deregulering die typisch is voor Paars - hoe graag zowel voor- als tegenstanders die indruk ook willen wekken. Veel typischer voor Paars is dat er, door de klem waarin VVD en PvdA elkaar vier jaar lang gehouden hebben, een taboe lag op ieder fundamenteel maatschappelijk debat. Waardoor de oplossingen voor fundamentele problemen dus ook geen millimeter dichterbij zijn gekomen.
Het beloofde debat over de toekomst van de sociale zekerheid kwam er niet omdat dat de rood-liberale samenwerking wel eens in gevaar kon brengen. Nu het economisch goed gaat lijkt dat debat misschien niet zo nodig, maar bij de eerste de beste recessie zal de geschiedenis van de jaren tachtig zich herhalen: een stijgend aantal uitkeringen met als enige 'oplossing’ het verlagen van het uitkeringsbedrag.
Paars beloofde belangrijke stappen te zetten in de richting van een 'duurzamer’ economie. Maar maakte de weg vrij voor uitbreiding van de Amsterdamse en de Rotterdamse haven en voor een tweede Schiphol, daarmee opnieuw gokkend op de meest vervuilende en ruimtevretende vorm van economische groei. Dat kan een keuze zijn, maar typisch Paars is om het juist niet als keuze te presenteren, doch als onvermijdelijkheid, die nog goed voor het milieu is ook.
Met de privatisering van het openbaar vervoer en de elektriciteitssector verloor de overheid de grip op belangrijke onderdelen van het milieubeleid. Gelukkig brak de varkenspest uit, die het klimaat schiep voor verkleining van de varkensstapel - het enige milieusucces van Paars.
Halverwege het paarse kabinet leek er even een discussie te ontstaan over de toekomstige economische richting en de bijbehorende ruimtelijke inrichting van Nederland - de Agenda 2000 plus van Wim Kok. De discussie is echter niet verder gekomen dan de ambtelijke achterkamers, waar inmiddels de plannen klaarliggen voor meer asfalt en beton. Plannen die, net als de ingrijpende belastingvoorstellen van Zalm en Vermeend, waarschijnlijk worden afgeregeld in het volgende regeerakkoord, waardoor de invloed van het parlement en het maatschappelijk debat nihil is.
DE PVDA HEEFT zich de afgelopen jaren tevreden gesteld met een paar - niet onbelangrijke - materiële successen voor 'de onderkant’. De koppeling werd hersteld, de huursubsidie verbeterd. Niet onbelangrijk, maar het is een nogal minimalistische opvatting van sociaal beleid. Nu, vlak voor de verkiezingen, komen alle partijen er opeens achter dat er ook nog zoiets bestaat als collectieve voorzieningen. Dat op veel middelbare scholen de verf in vellen van de muren komt en de stoelen uit elkaar vallen. Dat bejaarden soms uren moeten wachten voor ze naar de wc geholpen worden, en geestelijk gehandicapten in een stootkussen worden gezet omdat er geen personeel is om iets zinnigs met ze te doen. De premier en de zijnen wekken graag de indruk dat dit als het ware allemaal buiten Paars om plaatsvond. In werkelijkheid is het een gevolg van dezelfde lastenverlichting waar Paars op andere momenten zo trots op is.
In de gezondheidszorg speelt bovendien nog een ander probleem, namelijk dat de overheid geen enkele grip heeft op waar het geld precies terechtkomt. Om te voorkomen dat de snelle jongens (simpel gezegd de pillendraaiers en de specialisten) er met het geld vandoor gaan, werd daarom de hele sector kortgehouden. Ook de verpleeg- en verzorgingstehuizen, terwijl iedereen het erover eens is dat die er geld bij zouden moeten krijgen. In plaats van te zorgen dat de overheid de regie weer in handen krijgt, besteedde Paars de zorg verder uit aan een kartel van verzekeraars en zorginstellingen. Om de kosten nog enigzins binnen de perken te houden, werd het ziekenfondspakket uitgekleed, met eerdergenoemde gevolgen.
GROEI IS GOED voor het milieu, is de boodschap van dit kabinet, en rijk zijn is goed voor de armen. Dat is misschien het belangrijkste dat na vier jaar Paars blijft hangen: niemand hoeft zich meer schuldig te voelen. Oude tegenstellingen zijn niet meer. Wie auto rijdt zorgt voor de werkgelegenheid van de pomphouders, veelverdieners zijn goed voor de diensteneconomie, multinationals zorgen voor investeringen in de derde wereld. Elke discussie over verdeling is verdwenen, of het nu om verschillen in Nederland of in de wereld gaat.
De PvdA ging vier jaar lang mee met het in wezen liberale standpunt dat de verschillen er niet toe doen, mits er voor de minima een fatsoenlijk minimum is. Heel voorzichtig wordt nu, vlak voor de verkiezingen, dat standpunt verlaten en heeft Wim Kok het ook over de verrijking, zij het nog zonder het beladen woord nivellering in de mond te nemen.
Wim Kok gaat in een nieuw kabinet de verrijking te lijf. Margreeth de Boer komt alleen terug, zegt ze zelf, als er een groen regeerakkoord komt. PvdA-kamerlid Ferd Crone belooft dat er de komende kabinetsperiode nul gulden geïnvesteerd zal worden in wegen. Het is een bekend tafereel: aan het eind van hun regeerperiode zeggen de sociaal-democraten dat ze de afgelopen jaren nog niet sterk genoeg waren om veel te bewerkstelligen, maar de komende vier jaar, als ze nog sterker zijn, dan…
Vaak is het paarse kabinet verweten dat het geen visie had, doch slechts pragmatisch problemen oploste. Het omgekeerde is het geval: er was wel een ideologie - van markt en 'win-win’ - maar er werden geen problemen opgelost.