POPMUZIEK

De ballade van De Menezes

Op 22 juli 2005 schoot de politie van Londen de Braziliaan Jean Charles de Menezes dood. Ze zagen hem ten onrechte aan voor een van de daders van de bloedige aanslagen in dezelfde stad, waarbij twee weken eerder 52 doden vielen.

Een foto van De Menezes verschijnt deze zomer een paar keer per week op een enorm scherm, terwijl Roger Waters een nieuw nummer zingt, The Ballad of Jean Charles de Menezes, waarin het lot van de Braziliaan wordt geduid in het thema van de avond: ook De Menezes was ‘just another brick in the wall’. Ruim drie miljoen mensen bezochten inmiddels de show, waarin Waters het meesterwerk van zijn oude band Pink Floyd integraal uitvoert. Of nou ja, van zijn band: The Wall was boven alles de muzikale verwerking van alle thema’s in Waters’ leven: de dood van zijn vader vijf maanden voor Waters’ geboorte (hij sneuvelde bij de geallieerde landing in Italië: ‘Daddy’s flown across the ocean/ Leaving just a memory’), de band met zijn dominante moeder, zijn moeite met gezag (‘We don’t need no thought control’), zijn echtscheiding (‘Don’t leave me now’).

Daar heeft hij een liveshow van gemaakt, waarbij aan werkelijk alles valt af te zien dat het hier zijn levenswerk betreft. The Wall is in visueel opzicht de meest indrukwekkende show die ooit op een podium is uitgevoerd. Zelfs de Zoo TV-tour van U2 haalde het niet bij de volmaakte, tot in ieder detail doordachte vorm­geving van The Wall. Bovendien klónk een rockconcert nog nooit zo goed.

Waters heeft een groot risico genomen: hij heeft de show geactualiseerd. Hij heeft de antimilitaristische en anti-autoritaire boodschap van The Wall visueel ondersteund en in het heden geplaatst. Een enkele keer te drammerig (wanneer hij in Mother zingt: ‘Mother, should I trust the government?’, verschijnt in beeld: ‘No fucking way’), maar goed, Waters ís vaak ook een drammer van een tekstschrijver, dus vorm en inhoud vallen ook in dit geval samen. Op andere momenten is hij weer subtiel: de dreigende aanwezigheid van de moeder uit het verhaal blijft precies dat: een dreigende aanwezigheid. En wat blijft het overdonderend groots, al die projecties op die 150 meter brede muur, waarbij oorlogsslachtoffers (en in Waters’ definitie vallen zelfmoord­terroristen daar ook onder) eerst op het scherm langskomen en vervolgens als herdenkingssteentjes in die muur worden bijgezet.

En nu, bij de tweede Europese ronde van zijn tour, heeft hij dus niet alleen de show geactualiseerd, maar ook de muziek, door een nieuw nummer toe te voegen. In zekere zin heeft hij daarmee zijn eigen concept opgeblazen (The Wall en niets dan The Wall), maar zijn album is voor Waters duidelijk een vehikel geworden om te zeggen wat hij belangrijk vindt. En dát hij dit belangrijk vindt, bleek dit weekend wel, toen hij 35.000 bezoekers van zijn show in Werchter na het nummer nog even uitlegde waarom hij het had geschreven. Omdat hij als Brit ‘beschaamd’ was dat er niemand is veroordeeld voor de dood van De Menezes. Met die immer snerende stem van ’m: ‘Als je instituten als de politie te veel macht geeft, krijg je dit soort terreur.’

En zo werd The Wall het album, de film en decennia later alsnog de glorieuze tournee. Nu nog de musical, en ook die is in de maak. Volgens Waters is daarin meer ruimte voor de humor van het album. Die blijft in deze show beperkt tot de opsomming in Run Like Hell van woorden als iBelieve, iFollow en iProtect. En ineens iPaint, met daarbij een foto van de beroemdste mislukte schilder uit de wereldgeschiedenis.


Roger Waters, The Wall Live, 8 september in de Amsterdam Arena