Het Internationaal Film Festival Rotterdam (3)

De banale werkelijkheid

Bin-jip van Kim Ki-duk The Beautiful Washing Machine van James Lee; Beautiful Boxer van Ekachai Uekrongtham en Casshern van Kazuaki Kiriya

De meeste films van de Koreaanse regisseur Kim Ki-duk spelen zich af in een exotische omgeving: een donker meer, verpauperde stadswijken waar gangs heer en meester zijn of een groene vallei in een berg vol mist. In deze fictieve ruimten leren de personages iets over zichzelf, vaak door het ontdekken van mystieke elementen in het leven. Dat is ook het geval in Kim Ki-duks nieuwe film, Bin-jip (Korea, 2004). Hiermee bewijst de regisseur opnieuw zijn meesterschap, ook al speelt het verhaal zich niet ergens af waar het mooi is, maar in de banale werkelijkheid van het moderne huis.

Het ogenschijnlijk alledaagse openbaart zich al in de titel. Vertaald in het Engels verwijst bin-jip naar een golfterm: een three iron, een golfstok die naar men zegt door de beoefenaars van deze sport het minst wordt gebruikt. In de film zoekt Tae-suk, een jongen die graag golft, naar leegstaande huizen waarin hij een tijd kan wonen. In een van de huizen – een metaforische bin-jip – ontmoet hij de mooie Sun-hwa, op wie hij verliefd raakt. Samen zwerven zij verder van leeg huis naar leeg huis, totdat de echtgenoot van Sun-hwa ze op het spoor komt.

Bin-jip is een prachtige film, vol onderkoelde emoties en met een bedrieglijk eenvoudige vorm geving. Net als in Kim Ki-duks andere films, vooral Spring, Summer, Fall, Winter… and Spring (2003), is Bin-jip een filosofisch werk waarin het boeddhisme een centrale rol speelt. Geestelijk minimalisme lijkt een doel op zich. Dat vertaalt zich naar de twee hoofdpersonen in de film, die bijkans twee uur lang geen enkel woord met elkaar spreken.

Het is toeval, maar de sfeer van Bin-jip is voelbaar in The Beautiful Washing Machine (2004) van James Lee, afkomstig uit Maleisië, een land dat dit jaar in de belangstelling staat op het Internationaal Film Festival Rotterdam. Het verhaalgegeven is magisch-realistisch: een jonge man koopt een oude wasmachine waaruit een mysterieuze vrouw te voorschijn komt. De vrouw, die geen woord blijkt te kunnen spreken, komt vervolgens terecht in diverse huishoudens, waar zij een bediende is, een gevangene van patriarchale krachten uit de middenklasse.

Lee heeft zijn film digitaal gedraaid, wat in dit geval goed uitpakt. Door de slechte technische kwaliteit is een constant, elektronisch geruis hoorbaar. Dat is thematisch functioneel, want het hoofdthema is de plaats van de moderne mens in de door verbruiksgoederen overheerste consumptiemaatschappij. Het geruis is zo een mooi symbool van de ontmenselijking van de inwoners van deze maatschappij.

Iets te veel menselijkheid is waar Beautiful Boxer (Thailand, 2004) van Ekachai Uekrongtham aan mank gaat. De jongen Parinya Charpoenphol wil niets anders zijn dan een vrouw. Om dit doel te bereiken, verdiept hij zich in de Thaise bokssport. Hij wordt wereldberoemd als de travestiet-kickbokser Nong Toom, die zijn opponenten te lijf gaat met stijlvolle make-up op. Het is een vermakelijke film waarin vooral de tijd van Toom op de boksschool, die tevens zijn seksuele ontwaken markeert, mooie momenten oplevert. Toch mislukt het werk wegens een drakerige, moraliserende toon, vooral tegen het eind.

En dat is precies het grote probleem met de verbluffende, ultragewelddadige sciencefictionfilm Casshern (Japan, 2004) van Kazuaki Kiriya. Om de een of andere reden komt de regisseur aan het einde van de film met een lachwekkend antioorlogsstatement, geïllustreerd door mensen die rondlopen in bloemenzeeën. Waarom? De tijdgeest? De oorlog in Irak? Wie zal het zeggen.

Hier gaat het om: het is de 21ste eeuw. Er is oorlog. Professor Azuma vindt een techniek uit om een nieuw soort mens te «kweken». Als zijn zoon, Tetsuya, omkomt in de oorlog, brengt de geleerde zijn werk ten uitvoer. Tetsuya verandert in een superwezen dat vervolgens strijd voert tegen andere, gemuteerde wezens. Casshern is gebaseerd op een mangastrip. Wat de film redt, is een werkelijk adembenemende vormgeving. De stijl is retro-futuristisch, waarbij de regisseur een fusie bewerkstelligt tussen echte beelden en computeranimaties. Wegens de overdonderende beelden en de snelheid van het verhaal bereikt de vertelling iedere vijf minuten een hoogtepunt. Als kijker snak je naar adem. En dat is ook niet te versmaden.

Alle besproken films draaien op het Festival in Rotterdam (26/1-6/2), daarna in de rest van het land